1-911/1

1-911/1

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

12 MAART 1998


Wetsvoorstel houdende inkorting van de administratieve hechtenis van buitenlanders die illegaal op het Belgische grondgebied verblijven

(Ingediend door mevrouw Lizin c.s.)


TOELICHTING


Naar aanleiding van de aanneming van de wet van 15 juli 1996 tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, is er heel wat discussie ontstaan, onder meer omdat de socialistische fractie in de Senaat twijfels had met betrekking tot het stelsel van de administratieve hechtenis dat de regering wilde invoeren.

Er was immers sprake van de invoering van een onbeperkte hechtenis in verschillende situaties waarbij een vreemdeling hier illegaal verbleef of wanneer tegen hem een maatregel van orde wordt genomen. Er werd sterk getwijfeld of een dergelijke bepaling niet in strijd was met het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens.

Uiteindelijk koos het Parlement in 1996 voor een overgangsstelsel van onbeperkte hechtenis, dat uiterst beperkt was in de tijd en dat automatisch vervangen zou worden door een stelsel van administratieve hechtenis die maximaal acht maanden kan duren (behalve als het Parlement daar anders zou over beslissen).

Dit stelsel, dat beperkt is tot acht maanden, is sedert 1 januari 1998 van kracht.

Nu reeds blijkt evenwel dat een maximale duur van vijf maanden meer dan voldoende is, gelet op de administratieve praktijk van de Dienst Vreemdelingenzaken (betere verwerking van de dossiers) en op de gemiddelde wachttijd voor het verkrijgen van de nodige documenten voor de verwijdering naar het land van bestemming.

In andere Europese landen (bijvoorbeeld Frankrijk) geldt een stelsel van hechtenis van kortere duur, maar in die landen zijn dan ook administratieve rechtscolleges voorhanden die een aantal waarborgen bieden, wat naar onze mening hier niet het geval is, met name inzake hoger beroep.

Het uitgangspunt van dit voorstel is zeer duidelijk : de hechtenis die uitzonderlijk is, moet strikt beperkt worden tot een periode die overeenstemt met het doel dat met die hechtenis wordt nagestreefd.

Dit wetsvoorstel heeft dus tot doel de duur van de hechtenis tot vijf maanden te beperken. Aan het beginsel van het stelsel wordt niet geraakt : de vreemdeling wordt in principe voor een basisperiode van twee maanden vastgehouden, die één enkele keer kan worden verlengd door toedoen van de administratie. Voor de daaropvolgende periode, nog slechts één maand, is de rechtstreekse tussenkomst van de toezichthoudende minister ­ in casu de minister van Binnenlandse Zaken ­ vereist.

Anne-Marie LIZIN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

De wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1996, wordt gewijzigd als volgt :

In de artikelen 7, zesde lid, 25, zesde lid, 29, vierde lid, 74/5, § 3, derde lid, 74/5, § 4, 3º, en 74/6, § 2, derde lid, wordt het woord « acht » telkens vervangen door het woord « vijf ».

Anne-Marie LIZIN.
Roger LALLEMAND.
Nadia MERCHIERS.