1-44

1-44

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 9 MAI 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 9 MEI 1996

(Vervolg-Suite)

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER GORIS AAN DE EERSTE MINISTER OVER « HET UITBLIJVEN VAN DE UITVOERING VAN DE AANBEVELINGEN DIE VOORGESTELD WERDEN DOOR DE ONDERZOEKSCOMMISSIE LEGERAANKOPEN »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. GORIS AU PREMIER MINISTRE SUR « L'ABSENCE DE MISE EN OEUVRE DES RECOMMANDATIONS FAITES PAR LA COMMISSION D'ENQUÊTE PARLEMENTAIRE SUR LES ACHATS DE MATÉRIEL POUR LES FORCES ARMÉES »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Goris aan de Eerste minister over « het uitblijven van de uitvoering van de aanbevelingen die voorgesteld werden door de Onderzoekscommissie legeraankopen ».

Het woord is aan de heer Goris.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, aangezien alle senatoren alsook de ministers de begeleidende nota bij mijn vraag om uitleg hebben ontvangen, zal ik deze hier niet op de tribune voorlezen. Ik weet dat de Eerste minister een drukke agenda moet afwerken; ook voor de meeste senatoren blijkt dat overigens het geval, want zoals iedereen ziet, verlaten zij reeds in grote getale het halfrond. Dank zij de kaderwet met bijzondere opdrachten zal de Eerste minister ons binnenkort van een groot deel van onze taak ontlasten; moeten wij hem daarvoor danken ?

Reeds zes weken geleden, meer bepaald op 21 maart, had ik de gelegenheid deze vraag te richten aan de minister van Landsverdediging. Ik heb hem toen opgeroepen om bij hoogdringendheid een ad hoc commissie voor de legeraankopen op te richten in de Kamer of in de Senaat, al naargelang de voorkeur van de parlementsleden.

In zijn bijzonder vaag en onduidelijk antwoord verwees de minister naar een initiatief dat zou worden genomen door Premier Dehaene. In mijn wederwoord heb ik de minister van Landsverdediging plechtig beloofd mijn inzet voor de oprichting van een commissie nimmer te staken.

Tot vandaag, of liever tot gisteren, verkeerde ik in de mening dat tot de legeraankopen bij een in de Ministerraad overleg volmachtsbesluit werd beslist. De Ministerraad wordt vooralsnog voorgezeten door de Eerste minister. Vandaag brengt de pers ons op de hoogte van de zogenaamde Dassault-affaire, een zoveelste schandaal in de reeks van de obussen tot de Agusta-helikopters.

De Regering-Dehaene heeft sinds haar aantreden in mei 1995 al heel wat kostbare tijd verloren, maar het departement van Landsverdediging ging verder met zijn aankoopbeleid. Bij wijze van voorbeeld verwijs ik naar de aankoop van veertien aëromobiele luchtkanonnen van het type houwitser voor de batterij paracommando ten belope van een bedrag van 330 miljoen frank. Is de Premier er wel van op de hoogte dat België het eerste land van de NATO is dat houwitsers bij dit Franse bedrijf heeft besteld ? Zelfs Frankrijk heeft het niet aangedurfd deze kanonnen voor zijn eigen defensie bij GIAT te bestellen. Andere landen van het Eurokorps en van de NATO hebben allemaal bestellingen voor houwitsers geplaatst bij het Engels-Amerikaanse Royal Ordnance met de bedoeling het gezamelijk optreden te vergemakkelijken en een vlotte werking mogelijk te maken van de snelle interventiemacht, die meestal wordt gevormd door verschillende landen.

Weet de Eerste minister wel dat de firma GIAT sinds januari 1996 virtueel failliet is en een gecumuleerd tekort van 11,8 miljard Franse frank heeft gedeclareerd, zoals vermeld in een persbericht van het agentschap Reuter ? Precies in die periode plaatste de Belgische Regering haar legerbestellingen bij dit bedrijf !

Ik heb nog een aantal argumenten ter zake in petto en zal ze zo dadelijk aan de minister van Landsverdediging voorleggen.

De heer Dehaene, Eerste minister. ­ Dat lijkt me inderdaad de meest aangewezen persoon.

De heer Goris (VLD). ­ Gedane zaken nemen geen keer.

Weet de Eerste minister wel dat het departement Landsverdediging inmiddels is overgegaan tot de aankoop van 54 APC (Armed Personal Carriers)-voertuigen voor een bedrag van 1,2 miljard Belgische frank, in uitvoering van een in de Ministerraad overlegd besluit ? Weet de Eerste minister wel dat de Nederlandse regering overgegaan is tot de aankoop van 70 gelijksoortige voertuigen ? Van de vijf ingediende offertes werden er door de Nederlandse regering drie andere in overweging genomen dan de twee die de Belgische Regering verkoos ? De voorkeur van België ging uit naar een Zwitserse en een Oostenrijkse offerte. Noch Zwitserland, noch Oostenrijk zijn lid van de NATO of van de EG.

Het is niet mijn bedoeling hierover verder uit te weiden. Met deze enkele voorbeelden wilde ik enkel illustreren waarin beslissingen resulteren, genomen in de sofa's van de Ministerraad. De gewraakte ad hoc commissie beantwoordt dus aan een dringende noodzaak.

De heer Dehaene, Eerste minister. ­ Mijnheer Goris, misschien bereidt u uw vragen om uitleg voor in uw sofa, maar de Ministerraad vergadert aan een werktafel.

De heer Goris (VLD). ­ In de wandelgangen van het Parlement kon vandaag en gisteren worden vernomen dat tot de oprichting van een ad hoc commissie reeds zou zijn besloten. Dat is goed nieuws. Dat wijst erop dat de inspanningen van de Senaat en zelfs die van de oppositie beloond worden en dat het aankaarten van deze zaak in maart jongstleden resultaten heeft gehad.

Ik richt mij nu even tot de collega's senatoren en in het bijzonder tot de meerderheid. Ik wil hen erop wijzen dat in de Kamer reeds zes commissies actief zijn, onder meer de commissies rond drugs, sekten en het ABOS. Misschien vernemen wij zo dadelijk dat er nog een zevende zal worden geïnstalleerd, namelijk voor het onderzoek naar legeraankopen. Ik betreur dit toch enigszins, want ik had gehoopt dat het een senaatscommissie zou worden of, waarom niet, een gemengde commissie zoals deze ter controle van de Comités P en I. Ik wil de Senaatsvoorzitter dan ook vragen een poging te doen om de nieuwe commissie om te vormen tot een gemengde commissie.

Samenvattend kan ik nog zeggen dat de Commissie legeraankopen er moet komen en ik hoop dat uit het antwoord van de Eerste minister zo dadelijk zal blijken dat zij zeer snel van start zal gaan. (Applaus.)

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de Eerste minister.

De heer Dehaene, Eerste minister. ­ Mijnheer de Voorzitter, de interpellant heeft bij het begin van zijn uiteenzetting gezegd dat hij tegen tijdsverlies is. Ik ben dat ook en zal dan ook enkel antwoorden op de vraag die hij aan mij heeft gesteld en niet op de vragen die blijkbaar bestemd zijn voor de minister van Landsverdediging. Misschien kan de heer Goris zo dadelijk ook tijd sparen door niet te herhalen wat hij reeds heeft gezegd.

Mijn antwoord kan zeer kort zijn. Deze namiddag werd in de Kamer de Onderzoekscommissie legeraankopen geïnstalleerd. Ik zie niet in wanneer de Regering de oprichting van deze commissie vertraagd kan hebben. Wij bemoeien ons niet met de organisatie van het Parlement. Over het feit of deze commissie in de Senaat of in de Kamer moest worden opgericht, werd door de beide Kamers in onderling overleg gepleegd. De Regering heeft ter zake geen voorkeur. Belangrijk is dat de commissie bestaat en wij zullen er volop mee samenwerken. (Applaus.)

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Goris.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, graag vernam ik nog van de Eerste minister wanneer hij van plan is de dossiers die nu nog in de oude stijl door de Ministerraad worden behandeld, over te hevelen naar de commissie. Wanneer krijgen met andere woorden de commissieleden de kans zich te buigen over de hangende dossiers ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de Eerste minister.

De heer Dehaene, Eerste minister. ­ Mijnheer de Voorzitter, nu de commissie geïnstalleerd is, zal de voorzitter ervan wellicht de werkzaamheden regelen en met de Regering overeenkomen hoe er zal worden gewerkt.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.