1-100

1-100

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 20 MARS 1997

VERGADERING VAN DONDERDAG 20 MAART 1997

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER GORIS AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN OVER « DE INTEGRATIE VAN DE SPOOR-, ZEEVAART- EN LUCHTVAARTPOLITIE IN DE RIJKSWACHT »

QUESTION ORALE DE M. GORIS AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE L'INTÉRIEUR SUR « L'INTÉGRATION DE LA POLICE DES CHEMINS DE FER, LA POLICE MARITIME ET LA POLICE AÉROPORTUAIRE DANS LA GENDARMERIE »

De voorzitter . ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Goris aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over « de integratie van de spoor-, zeevaart- en luchtvaartpolitie in de rijkswacht ».

Minister Derycke zal antwoorden namens zijn collega.

Het woord is aan de heer Goris.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, met het oog op rationalisatie en op een betere bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit, heeft de regering op 6 december laatstleden besloten de algemene politieopdrachten van de luchtvaart-, de zeevaart-, en de spoorwegpolitie toe te vertrouwen aan de rijkswacht en het vereiste personeel en de middelen naar dit korps over te hevelen. De rijkswacht interpreteert deze beslissing in de ruime zin en verwijst naar de wet op het politieambt; zij is van mening dat de betrokken korpsen voortaan én onder het commando én onder het tuchtregime van de rijkswacht vallen. De bijzondere politiediensten zijn echter een minimalistische interpretatie genegen, aangezien zij naar eigen zeggen nagenoeg geen algemene politietaken, maar voornamelijk gespecialiseerde taken opnemen.

Van de minister had ik graag vernomen wat er precies wordt verstaan onder « algemene politietaken ». Welke zijn de resultaten van het overleg tussen de Regie der Luchtwegen en de NMBS ? Op welke wijze en volgens welk tijdschema zal aan de genomen beslissing uitvoering worden gegeven ?

Volgens welke statutaire modaliteiten zal het personeel en zullen de middelen worden overgeheveld ? Hoeveel personeelsleden zijn bij deze overheveling betrokken ? Wordt er gedacht aan bijkomende opleiding en examens ? Hoe zit het met de uniformen en de kledijvergoedingen ? Wordt er gedacht aan herscholing ? Hoe reageren de betrokkenen ?

Kan deze beslissing worden geïnterpreteerd als een eerste stap naar de vorming van een eenheidspolitie ? Vanuit welk principieel oogpunt moeten wij dit alles bekijken ?

De voorzitter . ­ Het woord is aan minister Derycke.

De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, ik heb van de minister van Binnenlandse Zaken het volgende antwoord gekregen op de vraag van de heer Goris.

Als algemene politietaken worden beschouwd : alle taken die bijdragen tot de veiligheid in de ruime zin van het woord, met uitzondering van zeer specifieke inspectietaken.

Er zijn nog geen resultaten van het overleg met de RLW en er is nog geen overleg georganiseerd met de NMBS. Er is nog geen tijdsschema voor het uitvoeren van de genomen beslissingen. De minister wenst evenwel het dossier van de zeevaartpolitie tegen 1 april af te ronden.

De overgangsmodaliteiten kunnen pas worden besproken zodra bepaald is welk deel van de bijzondere politie naar de rijkswacht wordt overgeheveld en dat is nog niet gebeurd.

Meer algemeen werd de beslissing tot overheveling van de drie bijzondere politiediensten naar de rijkswacht genomen in het kader van het regeringsconclaaf van 6 december 1996. Het uiteindelijke doel ervan is rationalisatie en een betere bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit.

Wij moeten er evenwel ook op wijzen dat de problematiek van de structuur van de politiediensten in België wordt bestudeerd in een afzonderlijke werkgroep en dat daarmee niet onmiddellijk een band is.

De voorzitter . ­ Het woord is aan de heer Goris voor een repliek.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister van Buitenlandse Zaken voor het antwoord dat hij namens zijn collega van Binnenlandse Zaken heeft gegeven.

Ik noteer dat er voor de zeevaartpolitie tegen 1 april, aan een oplossing wordt gedokterd. Over ongeveer een week moet het dus rond zijn. Verder wil ik er toch op aandringen dat de minister van Binnenlandse Zaken zo vlug mogelijk duidelijkheid schept, aangezien de mensen van de lucht-, spoorweg- en zeevaartpolitie op het ogenblik volkomen in het ongewisse worden gelaten over hun sociaal statuut en werkomstandigheden. De onrust is dan ook groot en het is van het grootste belang dat de minister zo snel mogelijk met de RLW en de NMBS onderhandelingen aanknoopt om tot een oplossing van het probleem te komen.

De voorzitter . ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.