1-59

1-59

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 18 JUILLET 1996

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 18 JULI 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER GORIS AAN DE MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING OVER « DE GEZONDHEIDSTOESTAND VAN DE TROEPEN IN EX-JOEGOSLAVIE »

QUESTION ORALE DE M. GORIS AU MINISTRE DE LA DÉFENSE NATIONALE SUR « L'ÉTAT DE SANTÉ DES TROUPES EN EX-YOUGOSLAVIE »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Goris aan de minister van Landsverdediging over « de gezondheidstoestand van de troepen in ex-Joegoslavië ».

Het woord is aan de heer Goris.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, tijdens ons bezoek aan de Beluga-groep in het Visoko-kamp in Joegoslavië werden wij geconfronteerd met het probleem van de slechte gezondheidstoestand van de manschappen.

Allereerst is er het probleem van de vaccinaties. De noodzakelijke herhaling wordt niet steeds toegediend, zodat de vaccinatie uiteraard automatisch haar doel mist.

Ten tweede is er het probleem van de gebrekkige huisvesting. Soldaten van de genietroepen dienen te overnachten in loodsen van leerlooierijen vol cementstof. Het gevolg is dat zij 's morgens ontwaken met een bloedneus, een hese stem en dergelijke meer. Bovendien blijkt dat de UNO dit probleem kent, aangezien de vorige troepen moesten verhuizen omwille van gezondheidsklachten. Het is onverantwoord dat er opnieuw troepen gelegerd zijn in die loodsen zonder dat efficiënte maatregelen werden genomen om de problemen te verhelpen.

Ten derde is ook het douchewater sterk verontreinigd zodat huidkloven en -schimmels veelvuldig voorkomen.

Ten vierde blijken de medische opvang en de begeleiding ter plaatse sterk te wensen over te laten. Verschillende Belgische militairen hebben dan ook hun heil gezocht bij een andere arts. Een groot probleem is ook dat het zogenaamde « model 150 », dat in dergelijke gevallen een toelage waarborgt, niet wordt opgemaakt.

Van deze problemen werden wij op de hoogte gebracht tijdens een bezoek van de minister en van een parlementaire delegatie aan het kamp. Graag vernam ik hoever het staat met het beloofde onderzoek naar de situatie en wat er de voorbije twee maanden reeds is gebeurd om deze vier tekortkomingen te verhelpen.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Poncelet.

De heer Poncelet, minister van Landsverdediging. ­ Mijnheer de Voorzitter, op de beweringen in verband met de gezondheidstoestand van onze troepen in ex-Joegoslavië kan ik het volgende antwoorden.

Men moet vermijden een vals beeld te scheppen van de gezondheidstoestand van de Belgische troepen in Bosnië-Herzegowina. Ergens moeten we toch ook denken aan het moreel van onze soldaten en aan het thuisfront. Weliswaar was het Visoko-kamp algemeen in een zeer slechte staat toen wij het begin dit jaar overnamen, maar sindsdien hebben onze troepen er hard gewerkt en hebben wij ook veel geld geïnvesteerd, onder meer door het aankopen van containers. Ik beperk mij dus tot de huidige situatie.

De voorgeschreven inentingen voor de ongeveer 350 Belgische militairen zijn volkomen in orde.

Wat de huisvesting betreft, slaapt het grootste deel van ons personeel in containers en in een omgeving die door permanent onderhoud maximaal stofvrij wordt gehouden. Ik kan u dan ook ten stelligste verzekeren dat tijdens ons verblijf geen neusbloeding of andere symptomen werden waargenomen. Het stof werd door een medisch labo in Brussel onderzocht en zonder gevaar bevonden.

Volgens onze dokter ter plaatse is niet bewezen dat er een verband is tussen de kwaliteit van het douchewater en de beschreven huidproblemen. Sinds zijn aankomst, twee en een halve maand geleden, werden bij het Belgisch detachement van Beluga in het totaal een twintigtal van de beschreven symptomen vastgesteld te wijten aan het warme weer en een gebrekkige persoonlijke hygiëne.

Voor de medische begeleiding ter plaatse doen, volgens de commandant van het Belgisch detachement, de dokter en zijn ploeg hun uiterste best. Het Belgisch personeel doet bij voorkeur een beroep op onze dokter. Tot nu toe werd 23 keer een « model 150 » opgemaakt, telkens voor niet-zware gevallen. Een « model 150 » dat wordt opgesteld na een ongeval of incident geeft geen recht op een toelage van ambtswege.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Goris voor een repliek.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord, maar ik wens toch te wijzen op het huisvestingsprobleem. Onze genietroepen zijn immers gehuisvest in zeer onaangename loodsen. Ik hoop evenwel, samen met de minister, dat deze troepen binnenkort in containers kunnen worden gelegerd. Wij volgen de situatie in elk geval van nabij.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.