1-83
COM

1-83
COM

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales des réunions publiques de commission

Handelingen van de openbare commissievergaderingen

COMMISSION DE L'INTÉRIEUR ET DES AFFAIRES ADMINISTRATIVES

COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE EN ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN

SÉANCE DU MARDI 28 JANVIER 1997

VERGADERING VAN DINSDAG 28 JANUARI 1997

(Vervolg-Suite)

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE MME MILQUET AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE L'INTÉRIEUR SUR « LE FINANCEMENT DES CONTRATS DE PRÉVENTION »

VRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW MILQUET AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN OVER « DE FINANCIERING VAN DE PREVENTIECONTRACTEN »

Mme la présidente. ­ L'ordre du jour appelle ma demande d'explications au vice-Premier ministre et ministre de l'Intérieur sur « le financement des contrats de prévention ».

Monsieur le vice-Premier ministre, je sors donc momentanément de mon rôle de présidente de cette commission pour développer ma demande d'explications.

Celle-ci ayant été déposée le 11 décembre 1996, il se peut que, depuis lors, la situation ait évolué.

On le sait, le budget affecté aux contrats de sécurité et de société a été maintenu en 1997 et a même été augmenté de 200 millions. C'est là une mesure positive, une nouvelle conception des choses.

Paradoxalement et alors que les objectifs sont tout à fait similaires ­ c'est-à-dire la sécurité, la lutte contre la petite criminalité, l'assainissement de la société, etc. ­ , le budget global affecté aux contrats de prévention devait, en tout cas en décembre, être réduit d'un tiers. Parallèlement, il était demandé aux communes de poursuivre les projets et de remplir les mêmes obligations. Les communes devaient ainsi faire face à une charge supplémentaire qu'elles ne semblaient pas capables de supporter; je pense principalement aux plus petites d'entre elles et à celles qui sont en difficulté, comme c'est souvent le cas.

Quelle est la situation actuelle ? A-t-on pris conscience des répercussions dramatiques, pour les communes, à l'échelon budgétaire ? La plupart des communes étaient sur le point d'abandonner certains projets.

L'idée consistait-elle, avec le même budget, à permettre de nouveaux contrats de prévention, quitte à réduire, pour les communes qui en ont le plus besoin, le financement y afférent ?

Quels sont vos projets en la matière, monsieur le vice-Premier ministre ? Des décisions ont-elles été prises et, dans l'affirmative, quelles sont-elles ? Confirmez-vous cette diminution du budget en matière de contrats de prévention ? Cette mesure n'est-elle pas contradictoire au niveau politique ? En effet, les derniers éléments nous ont démontré la nécessité de renforcer cette dimension dans nos priorités politiques, et cela a été effectivement le cas pour les contrats dits de société et non pour les contrats de prévention, lesquels sont tout aussi importants.

Het woord is aan de heer Caluwé.

De heer Caluwé (CVP). ­ Mevrouw de voorzitter, als ik de vice-eerste minister er niet al te zeer mee overval, zou ik de vraag graag nog iets willen uitbreiden. Het gaat immers toch over een aanzienlijk bedrag van bijna drie miljard. Vindt de vice-eerste minister nu het systeem drie à vier jaar oud is, dat de doelstellingen zijn bereikt ? Vindt hij dat de wijze waarop met de contracten wordt gewerkt, evaluatie mogelijk maakt ? Het gaat om contracten, maar worden aan de gemeenten ook echte contractuele verplichtingen opgelegd ? Zijn er voor elke gemeente doelstellingen geformuleerd waarvan men kan nagaan of ze al dan niet zijn gerealiseerd ? In welke mate hebben de veiligheidscontracten invloed op de politiediensten ? Of gaat het eigenlijk meer over sociale en preventieve aspecten ? Kan de vice-eerste ministre hierop globaal, maar zo mogelijk ook iets meer gespecifieerd antwoorden ?

Ik geef een voorbeeld. Een van de doelstellingen van de veiligheidscontracten is het politiemensen mogelijk te maken zich meer op echt politiewerk toe te leggen en meer de straat op te gaan. Is dit inderdaad gerealiseerd ? Wordt de achterliggende gedachte van de veiligheidscontracten ook door de politiediensten overgenomen ?

Zo zijn er bijvoorbeeld de elementen slachtofferzorg en preventie. Leidt het feit dat daarvoor extra mensen worden ingezet bij de politie zelf niet tot de reactie dat zij zich daarmee dus niet meer moet bezighouden ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan de vice-eerste minister Vande Lanotte.

De heer Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. ­ Allereerst wil ik antwoorden op de vraag van mevrouw Milquet. Wij hadden een budget van 170 miljoen gepland. Met dat budget moest ook een aantal nieuwe contracten worden gesloten. Nu hebben wij het VSPB, het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid, uitgestuurd met de boodschap dat er op het vlak van de kredieten streng moet worden geselecteerd. Ik geef eerlijk toe dat dit een bewuste strategie was, maar het heeft wel gewerkt. Bij de evaluatie werden de gemeenten een beetje op de rooster gelegd. Aanvankelijk was er sprake van een beperking van de kredieten met 10 %. Dat betekende een aanzienlijke vermindering van de subsidies en de gemeenten hebben dat niet zo goed verteerd. Dat was ook logisch. Wij hebben dit echter met opzet gedaan, omdat we dachten dat het goed was na drie jaar ieders geweten eens te onderzoeken. We hebben dan een aantal extra contracten onder de loep genomen en een aantal principes vastgelegd, onder andere dat op de personeelsuitgaven niet wordt bespaard. Dat betekent dat ik vrijdag op de Ministeraad een globaal project niet van 170, maar van 197 miljoen zal voorstellen.

Er wordt 27 miljoen meer uitgetrokken voor preventiecontracten. Er zullen overigens zeven nieuwe contracten worden gesloten. De werkingskosten dalen aldus met 1 of 2 %. Hierbij moeten we ook voor ogen houden dat een aantal werkingskosten eenmalig waren. Het globale pakket van 197 miljoen wordt gecompenseerd door op andere punten de kredieten terug te schroeven. Ik denk dat ik daarmee heb geantwoord op de vraag van mevrouw Milquet en van vele mensen uit de gemeenten en ook uit de Kamer, die erop hebben aangedrongen streng te zijn, maar redelijk. Ik denk dat we dat inderdaad zijn. Ik blijf erbij dat de gevolgde strategie niet slecht was, omdat men daardoor ook ter plaatse een extra evaluatie heeft gemaakt.

Ik kom nu tot de evaluatie van de preventiecontracten. De werking daarvan is nogal direct. Het gaan om kleinere gemeenten en steden en de impact is dus groot. Ik kan dit moeilijk echt wetenschappelijk bewijzen. Het is eerder een kwestie van aanvoelen. De beïnvloeding van de mentaliteit en van de werkwijze blijkt trouwens uit de contacten.

Ik ben voorzichtig in mijn uitspraken aangaande de veiligheidscontracten. Het gaat immers om grote korpsen en bijgevolg zal de wijziging geleidelijk verlopen. In sommige korpsen van Genk is er een globale veiligheidsvisie. Er is een grotere aanwezigheid op het terrein met een drastische daling van de criminaliteit als resultaat.

Bij het bezoek met de Koning hebben we inderdaad vastgesteld dat er een wisselwerking is tussen politie en wijkagenten en de buurtwerkers.

In Gent is het moeilijker. Het politiekorps was niet op een ideale manier gestructureerd en het veiligheidscontract is daar sinds twee jaar een alibi om de structuur te wijzigen. Er zijn zelfs externe consultants bij de herstructurering betrokken. Het resultaat blijkt wel nog niet uit de cijfers, maar er is toch een ontwikkeling aan de gang.

In Brussel zijn er veel meer aanwervingen gebeurd. Er is meer politie op straat en dat heeft een duidelijke impact op de criminaliteit.

In Antwerpen is de evaluatie niet positief, maar het veiligheidscontract zal wel worden aangewend bij onderhandelingen die moeten leiden tot een verbetering van de situatie.

Het veiligheidscontract is hoe dan ook een aanzet tot verandering. Het opzet is globaal gezien gelukt, maar in de ene stad gaat het iets sneller dan in de andere. Op sommige plaatsen zal het resultaat misschien nog jaren uitblijven. Het is evident dat de nieuwe filosofie niet zonder meer in het korps doordringt. Elk lid van het korps moet wel een copie van het veiligheidscontract krijgen zodat iedereen precies weet waarover het gaat. Dat de leiding de filosofie overneemt, is evenmin vanzelfsprekend. Het overtuigen van de politie-oversten is dus de volgende stap. In de toekomst zal ook de gemeentepolitie worden geherstructureerd. Daarover wordt op het ogenblik nog gediscussieerd.

Naast het veiligheidscontract beschikken wij ook over de monitoring als extra-werkinstrument. De objectieve en de subjectieve cijfers van de bevolking zullen jaarlijks worden geëvalueerd. We zouden maandelijks criminaliteitsstatistieken moeten hebben en daarom zal met een crime index worden gewerkt. Vier à vijf gemakkelijk constateerbare criminaliteitsfenomenen, waarvan de zekerheid dat ze worden aangegeven groot is, zullen worden geëvalueerd. Dit kan via het veiligheidscontract aan de korpsen worden opgelegd. Wij moeten echter realistisch zijn, een « politiecultuur » kan niet op drie à vier jaar worden veranderd. Ik blijf evenwel optimistisch. Met de bijkomende 200 miljoen zullen een aantal supplementaire maatregelen worden getroffen. Mijn globale evaluatie is dat er een aantal stappen zijn gezet die het mogelijk moeten maken de veiligheidspolitiek een nieuwe preventiedimensie te geven.

Mme la présidente. ­ Au moment où j'ai déposé cette demande d'explications, le sujet était prégnant. J'espère que la proposition que vous ferez ce vendredi sera suivie, monsieur le vice-Premier ministre. Nous ferons en sorte que cela soit le cas.

Vous avez parlé de la problématique de l'évaluation. On a toujours agi dans une démarche ponctuelle. Heureusement, dans le cadre des contrats de sécurité, on commence à constater les effets d'une démarche qui s'inscrit sur trois ans. Vous l'avez souligné, tout cela n'est qu'un moyen ­ et peut-être un alibi ­ pour imposer un nouveau changement dans la collaboration et les mentalités.

Dans le cadre de la réforme qui aura lieu, estimez-vous que l'on en viendra à un système tout à fait structurel qui rendra superflu le recours à ce type de contrat ponctuel renégocié ? Avez-vous l'intention, à terme, d'intégrer ce genre de démarche dans le cadre d'une réforme plus structurelle du monde policier ?

M. Vande Lanotte, vice-Premier ministre et ministre de l'Intérieur. ­ Non, car je pense qu'il est assez utile de pouvoir négocier tous les deux ou trois ans et de remettre certaines choses en question. Pour les bourgmestres qui sont aussi responsables de la sécurité, c'est un outil assez précieux. C'est une aide de l'État en moyens et en idées. Je pense qu'il s'agit là d'une bonne méthode pour garder une diversité mais qui se négocie tous les deux ou trois ans.

Une démarche structurelle apporterait une amélioration durant les deux premières années puis introduirait malheureusement une dimension de statu quo . Or, en matière de sécurité, de police locale, une remise en question doit avoir lieu. La structure de la police communale ne rend pas la chose aisée car elle est cloisonnée par commune et les influences des uns et des autres sont parfois en retrait par rapport aux potentialités.

La démarche que nous préconisons permet de s'inspirer des expériences d'autres villes et de susciter des changements. La méthodologie me paraît bonne : le ministre tente d'indiquer une direction tout en tenant compte des réalités sur le terrain ­ ce qui est aussi intéressant ­ et les acteurs de terrain reçoivent des impulsions qui me semblent profitables. Je propose donc que cette démarche reste un partenariat et ne s'inscrive pas dans une logique structurelle qui en ferait une sorte d'automatisme.

Mme la présidente. ­ Je partage votre avis.

L'incident est clos.

Het incident is gesloten.