1-77

1-77

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 5 DÉCEMBRE 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 5 DECEMBER 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE MINISTER VAN VERVOER OVER « DE REORGANISATIE VAN DE DIENST REGELING BINNENVAART »

QUESTION ORALE DE M. DEVOLDER AU MINISTRE DES TRANSPORTS SUR « LA RÉORGANISATION DU SERVICE DE LA RÉGULATION DE LA NAVIGATION INTÉRIEURE ».

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Devolder aan de minister van Vervoer over « de reorganisatie van de dienst Regeling Binnenvaart ».

Het woord is aan de heer Devolder.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, sedert 1970 werden belangrijke investeringen gedaan om de haven van Zeebrugge om te bouwen tot een moderne en polyvalente Noordzeehaven. Toch bleven belangrijke ontsluitingswerken achterwege, zoals de ontsluiting van de haven via kanalen. Het kanaal Brugge-Gent werd nooit volledig opgewaardeerd en er zijn nog geen concrete plannen voor het Noorderkanaal. Ook de ontsluiting via de weg blijft problematisch. De doortrekking van de A-18 loopt vertraging op. Sedert de staatshervorming zijn dat echter gewestelijke materies geworden.

De dienst Regeling Binnenvaart is wel federaal gebleven, maar volgens geruchten die steeds hardnekkiger worden is de dienst in het kader van reorganisatie en herstructurering van plan om een aantal regionale kantoren te sluiten, waaronder het beurtkantoor Brugge.

Voor de ontsluiting van de Zeebrugse haven is de binnenvaart een belangrijk transportmiddel. De eventuele sluiting van een beurtkantoor of een schippersbeurs zou voor de binnenvaart een doodsteek betekenen. Klanten verwachten immers bediend te worden met service en souplesse . Zij wensen geen bediening vanuit een verafgelegen kantoor, dat misschien zelfs andere belangen dient.

Ik geef een concreet voorbeeld voor het geval dat het beurt-kantoor in Brugge wordt gesloten. Wanneer dan na 10 uur 45 's ochtends nog scheepsruimte wordt aangevraagd zou pas 36 uur later het schip effectief kunnen worden geladen. Dit staat gelijk met commerciële zelfmoord.

Een eventuele sluiting van het beurtkantoor zou dus zware gevolgen hebben voor de nijverheid in de regio Brugge-Oostende die voor haar bevoorrading rechtstreeks van de binnenscheepvaart op het kanaal Brugge-Oostende afhangt.

Ik wil aan de minister het volgende vragen : heeft de minister de intentie om de regionale beurtkantoren te sluiten ? Indien tot zware reorganistatie zal worden overgegaan, met welke criteria zal dan rekening worden gehouden ?

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Daerden.

De heer Daerden, minister van Vervoer. ­ Mijnheer de Voorzitter, bij de bespreking van de begroting van de dienst voor de Regeling der Binnenvaart werd inderdaad onderzocht op welke wijze besparingen op de werkingskosten van dit organisme kunnen worden gerealiseerd. De DRB zelf heeft de mogelijkheid geopperd om de twee kleinste beurtkantoren, namelijk dat van Brugge en dat van Brussel, te sluiten.

Over het voorstel tot sluiting van voormelde kantoren werd tot nu toe nog geen enkele beslissing getroffen. Alvorens dit te doen, zal er in ieder geval een raadpleging van de sector plaatsvinden, zodat met alle overwegingen van economische aard rekening kan worden gehouden. Het moet dus duidelijk zijn dat ook de elementen die de heer Devolder in zijn vraag heeft aangehaald, in overweging zullen worden genomen.

De rol van de kantoren van de DRB mag evenwel niet verkeerd worden ingeschat. Deze kantoren staan in voor de toerbeurtregeling en zij vervullen dus een administratieve functie bij het uitvoeren van de reglementaire bepalingen in verband met de marktordening. De inplanting van een dergelijk kantoor te Brugge houdt geen rechtstreeks verband met de rol van de binnenvaart voor de haven van Zeebrugge, waarvan het volume niet mag worden onderschat.

Bovendien schijft de richtlijn 96/75/EG van 19 november 1996 de geleidelijke afbouw van de toerbeurtregeling voor. Het omzetten van deze richtlijn in onze wetgeving zal na 1 januari 1997 onvermijdelijk een invloed hebben op de rol van de DRB en het behoud van zijn kantoren. Op 1 januari 2000 wordt de toerbeurtregeling krachtens de Europese richtlijn in elk geval afgeschaft.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Devolder voor een repliek.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord. De toerbeurtregeling wordt op 1 januari 2000 inderdaad afgeschaft. Dat neemt echter niet weg dat er intussen nog belangrijke economische belangen dienen te worden verdedigd. Verder wil ik de minister erop wijzen dat men nooit iemand mag verwijten dat hij nog zwart ziet, als men hem niet eerst een stuk zeep heeft gegeven. De ontsluiting van de haven van Zeebrugge voor de binnenscheepvaart is nooit ten volle gerealiseerd. Die gebrekkige ontsluiting kan bijgevolg niet worden ingeroepen voor de geringe dimensies van het plaatselijke DRB-kantoor.

De aangekondigde raadpleging van de sector draagt uiteraard mijn goedkeuring weg. Toch wens ik te beklemtonen dat ik niet alleen een lans breek voor mijn eigen subregio; de belangen van geheel West-Vlaanderen, ook die van de Oostendse haven, staan op het spel. Wellicht kon de minister hierover reeds van gedachten wisselen met andere gesprekspartners.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.