1-69 | 1-69 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 17 OCTOBRE 1996 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 17 OKTOBER 1996 |
De Voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Buelens aan de minister van Volksgezondheid en Pensioenen over « het oplopend aantal zwangerschapsafbrekingen ».
Het woord is aan de heer Buelens.
De heer Buelens (Vl. Bl.). Mijnheer de Voorzitter, in het verslag van de Nationale Commissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking staan de cijfers gepubliceerd van het aantal vrouwen die een abortus hebben ondergaan. Zowel in de algemene cijfers als in de tabellen waar rekening wordt gehouden met vrouwen die een abortuskliniek in Nederland bezochten, en met laattijdige meldingen stelt de commissie een constante stijgende lijn in het aantal abortussen vast. In concreto zijn in 1995 13 365 abortussen uitgevoerd. Dit is een gemiddelde van 1 114 abortussen per maand of bijna 37 per dag. Opmerkelijk is ook dat bijna een op twee vrouwen jonger is dan twintig jaar.
De commissie besluit dienaangaande dat zij « het absoluut noodzakelijk acht de inspanningen die geleverd worden tot een betere vorming en voorlichting van adolescenten zowel in als buiten de scholen, voort te zetten en te verbeteren. »
De conclusie van de commissie noopt mij tot enkele vragen aan de minister.
Vindt de minister het normaal dat er per dag bijna 37 ongeboren kinderen worden gedood in een beschaafd land ?
Vindt de minister het niet hoog tijd dat de overheid passende maatregelen neemt om de jeugd opnieuw normen en waarden te leren ?
Indien de minister geen enkele zeggenschap heeft inzake jeugd- en onderwijsbeleid, is het dan niet aangewezen ook de restbevoegdheden te regionaliseren, teneinde alle maatregelen te kunnen bundelen die een verhoogd normbesef nastreven ?
Welke maatregelen zal de minister nemen om het aantal abortussen te doen verminderen ?
De Voorzitter. Het woord is aan minister Derycke, die antwoordt namens de minister van Volksgezondheid en Pensioenen.
De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. Mijnheer de Voorzitter, minister Colla kan wegens ziekte niet antwoorden op deze vraag.
De minister heeft maandag reeds in de verenigde kamercommissies voor de Justitie en voor de Volksgezondheid duidelijk gesteld dat zowel de wetgeving met betrekking tot zwangerschapsonderbreking als de wetgeving tot oprichting van de nationale evaluatiecommissie het resultaat zijn van een parlementair initiatief. Kamer en Senaat zijn ter zake samen bevoegd en kunnen ingrijpen in de verslagen van de nationale evaluatiecommissie en de wetgeving daarrond.
De minister of de Regering kunnen zich niet inlaten met de persoonlijke relatie geneesheer-patiënt, noch met het vaststellen van de « noodsituatie » noch met de definiëring ervan.
De bevoegdheden inzake jeugd- en onderwijsbeleid zijn inderdaad overgedragen aan de Gemeenschappen. Welke restbevoegdheden inzake onderwijs en jeugd nog zouden moeten worden overgedragen teneinde alle maatregelen te bundelen die een verhoogd « normbesef » nastreven, zijn de minister een raadsel.
Zoals hij maandag reeds verklaarde in de Kamer, ziet de minister geen aanleiding om aan te sturen op wetswijzigingen. Hij heeft wel de intentie contact op te nemen met de bevoegde gemeenschapsministers om hen de aanbevelingen van de Nationale Evaluatiecommissie te overhandigen en op adequate maatregelen aan te dringen.
De Voorzitter. Het woord is aan de heer Buelens voor een repliek.
De heer Buelens (Vl. Bl.). Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister, omdat hij het antwoord van de minister van Volksgezondheid heeft willen voorlezen.
Het valt mij telkens op dat men het woord zwangerschapsonderbreking verkiest boven zwangerschapsafbreking. Dit vind ik misplaatst, aangezien het eerste woord suggereert dat men de zwangerschap na enige tijd kan voortzetten.
Het Vlaams Blok heeft destijds gewaarschuwd voor de gevaren verbonden aan de legalisering van abortus en tegen de abortuswet gestemd, zonder hiervoor een tijdelijke « beslissingsonmogelijkheid » te moeten inroepen. De fractieleden van het Vlaams Blok kijken overigens nu al met een bijzondere belangstelling uit naar het standpunt dat prinses Astrid, die op 20 november als nieuwe senator zal worden geïnstalleerd, ter zake zal innemen en of zij hierin haar oom zal volgen of niet.
De Voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.