1-56 | 1-56 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 4 JUILLET 1996 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 4 JULI 1996 |
De Voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer D'Hooghe aan de staatssecretaris voor Veiligheid, en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu over « de politie over het wegverkeer inzake het gebruik van in-line skates (skeelers) ».
Het woord is aan de heer D'Hooghe.
De heer D'Hooghe (CVP). Mijnheer de Voorzitter, sinds enige tijd worden in-line skates of de zogenaamde skeelers op de markt gebracht. Het gaat om een soort van meer gesofisticeerde rolschaatsen. Dit heeft als ontspanningsmiddel veel succes bij de jeugd, maar in stedelijke agglomeraties maken een aantal volwassenen er ook gebruik van om zich naar hun werkplaats te begeven.
De noodzaak laat zich dus gevoelen om een reglementering voor het gebruik van deze in-line skates op te nemen in de wegcode. Ik kan best begrijpen dat dit in het licht van onze gediversifiëerde wegeninfrastructuur geen eenvoudige aangelegenheid is. Op voetpaden, vooral dan op smalle voetpaden, houdt het gebruik van deze schaatsen heel wat risico's in ; op de rijweg valt hun gebruik moeilijk te verzoenen met het autoverkeer. In sommige toeristische centra hebben de gemeentelijke autoriteiten getracht het gebruik van deze schaatsen via het politiereglement te regelen. Dat gebeurde niet op een gelijkvormige wijze. Wie zich met skeelers van Knokke naar Blankenberge wenst te verplaatsen, moet dan ook precies weten waar de gemeentegrenzen liggen en de reglementering van elke gemeente ter zake kennen.
Heeft de staatssecretaris reeds maatregelen getroffen om het gebruik van in-line skates te regelen en in de wetten betreffende de politie over het wegverkeer op te nemen of is hij van oordeel dat de huidige reglementering volstaat ? Hoe kwalificieert hij het gebruik ervan in de bestaande reglementering ?
Verder had ik ook graag geweten of de bestaande verzekeringspolissen bij ongevallen de schade dekken en of de dekking van deze polissen wel volstaat voor de risico's die de gebruikers van in-line skates lopen.
De Voorzitter. Het woord is aan staatssecretaris Peeters.
De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. Mijnheer de Voorzitter, de vigerende wegcode bevat geen specifieke regels voor het gebruik van rolschaatsen of andere trendgevoelige verplaatsingstuigen. Destijds waren autopeds zeer populair, vervolgens kwamen de gewone rolschaatsen in zwang. Ook die lieten vliegensvlugge verplaatsingen op de weg toe, maar de wegcode heeft hun gebruik nooit gereglementeerd.
Gebruikers van in-line skates of skeelers worden zodoende met toepassing van de wegcode impliciet als voetgangers beschouwd. Zij dienen zich dus te houden aan alle regels die op de voetgangers van toepassing zijn. Zij dienen dus gebruik te maken van de trottoirs, als die er zijn, met inachtneming van respect voor de andere weggebruikers. Op de zeedijken en andere plaatsen waar geen trottoirs zijn aangebracht, kunnen zij het wegdek samen met de andere weggebruikers delen zonder de beweging van de andere weggebruikers in het gedrang te brengen. Dat is een algemeen voorschrift van de wegcode.
Het ligt niet in mijn bedoeling om ter zake reglementerend, gebiedend of beperkend op te treden. Op specifieke plaatsen waar ook een druk verkeer van andere weggebruikers is, zoals op de zeedijk aan onze kust, kan het gebruik best bij politiereglement worden geregeld. Op andere plaatsen mag wellicht een beroep worden gedaan op het gezond verstand van alle weggebruikers.
Het aanpassen van de wegcode vraagt zoveel wetgevend werk, dat het ons te ver zou leiden.
De Voorzitter. Het woord is aan de heer D'Hooghe voor een repliek.
De heer D'Hooghe (CVP). Mijnheer de Voorzitter, ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoord, maar ik wil hem er toch op wijzen dat ik slechts op één van de twee delen van mijn vraag een antwoord heb gekregen. Over het specifieke probleem van de verzekering heeft hij niets gezegd en dat stelt precies in de praktijk de grootste problemen. Ik kan mij indenken dat bij stoffelijke schade de familiale verzekering kan worden aangesproken, maar wat gebeurt er bij lichamelijke schade ten gevolge van een dergelijk « wegverkeer », als men dat zo mag noemen ? Zijn er op dit vlak richtlijnen gegeven ? Zolang er geen ongevallen gebeuren, is dit geen probleem, maar deze vorm van rolschaatsen wordt zo stilstaan toch wel een grote rage. Precieze regelingen dringen zich dus op.
De Voorzitter. Het woord is aan staatssecretaris Peeters.
De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. Mijnheer de Voorzitter, de verzekeringswetgeving valt niet onder mijn bevoegdheid, maar onder die van Vice-Eerste minister Di Rupo. Ik raad de heer D'Hooghe dus aan deze vraag aan mijn collega te stellen. Spontaan zou ik zeggen dat hierbij dezelfde regels worden toegepast als wanneer twee voetgangers met verschillende snelheid tegen elkaar botsen. Dergelijke kwesties zijn in de verzekeringsrechtspraak geregeld.
De Voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.