1-621/14

1-621/14

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

10 JUNI 1998


Wetsontwerp tot uitvoering en aanvulling van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen


AMENDEMENTEN

ingediend na de goedkeuring van het verslag


Nr. 40 VAN DE HEREN DARAS EN BOUTMANS

Art. 5

Dit artikel vervangen als volgt :

« In de loop van de maand januari van ieder jaar zenden de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de leidende ambtenaar van de administratie van de Kanselarij binnen de diensten van de eerste minister aan het Rekenhof respectievelijk de lijst van de intercommunale verenigingen en de lijst van de handelsvennootschappen waarvan de Staat meerderheidsaandeelhouder is.

Voor het opstellen van deze lijst wordt rekening gehouden met de toestand van het voorgaande jaar.

De ambtenaar die ertoe is gehouden de in het vorige lid bedoelde inlichtingen aan het Rekenhof mede te delen en die deze verplichting niet of laattijdig vervult, is strafbaar met een geldboete van 100 frank tot 1 000 frank. »

Verantwoording

Met deze tekst keren we terug naar de letter en de geest van het politiek akkoord dat de grondslag vormde voor deze wetgeving.

Nr. 41 VAN DE HEREN DARAS EN BOUTMANS

Art. 6

Het eerste lid van dit artikel aanvullen met een 14º, luidende :

« 14º de voorzitter van de raad van bestuur van de economische overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de publiekrechtelijke naamloze vennootschappen, publiekrechtelijke bankholdings en openbare kredietinstellingen zoals bepaald in artikel 191 van de wet van 17 juni 1991 op de openbare kredietinstellingen, alsmede van de handelsvennootschappen waarvan de Staat meerderheidsaandeelhouder is, voor de personen bedoeld in artikel 1, 10, van de wet van 2 mei 1995. »

Verantwoording

Met deze tekst keren we terug naar de letter en de geest van het politiek akkoord dat de grondslag vormde voor deze wetgeving.

Nr. 42 VAN DE HEREN DARAS EN BOUTMANS

Art. 15

Dit artikel vervangen als volgt :

« Voor de eerste toepassing van deze wet worden de aangiften bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet van 2 mei 1995, bij wijze van overgangsregeling, ingediend :

1º in de loop van het laatste kwartaal van 1998 voor de personen bedoeld in artikel 1, nrs. 1 tot 5, van de wet van 2 mei 1995.

2º in de loop van het derde kwartaal van 1999 voor de personen bedoeld in artikel 1, nrs. 6 en volgende van de wet van 2 mei 1995. »

Verantwoording

Het is onaanvaardbaar dat de huidige verkozenen deze wet niet moeten naleven vóór ze zich opnieuw kandidaat stellen bij de volgende verkiezingen.

José DARAS.
Eddy BOUTMANS.