1-621/14 | 1-621/14 |
10 JUNI 1998
Art. 5
Dit artikel vervangen als volgt :
« In de loop van de maand januari van ieder jaar zenden de secretaris-generaal van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de leidende ambtenaar van de administratie van de Kanselarij binnen de diensten van de eerste minister aan het Rekenhof respectievelijk de lijst van de intercommunale verenigingen en de lijst van de handelsvennootschappen waarvan de Staat meerderheidsaandeelhouder is.
Voor het opstellen van deze lijst wordt rekening gehouden met de toestand van het voorgaande jaar.
De ambtenaar die ertoe is gehouden de in het vorige lid bedoelde inlichtingen aan het Rekenhof mede te delen en die deze verplichting niet of laattijdig vervult, is strafbaar met een geldboete van 100 frank tot 1 000 frank. »
Verantwoording
Met deze tekst keren we terug naar de letter en de geest van het politiek akkoord dat de grondslag vormde voor deze wetgeving.
Art. 6
Het eerste lid van dit artikel aanvullen met een 14º, luidende :
« 14º de voorzitter van de raad van bestuur van de economische overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de publiekrechtelijke naamloze vennootschappen, publiekrechtelijke bankholdings en openbare kredietinstellingen zoals bepaald in artikel 191 van de wet van 17 juni 1991 op de openbare kredietinstellingen, alsmede van de handelsvennootschappen waarvan de Staat meerderheidsaandeelhouder is, voor de personen bedoeld in artikel 1, 10, van de wet van 2 mei 1995. »
Verantwoording
Met deze tekst keren we terug naar de letter en de geest van het politiek akkoord dat de grondslag vormde voor deze wetgeving.
Art. 15
Dit artikel vervangen als volgt :
« Voor de eerste toepassing van deze wet worden de aangiften bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de wet van 2 mei 1995, bij wijze van overgangsregeling, ingediend :
1º in de loop van het laatste kwartaal van 1998 voor de personen bedoeld in artikel 1, nrs. 1 tot 5, van de wet van 2 mei 1995.
2º in de loop van het derde kwartaal van 1999 voor de personen bedoeld in artikel 1, nrs. 6 en volgende van de wet van 2 mei 1995. »
Verantwoording
Het is onaanvaardbaar dat de huidige verkozenen deze wet niet moeten naleven vóór ze zich opnieuw kandidaat stellen bij de volgende verkiezingen.
| José DARAS. Eddy BOUTMANS. |