1-71

1-71

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 7 NOVEMBRE 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 7 NOVEMBER 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER VAUTMANS AAN DE MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING OVER « DE DESAFFECTATIE VAN DE MILITAIRE DOMEINEN VAN BRUSTEM EN BEVINGEN »

QUESTION ORALE DE M. VAUTMANS AU MINISTRE DE LA DÉFENSE NATIONALE SUR « LA DÉSAFFECTATION DES DOMAINES MILITAIRES DE BRUSTEM ET DE BEVINGEN »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Vautmans aan de minister van Landsverdediging over « de desaffectatie van de militaire domeinen van Brustem en Bevingen ».

Het woord is aan de heer Vautmans.

De heer Vautmans (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, in het kader van de destijds genomen beleidsoptie om een groot aantal militaire domeinen te vervreemden worden de complexen en aanhorige terreinen van Brustem en Bevingen aan het aankoopcomité van het ministerie van Financiën overgedragen. De stad Sint-Truiden en haar inwoners hebben van oudsher een bijzondere band met de krijgsmacht en de luchtmacht. De vraag van het stadsbestuur om bepaalde delen van de domeinen van Bevingen en Brustem uit de overdracht te halen, moet dan ook in die context worden gezien. Het gaat hierbij meer bepaald over het kasteel Rochendaal en het aanpalende logementsblok, de sporthal, die nu een onderkomen biedt aan tal van Sint-Truidense verenigingen waarvan de leden hoofdzakelijk uit de militaire gemeenschap komen, en het legermuseum dat een schitterend privé-initiatief is waarvan de collectie moeizaam en met de hulp van vele plaatselijke vrijwilligers is opgebouwd. Op haar vraag heeft de stad nog geen antwoord ontvangen.

Graag vernam ik van de minister of, in afwachting van de definitieve vervreemding, de nodige maatregelen worden genomen om de eigendommen, die veel waarde hebben, te behoeden voor verval. Kan de minister een efficiënte bewaking van het geheel van de installaties garanderen ? Kunnen de verenigingen die nu gebruik maken van de sporthal dat na 18 november, de sluitingsdatum van Brustem en Bevingen, blijven doen ? Is de minister bereid het militair museum in stand te houden en verder uit te bouwen ? Is hij bereid de overdracht van de twee vermelde delen van deze militaire domeinen te herzien ? Zijn er stappen gedaan in verband met het bodemsaneringsonderzoek, dat noodzakelijk is bij sluiting en vervreemding ? Krijgen, ten slotte, officiële instanties, zoals gemeentebesturen, voorrang bij het verwerven van de gronden ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de minister van Justitie die antwoordt namens de minister van Landsverdediging.

De heer De Clerck, minister van Justitie. ­ Mijnheer de Voorzitter, namens de minister van Landsverdediging kan ik het volgende mededelen.

Het toezicht op de vervreemde militaire domeinen wordt zelfs na overdracht aan het ministerie van Financiën tot de uiteindelijke verkoop door Landsverdediging gewaarborgd. In het geval van de domeinen van Brustem en Bevingen is de luchtmacht belast met deze toezichtsopdracht. De veiligheid binnen de vervreemde domeinen is echter de verantwoordelijkheid van de autoriteiten die hiervoor wettelijk bevoegd zijn. In dit geval zijn het de lokale autoriteiten die door de militairen worden verwittigd indien een onregelmatigheid wordt vastgesteld.

De verenigingen die momenteel gebruik maken van de sporthal, kunnen dit blijven doen tot het einde van het huidige sportseizoen, voor zover het domein niet vroeger wordt verkocht.

De gebouwen waar het museum ­ dat ontstond uit een initiatief van ex-militairen ­ is gehuisvest, zijn overgedragen voor verkoop. Een verhuis van het museum naar de Saffraanberg kan worden bestudeerd, indien deze vraag wordt gesteld.

De militaire domeinen worden in hun geheel aan het bevoegde aankoopcomité overgedragen met het oog op de vervreemding ervan. De minister van Landsverdediging is niet van plan de overdracht van deze domeinen te herzien.

De wettelijke voorschriften inzake bodemsaneringsonderzoek en de procedures van het bodemsaneringsdecreet zullen strikt worden toegepast.

In geval van onteigening voor openbaar nut krijgen officiële instanties en de gemeentebesturen voorrang bij het verwerven van deze vervreemde militaire domeinen.

Tot zover de informatie die de minister van Landsverdediging mij heeft gegeven.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Vautmans voor een repliek.

De heer Vautmans (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, begin juli kreeg ik op een gelijkaardige vraag een antwoord van de minister van Justitie. Voor de tweede keer is het antwoord teleurstellend. Begin juli was het vijf vóór twaalf, nu is het twaalf uur voorbij. Als de overheid niet spoedig iets onderneemt, zullen een waardevol domein en de gebouwen die erbij horen evolueren tot een soort Sarajevo. Voor de stad Sint-Truiden is het immers onmogelijk om over een domein van meer dan 400 hectaren, dat verdeeld is over twee sites, te waken.

Als een oplossing uitblijft, zal de opbrengst waarop Landsverdediging hoopte verdwijnen als sneeuw voor de zon.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.