1-828/2 | 1-828/2 |
7 MAART 1998
Evocatieprocedure
Art. 2
In § 1 van het voorgestelde artikel 46bis het tweede lid doen vervallen.
Verantwoording
De huidige communicatiemiddelen (fax, GSM, ...) maken het tweede lid van het voorgestelde artikel 46bis totaal overbodig, vermits zij het parket (nu reeds) de mogelijkheid bieden om zelfs in geval van een « uiterst dringende noodzakelijkheid », op een adequate en voldoende snelle manier op te treden.
De schrapping van het tweede lid ligt trouwens volledig in de lijn van de discussies betreffende het zogenaamde « mini-onderzoek » zoals voorzien door het wetsontwerp tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Gelet op het precaire karakter van de bedoelde maatregel is het dan ook aangewezen deze bevoegdheid enkel en alleen toe te kennen aan de procureur des Konings.
Art. 8
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
In het wetsontwerp werd geopteerd om de vroegere vereiste van volledige overschrijving van de afgeluisterde gesprekken te vervangen door een gedeeltelijke overschrijving. In de toelichting van het wetsontwerp vinden we aldus terug dat « de officier van gerechtelijke politie die instaat voor de uitvoering van de maatregel moet beoordelen welke communicaties of telecommunicaties van de banden van belang zijn voor het onderzoek en deze overschrijven.
Deze voorgestelde wijziging lijkt echter geenszins verantwoord.
Immers, de officier van gerechtelijke politie die het bedoelde onderscheid dient te maken staat voor geen eenvoudige opdracht, vermits het begrip « van belang geacht voor het onderzoek » niet voor alle partijen dezelfde inhoud zal hebben (onderzoek ten laste maar ook ten ontlaste). Alle partijen moeten dienvolgens het recht hebben om zelf te kunnen beslissen wat van belang is voor het onderzoek, wat alleen wordt mogelijk gemaakt door een integrale overschrijving van de opnames. Bovendien rijst een praktisch probleem inzake de vertaling van de communicaties en telecommunicaties : wanneer men niet overgaat tot volledige overschrijving met het oog op de vertaling ervan hoe zal men kunnen beslissen wat van belang is voor het onderzoek en wat niet ?
Binnen deze optiek zijn we dan ook van oordeel dat het argument welke aan de grondslag ligt om slechts tot gedeeltelijke overschrijving over te gaan, met name « dat de politiediensten eerder weigerachtig staan tegenover de uitvoering van zo'n maatregel, vooral vanwege het vele werk dat ermee gepaard gaat », niet opweegt tegen bovenstaande bedenkingen en in het bijzonder de inachtneming van de rechten van verdediging.
Dit amendement is er dan ook op gericht om de vroegere vereiste van volledige overschrijving te behouden.
De voorgestelde toevoeging in artikel 90sexies , eerste lid wordt dan ook overbodig vermits er geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen « van belang geachte communicaties en telecommunicaties » en « niet van belang geachte communicaties en telecommunicaties ».
Art. 9
Het tweede lid van het voorgestelde artikel 90septies vervangen als volgt :
« Iedere aantekening in het kader van de tenuitvoerlegging van de maatregelen bedoeld in het voorgaande lid door de daartoe aangewezen personen, die niet is opgetekend in een proces-verbaal, wordt vernietigd, met uitzondering van de overschrijving van de communicaties en telecommunicaties van de opname en de eventuele vertaling ervan. »
Verantwoording
Zie verantwoording amendement nr. 2.
Art. 9
Het derde lid van het voorgestelde artikel 90septies vervangen als volgt :
« De opnamen worden samen met de overschrijving van de communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan en de afschriften van de processen-verbaal onder verzegelde omslag ter griffie bewaard. »
Verantwoording
Zie verantwoording amendement nr. 2.
Art. 9
Het vijfde lid van het voorgestelde artikel 90 septies vervangen als volgt :
« Op verzoek van de verdachte, de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadsman, verleent de rechter toestemming om het geheel of gedeelten van de ter griffie neergelegde opnamen en overschrijvingen die niet zijn opgetekend in een proces-verbaal, te raadplegen en wordt desgevallend overgegaan tot overschrijving van bijkomende delen van de opnamen. »
Verantwoording
Wanneer de verdachte, de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadsman het noodzakelijk achten moeten zij het recht hebben om enerzijds het geheel of gedeelten van de ter griffie neergelegde opnamen en overschrijvingen die niet zijn opgetekend in een proces-verbaal te raadplegen, anderzijds te verzoeken om over te gaan tot overschrijving van door hen aangewezen bijkomende delen van de opnamen. Dit recht wordt des te meer verantwoord door het in de vorige artikelen gehanteerde onderscheid tussen « van belang geachte communicatie en telecommunicatie » en « niet van belang geachte communicaties en telecommunicaties ». Het gemaakte onderscheid zal immers niet voor alle partijen even evident zijn.
In de rand kan trouwens integraal verwezen worden naar het advies van de Raad van State bij artikel 9 :
« De inachtneming van de rechten van verdediging impliceert dat de partijen, dankzij de bewakingsmaatregel, het verzamelde bewijsmateriaal vrij kunnen bespreken, wat vooronderstelt dat de beklaagde in voorkomend geval bij de eerste verschijning voor de raadkamer, kennis kan nemen van de processen-verbaal, ze kan vergelijken met de opnamen en deze doeltreffend kan betwisten, zo nodig aan de hand van een expertise van de opgenomen banden.
Willen de artikelen 6 en 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in acht worden genomen, dienen deze waarborgen te worden opgenomen in de tekst zelf van de ontworpen wet. »
Art. 9
In het vierde lid van het voorgestelde artikel 90septies, 1º de woorden « en de vermelding van de onderwerpen en van de identificatiegegevens van de telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar opgeroepen werd wat betreft de niet van belang geachte communicaties en telecommunicaties » doen vervallen.
Verantwoording
Zie verantwoording amendement nr. 2.
| Frederik ERDMAN. |
Art. 2
In § 1 van het voorgestelde artikel 46bis , het eerste lid vervangen als volgt :
« § 1. Indien het onderzoek zulks vereist en er gegronde aanwijzigingen bestaan dat de feiten waarop het onderzoek slaat, een misdrijf vormen als bedoeld in een van de in artikel 90ter, § 2, bedoelde bepalingen, kan de procureur des Konings bij een gemotiveerde vordering van een operator van het telecommunicatienetwerk of van een verstrekker van een telecommunicatiedienst eisen dat :
1º hij de abonnee van de telecommunicatiedienst identificeert;
2º hij de identificatiegegevens meedeelt betreffende de telecommunicatiedienst waarop een bepaalde persoon geabonneerd is. »
Verantwoording
Zoals de memorie van toelichting aanstipt en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bevestigt, vormt het zoeken naar geheime nummers of naar houders van een geheim nummer slechts een maatregel die aan andere maatregelen voorafgaat. Die andere maatregelen, namelijk afluisteren, kennisnemen en registreren van privé-communicatie en telecommunicatie zijn alleen mogelijk voor bepaalde zware misdrijven, als bedoeld in artikel 90ter , § 2, van het Wetboek van Strafvordering.
De gevallen waarin deze bepaling wordt toegepast, moeten derhalve beperkt blijven tot die welke reeds bepaald zijn in artikel 90ter , § 2.
Het amendement preciseert dat die maatregelen slechts kunnen worden toegepast indien er gegronde aanwijzingen zijn dat de bedoelde feiten een misdrijf vormen.
Art. 2
In § 1 van het voorgestelde artikel 46bis , het tweede lid schrappen.
Verantwoording
De maatregelen bedoeld in het voorgestelde artikel 46bis zijn alleen maar maatregelen die voorafgaan aan de opsporing of het afluisteren. Die laatste maatregelen kunnen slechts bevolen worden door de procureur des Konings. Derhalve mag alleen hij gemachtigd worden die voorafgaande maatregelen te bevelen.
Zie in die zin : advies uitgebracht door de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (34/97).
Art. 5
Het voorgestelde artikel 88bis aanvullen met een § 3, luidende :
« § 3. De maatregel mag alleen slaan op de lokalen die voor beroepsdoeleinden worden gebruikt, op de verblijfplaats of de (tele)communicatiemiddelen van een advocaat of van een arts als die er zelf van verdacht wordt een misdrijf te hebben gepleegd of daaraan te hebben deelgenomen, of als precieze feiten doen vermoeden dat derden die van een misdrijf worden verdacht, diens lokalen, verblijfplaats of (tele)communicatiemiddelen gebruiken. »
Verantwoording
Het beroepsgeheim van een arts of een advocaat moet worden beschermd. Dat is ook het standpunt van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Art. 8
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 8. Artikel 90sexies, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
« De opnamen verricht als gevolg van de maatregelen genomen met toepassing van de artikelen 90ter, 90quater en 90quinquies, worden samen met de overschrijving van de voor het onderzoek nuttig geachte communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan en de identificatiegegevens van het telecommunicatiemiddel vanwaar of waarnaar een oproep heeft plaatsgehad, alsook een samenvatting van de inhoud van de niet in aanmerking genomen communicaties of telecommunicaties door de officieren van gerechtelijke politie aan de onderzoeksrechter overgezonden. »
Verantwoording
Men kan zich vragen stellen over de bepaling die aan de officier van gerechtelijke politie de bevoegdheid toekent om de nuttig geachte communicaties te selecteren. Het is de onderzoeksrechter die hierover moet oordelen. Om hem evenwel niet te dwingen tot langdurige, vaak nutteloze, verhoren kan de officier van gerechtelijke politie een eerste selectie maken, maar hij moet aan de magistraat een samenvatting bezorgen van de opnames die hem in het kader van het onderzoek niet bruikbaar lijken.
Art. 9
Het tweede lid van artikel 90septies vervangen als volgt :
« Iedere aantekening in het kader van de tenuitvoerlegging van de in het voorgaande lid bedoelde maatregelen door de daartoe aangewezen personen, die niet in een proces-verbaal is opgetekend, wordt vernietigd, met uitzondering van de overschrijving van de opname van de nuttig geachte communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan en de identificatiegegevens van het telecommunicatiemiddel vanwaar of waarnaar een oproep heeft plaatsgehad, alsook de samenvatting van de inhoud van de niet in aanmerking genomen communicaties en telecommunicaties. De voor de uitvoering van de maatregel aangewezen officier van gerechtelijke politie gaat over tot deze vernietiging en maakt daarvan melding in een proces-verbaal. »
Verantwoording
Het gaat om een aanpassing van artikel 90septies , tweede lid, rekening houdend met de inhoud van ons op artikel 8 voorgestelde amendement.
Art. 9
Het derde lid van artikel 90septies vervangen als volgt :
« De opnamen worden, samen met de overschrijving van de nuttig geachte communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan, de identificatiegegevens van het telecommunicatiemiddel vanwaar of waarnaar een oproep heeft plaatsgehad, alsook de bondige samenvatting van de inhoud van de niet in aanmerking genomen communicaties en telecommunicaties en de afschriften van de processen-verbaal, onder verzegelde omslag ter griffie bewaard. »
Verantwoording
Deze aanpassing vloeit voort uit de inhoud van ons op artikel 8 voorgestelde amendement.
Art. 9
Het vierde lid van artikel 90septies vervangen als volgt :
« De griffier vermeldt in een per dag bijgehouden bijzonder register :
1º de neerlegging van iedere opname, alsook van de overschrijving van de nuttig geachte communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan en de identificatiegegevens van het telecommunicatiemiddel vanwaar of waarnaar een oproep heeft plaatsgehad, alsook een bondige samenvatting van de inhoud van de niet in aanmerking genomen communicaties en telecommunicaties;
2º de neerlegging van ieder afschrift van een proces-verbaal;
3º de dag van de neerlegging ervan;
4º de naam van de onderzoeksrechter die de maatregel heeft bevolen en het doel ervan;
5º de dag waarop de zegels zijn verbroken en in voorkomend geval opnieuw zijn gelegd;
6º de datum van de kennisneming van de opname, de overschrijving van de nuttig geachte communicaties en telecommunicaties, de eventuele vertaling ervan en de identificatiegegevens van het telecommunicatiemiddel vanwaar of waarnaar een oproep heeft plaatsgehad, alsook de bondige samenvatting van de inhoud van de niet in aanmerking genomen communicaties of telecommunicaties, of de afschriften van de processen-verbaal, alsmede de naam van de personen die er kennis van hebben genomen;
7º iedere andere gebeurtenis die erop betrekking heeft. »
Verantwoording
Deze aanpassing van de tekst vloeit voort uit ons op artikel 8 voorgestelde amendement.
Art. 10
In dit artikel de woorden « De Koning bepaalt, na het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer te hebben ingewonnen, bij een in Ministerraad overlegd besluit » vervangen door de woorden « De wet bepaalt ».
Verantwoording
De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft erop gewezen dat artikel 22 van de Grondwet bepaalt dat enkel de wet of het decreet de bescherming van het recht op eerbiediging van het privé-leven en het gezinsleven waarborgt.
Aan de Koning mag op dit terrein dus geen bevoegdheid worden toegekend, temeer daar de grenzen van die bevoegdheid niet duidelijk afgebakend zijn.
| Claude DESMEDT. |
Art. 9
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
1º De nu geldende verplichting tot volledige transcriptie van de gesprekken is een materiële hindernis, die op efficiënte wijze belet dat er in overdreven mate gebruik wordt gemaakt van de tapbevoegdheid. De commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft dit in haar advies ook opgemerkt. De belangenafweging tussen openbaar belang en individuele rechtsbescherming is soms beter gediend met kwantitatieve beperkingen, dan met juridische formules.
2º Hoe moet de rechter, die zelf de gesprekken niet afluistert en ook niet over een proces-verbaal beschikt, waarin ze volledig uitgeschreven zijn, oordelen of een verzoek tot verdere toevoeging aan het dossier gegrond is ? Deze laatste reden lijkt me onoverkomelijk.
3º Het argument (in het evaluatierapport) dat georganiseerde criminelen gemakkelijk een contrastrategie kunnen toepassen door eindeloze conversaties zonder enig belang te voeren, lijkt me niet overtuigend. Wie weet dat zijn telefoonlijn afgeluisterd wordt, zal er geen gebruik van maken. Het rapport geeft trouwens geen voorbeeld waar deze contrastrategie zou zijn toegepast.
4º Tenslotte is het onderscheid dat in het laatste lid wordt gemaakt tussen de « soevereine » beoordeling van « de rechter » (de spelling souverein in de Nederlandse tekst is niet erekend) en de beoordeling van de onderzoeksrechter, die aan criteria is gebonden.
| Eddy BOUTMANS. |
Art. 5
Het laatste lid van § 1 van het voorgestelde artikel 88bis vervangen als volgt :
« In geval van ontdekking op heterdaad kan de procureur des Konings een opsporing bevelen voor de strafbare feiten die opgesomd worden in artikel 90ter, §§ 2, 3 en 4. De procureur des Konings kan deze maatregel eveneens bevelen wanneer de opsporing onontbeerlijk blijkt voor het vaststellen van een strafbaar feit bedoeld in artikel 114, § 8, van de wet van 21 maart 1991 en een klagende partij daarom verzoekt. In die gevallen moet de maatregel binnen vierentwintig uren worden bevestigd door de onderzoeksrechter. »
Verantwoording
Het ontwerp dat ons wordt voorgelegd reikt geen oplossing aan voor de problematiek van de ongepaste oproepen bedoeld in artikel 114, § 8, van de wet van 21 maart 1991.
Wanneer het slachtoffer van dit soort oproepen een klacht indient, is het parket vandaag niet in staat een opsporing te bevelen. De operatoren weigeren dat immers te doen zolang er geen gerechtelijk onderzoek naar dat dossier is geopend. Zij zijn alleen bereid de oproeper te contacteren en hem te vragen dat hij ophoudt met zijn praktijken en of hij aanvaardt dat zijn identiteit wordt meegedeeld aan het slachtoffer van zijn oproepen. Dergelijke verzoeken halen meestal niets uit.
Is het evenwel noodzakelijk voor een dergelijk dossier een gerechtelijk onderzoek in te stellen wetende dat de onderzoeksrechters nu al overbelast zijn ? Ik meen van niet.
Het ontwerp machtigt weliswaar het parket een opsporing te bevelen in geval van ontdekking op heterdaad, doch dat begrip is uiterst beperkend. Bij dergelijke ongepaste oproepen is ontdekking op heterdaad moeilijk. Ontdekking op heterdaad maakt een opsporing mogelijk, die dan weer een noodzakelijke voorwaarde is om het misdrijf te kunnen vaststellen.
Dit amendement strekt ertoe deze leemte aan te vullen door de procureur des Konings in staat te stellen een opsporing te bevelen in andere gevallen dan ontdekking op heterdaad, wanneer hij een misdrijf poogt vast te stellen bedoeld in artikel 114, § 8, van de wet van 21 maart 1991. Om misbruiken van het parket te voorkomen bepaalt het amendement dat dit slechts kan op uitdrukkelijk verzoek van de persoon die klacht heeft ingediend. Zoals bij ontdekking op heterdaad is het ook hier noodzakelijk dat de onderzoeksrechter binnen 24 uren de maatregel bevestigt.
| D. JEANMOYE |
Art. 5
Het laatste lid van § 1 van dit artikel aanvullen met de volgende zin :
« De procureur des Konings kan evenwel de opsporing bevelen indien de klager erom verzoekt, wanneer deze maatregel onontbeerlijk lijkt voor het vaststellen van een strafbaar feit bedoeld in artikel 114, § 8, van de wet van 21 maart 1991. »
Verantwoording
Zelfde verantwoording als bij amendement nr. 16.
| Andrée DELCOURT-PÊTRE. Dominique JEANMOYE. |
Art. 9
In het vierde lid, 4º, van het voorgestelde artikel 90septies invoegen de woorden « of bevestigd » tussen de woorden « heeft bevolen » en de woorden « en het voorwerp ervan ».
Verantwoording
De maatregel kan ook bevolen zijn door de procureur des Konings en nadien bevestigd door de onderzoeksrechter (zie artikel 90ter , § 5).
| André BOURGEOIS. |
Art. 5
In het voorgestelde artikel 88bis , § 1, het vierde lid vervangen als volgt :
« Hij vermeld ook de duur van de maatregel, die niet langer kan zijn dan twee maanden te rekenen van het bevelschrift. De maatregel kan slechts hernieuwd worden bij een met redenen omkleed bevelschrift waaruit de nieuwe feiten en gegevens blijken die een hernieuwing van de maatregel wettigen. »
Verantwoording
De voorliggende tekst in het ontwerp is strijdig met artikel 8.2 van het EVRM.
« Telecommunicatie » is een veel ruimer concept dan het vroegere « telefonische mededelingen ».
Hernieuwing dient niet uitgesloten of numeriek beperkt te worden, doch verbonden aan de voorwaarde van nieuwe feiten of vaststellingen.
Art. 9
In het voorgestelde artikel 90septies, het laatste lid vervangen als volgt :
« De verdachte, de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadsman hebben het recht om het geheel of gedeelten van de ter griffie neergelegde opnamen en overschrijvingen, die niet zijn opgetekend in een proces-verbaal, te raadplegen. Op hun uitdrukkelijk verzoek wordt tevens overgegaan tot overschrijving van bijkomende delen van de opnamen.
De rechter kan het in het vorige lid bedoelde verzoek enkel op grond van zwaarwichtige motieven bij een met redenen omklede beschikking afwijzen ».
Verantwoording
Dit amendement biedt een grotere garantie voor de rechten van de verdediging. Gezien het principe van de volledige overschrijving wordt verlaten, kan men een dergelijke toelating niet uitsluitend overlaten aan de soevereine beslissing van de rechter.
Ook de Raad van State dringt er in zijn advies op aan de waarborgen voor de rechten van de verdediging te expliciteren.
Dit amendement wil waarborgen dat partijen steeds overschrijvingen van bijkomende opnamegedeelten kunnen vragen.
In dit amendement dient de rechter een weigering expliciet te motiveren.
| Stef GORIS. |
Art. 8
Op de achtste regel het woord « onderwerpen » vervangen door de woorden « aangehaalde onderwerpen ».
Verantwoording
Het woord « sujets » is een correcte vertaling van de Nederlandse tekst, die beter de bedoeling van het ontwerp weergeeft om aan de onderzoeksrechter de gegevens te bezorgen die hem in staat stellen kennis te nemen van de draagwijdte van het geheel van de opgenomen communicaties.
| Claude DESMEDT. |
Art. 9
In het voorgesteld artikel 90septies, de twee laatste zinnen van het laatste lid vervangen als volgt :
« Het verzoek dat gericht is tot de onderzoeksrechter, wordt behandeld overeenkomstig artikel 61quinquies. De onderzoeksrechter kan dit verzoek bovendien afwijzen om redenen die verband houden met de bescherming van andere rechten of belangen van personen. »
Verantwoording
Teneinde overeenstemming te bereiken met de nieuwe procedures die door het ontwerp-Franchimont worden ingevoerd, wordt het verzoek tot raadpleging van overschrijvingen en opnamen en tot eventuele bijkomende overschrijvingen op dezelfde manier behandeld als het verzoek tot de onderzoeksrechter om een bijkomende onderzoekshandeling, ingevoerd door het nieuwe artikel 61quinquies van het Wetboek van Strafvordering. Dat artikel bepaalt eveneens dat tegen de beschikking van de onderzoeksrechter beroep mogelijk is overeenkomstig het nieuwe artikel 61quater , § 5, van hetzelfde Wetboek. Meteen wordt ook een onnauwkeurigheid uit de huidige tekst weggewerkt : nu zou immers slechts een beroep mogelijk zijn bij weigering van de onderzoeksrechter, terwijl het openbaar ministerie ook in staat gesteld moet worden in beroep te gaan bij een toestemming van de onderzoeksrechter.
Omdat in het geval van de telefoontap de privacy van derden en bepaalde belangen van personen die betrokken zijn bij het onderzoek in het gedrang kunnen komen, wordt gepreciseerd dat, naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 61quinquies, de onderzoeksrechter het verzoek ook kan afwijzen om redenen die verband houden met de privacy of andere rechten en belangen van personen.
De minister van Justitie,
Stefaan DE CLERCK.
Art. 9bis (nieuw)
Een artikel 9bis (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 9bis. Artikel 90novies van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met de volgende leden :
« Inbreuken op de bepalingen van het eerste lid openen een recht op vergoeding.
De vordering wordt ingesteld bij de gewone gerechten, in de vormen bepaald door het Gerechtelijk Wetboek, en wordt gericht tegen de Belgische Staat in de persoon van de minister van Justitie. »
Verantwoording
De huidige wetgeving voorziet niet in een sanctie bij overtreding van de bepalingen zoals voorzien in artikel 90novies , met betrekking tot de eerbiediging van het recht op privacy.
Dit amendement vult deze lacune op, en vormt een impliciete drempel voor het te onbeschroomd aanwenden van de mogelijkheden zoals voorzien in dit ontwerp.
Art. 9ter (nieuw)
Een artikel 9ter (nieuw) invoegen, luidend als volgt :
« Art. 9ter. Artikel 90decies, eerste lid, van hetzelfde wetboek, wordt vervangen als volgt :
« De minister van Justitie brengt elk jaar verslag uit aan het Parlement over de toepassing van de artikelen 46bis, 88bis en 90ter tot en met 90novies. »
Verantwoording
Artikel 90decies voorziet de verslaggeving aan het Parlement met betrekking tot gegevens in toepassing van artikel 90ter tot en met 90novies en volgende.
Is het niet logisch dat het Parlement ook kennis zou krijgen van de verrichtingen en resultaten van maatregelen tengevolge van de toepassing van de artikelen 46bis en 88bis ?
| Stef GORIS. |
Art. 10
In dit artikel de woorden « artikel 70bis » vervangen door de woorden « artikel 109ter E, § 2 ».
Verantwoording
Ingevolge artikel 16 van de wet van 19 december 1997 tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die inzake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie, werd artikel 70bis vernummerd.
De minister van Justitie,
Stefaan DE CLERCK.
Art. 8bis (nieuw)
Een artikel 8bis (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 8bis. Artikel 90sexies, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
« Onverminderd de selectie door de officier van gerechtelijke politie bedoeld in het vorige lid, beoordeelt de rechter welke van alle opgevangen inlichtingen, communicaties of telecommunicaties van belang zijn voor het onderzoek en laat daarvan proces-verbaal opmaken. In zoverre deze inlichtingen, communicaties of telecommunicaties niet overgeschreven of vertaald zijn overeenkomstig het eerste lid, moeten zij bijkomend overgeschreven en vertaald worden. »
| Frederik ERDMAN. |
(Subamendement op zijn amendement nr. 20)
Art. 9
De woorden « zwaarwichtige motieven » (in fine) vervangen door de woorden « redenen die verband houden met de bescherming van de rechten of belangen van derden ».
Verantwoording
Dit subamendement omschrijft duidelijker de redenen die de rechter kan inroepen om een weigering te motiveren.
| Stef GORIS. |
Art. 9
Artikel 90septies aanvullen met een laatste lid, luidende :
« Onverminderd hetgeen in de vorige leden bepaald is, verleent de rechter aan elke in het geding betrokken partij of zijn raadsman toestemming om de door die partij gevoerde gesprekken, communicaties of telecommunicaties die zijn opgenomen en waarvan de opname ter griffie is neergelegd maar niet overgeschreven en dus niet opgetekend in een proces-verbaal, te raadplegen. Op verzoek wordt in voorkomend geval overgegaan tot overschrijving van bijkomende delen van de opnamen. »
| Frederik ERDMAN. |
Art. 9
Het laatste lid van het voorgestelde artikel 90septies vervangen als volgt :
« De verdachte, de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadsman hebben het recht om het geheel of gedeelten van de ter griffie neergelegde opnamen van gesprekken die zij zelf gevoerd hebben en die niet zijn opgetekend in een proces-verbaal, te raadplegen.
Op hun uitdrukkelijk verzoek wordt tevens overgegaan tot overschrijving van bijkomende delen van de opnamen.
Zij hebben tevens het recht de overige opnamen te raadplegen en het geheel of gedeelten ervan te doen overschrijven, mits toezegging door de rechter.
De rechter kan deze toezegging enkel weigeren bij een met redenen omklede beschikking, op grond van redenen die verband houden met de bescherming van de rechten of belangen van derden. »
Verantwoording
Idem als amendement nr. 20.
| Stef GORIS. |
(Subamendement op amendement nr. 1)
Art. 2
In het voorgestelde artikel 46bis , § 1, tweede lid, tussen de woorden « gerechtelijke politie » en het woord « bij » invoegen de woorden « , na mondelinge en voorafgaande instemming van de procureur des Konings, ».
Verantwoording
Deze toevoeging is noodzakelijk om de centrale positie van de procureur des Konings in het opsporingsonderzoek (cf. ontwerp-Franchimont) te waarborgen.
| Frederik ERDMAN. |
Art. 9
Artikel 90septies aanvullen met een laatste lid, luidende :
« Onverminderd hetgeen in de vorige leden is bepaald, spreekt de rechter zich uit over het verzoek van de verdachte, de beklaagde, de burgerlijke partij of hun raadsman om de gedeelten van de ter griffie neergelegde opnamen van privé-communicatie of -telecommunicatie waaraan de betrokkene heeft deelgenomen en die niet zijn overgeschreven en opgetekend in een proces-verbaal, te raadplegen, en over hun verzoek tot overschrijving van bijkomende delen van deze opnamen. »
De minister van Justitie,
Stefaan DE CLERCK.