1-61
COM

1-61
COM

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales des réunions publiques de commission

Handelingen van de openbare commissievergaderingen

COMMISSION DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES

COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE AANGELEGENHEDEN

SÉANCE DU JEUDI 21 NOVEMBRE 1996

VERGADERING VAN DONDERDAG 21 NOVEMBER 1996

(Vervolg-Suite)

VRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW THIJS AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN OVER « EEN MOGELIJKE BELANGENVERMENGING BIJ DE BOEKING VAN BUITENLANDSE REIZEN »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE MME THIJS AU MINISTRE DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES SUR « UNE POSSIBLE CONFUSION D'INTÉRÊTS LORS DE LA RÉSERVATION DE VOYAGES À L'ÉTRANGER »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de vraag om uitleg van mevrouw Thijs aan de minister van Buitenlandse Zaken over « een mogelijke belangenvermenging bij de boeking van buitenlandse reizen ».

Het woord is aan mevrouw Thijs.

Mevrouw Thijs (CVP). ­ Mijnheer de Voorzitter, een tweetal maanden geleden diende ik mijn vraag om uitleg in en nu pas heb ik de gelegenheid haar ook aan de minister te stellen.

Eind september verscheen in de Financieel Economische Tijd een artikel waarin gewezen werd op het feit dat de minister van Buitenlandse Zaken de wet dient te kennen en te respecteren. Nu ben ik ervan overtuigd dat de minister de wet ook werkelijk kent en wil respecteren. Uit het artikel blijkt echter dat hij in de periode 1992-1994, weliswaar op een ander departement dan vandaag, reizen heeft geboekt bij een agentschap waarin zijn schoonbroer betrokken partij zou zijn. Volgens artikel 10 van de wet van 24 december 1993, die gaat over de gunning van overheidsopdrachten en die banden tussen de minister en de eventuele begunstigde verbiedt, kan het boeken van een reis bij een verwant dus niet.

Aangezien over deze aangelegenheid ook in de Kamer reeds een vraag werd gesteld, zal ik op de feiten zelf niet verder ingaan. Wel vernam ik graag van de minister hoe de reizen voor Buitenlandse Zaken op het ogenblik worden georganiseerd. Wie bepaalt waar de tickets worden gekocht, welke procedure gaat eraan vooraf en welke criteria worden gehanteerd om een bepaalde opdracht toe te wijzen ? Voor de toekomst is het zeer belangrijk voor deze punten klaarheid te scheppen. Daarnet heb ik de minister nog informeel gezegd dat volgens coöperanten in ontwikkelingslanden de reizen tot de helft duurder zijn geworden. Ik denk dan ook dat de overheid op dit terrein bepaalde criteria moet vastleggen en ik hoop dat de minister over de drie aspecten die ik in mijn vraag heb aangehaald, uitleg kan geven.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Derycke.

De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. ­ Mijnheer de Voorzitter, het is mijn plicht uitleg te geven over deze zaak, maar ik doe dit ook graag, omdat dit het vertrouwen tussen senatoren en Regering ten goede komt.

Het probleem dat mevrouw Thijs heeft aangehaald, is niet alleen in de praktijk moeilijk op te lossen, maar is ook juridisch niet eenvoudig. Ik kom op dit laatste aspect nog terug. In mijn antwoord zal ik uiteenzetten hoe het begon, hoe het probleem na 1994 is geëvolueerd, om tot slot een beeld te geven van waar wij nu staan. Uiteraard kan ik dit alleen doen voor Buitenlandse Zaken. Ik kan niet instaan voor Ontwikkelingssamenwerking. Eventuele vragen daarover moeten aan de staatssecretaris worden gesteld, maar ik denk dat ook in dat departement een goede basis voor een oplossing is gelegd.

Allereerst wil ik een aantal juridische en feitelijke elementen die in het krantenartikel vermeld staan, weerleggen. De fameuze 9 miljoen waarvan sprake is, is eigenlijk 7,8 miljoen. Dit bedrag was uiteraard niet alleen bestemd voor reizen sensu stricto, voor vliegtuigtickets. Het moest ook dienen voor de verblijfkosten van de kabinetsleden. Als staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking reisde ik meestal naar Afrika. De prijzen in Afrika zijn mevrouw Thijs ongetwijfeld bekend en zij zal dan ook weten dat de som die overbleef voor het betalen van vliegtuigtickets beperkt was. Het was nooit mijn bedoeling om bijkomende kredieten te vragen. Ik ben immers van mening dat een departement het moet rooien met de som die het van de Regering krijgt toegewezen.

Toen ik op het departement Ontwikkelingssamenwerking minister Geens opvolgde, zat ik met een moeilijke erfenis. Ik wil daarover niet oordelen, maar ik kreeg ze wel. Ik kreeg zo een 2 miljoen aan onbetaalde facturen. Daaruit kon ik opmaken dat in het verleden blijkbaar nagenoeg uitsluitend bij Sabena werd geboekt, zoals de Regering ook vroeg. Ook over dit verleden wil ik niet oordelen en ik vind het dan ook positief dat de vraag van mevrouw Thijs vooral over de toekomst gaat. Uit de « erfenis » die ik kreeg bleek ook dat men vaak niet de moeite deed om een aanbesteding uit te schrijven.

Uitgaande van die erfenis van mijn voorganger op het departement en van de budgettaire beperkingen, zijn we naar oplossingen gaan zoeken. De prijzen die collega Geens betaalde voor reizen naar Bujumbura en Kigali, kan men zich in de normale planning van het werkjaar niet veroorloven.

Het eerste probleem betrof dus het wegwerken van het budgettaire deficit. Dit lukte ons. Vervolgens hebben wij naar een andere methode gezocht.

Ik stak nooit onder stoelen of banken dat ik daarvoor een familielid dat een reisbureau heeft, heb geraadpleegd. Deze persoon vond ook dat de prijzen onredelijk hoog waren en wees mij op andere mogelijke methodes. Zo zijn er grote reisbureaus die rechtstreeks op de IATA-markt onderhandelen en zo de laagst mogelijke prijzen bedingen. Ik heb dan de gunning toevertrouwd aan de kabinetssecretaris.

Herhaaldelijk werd Travelmart, het reisbureau waarvan sprake, onderhands reizen gegund omdat het interessante prijzen bood. Ik heb dat nooit ontkend. Ook andere reisbureaus, waaronder Acotra, werden aldus soms reizen gegund. De markt is immers heel disparaat. Het is ook moeilijk om ons op de privé-markt te begeven. De staat wordt beschouwd als een slechte betaler. Privé-personen betalen hun ticketten onmiddellijk. Ik heb in de loop van mijn carrière een aantal grote reisbureaus overkop zien gaan. Soms betrof het firma's die ons interessante prijzen boden. Ik herinner mij het bureau Geurts-Travel van Brussel dat ondanks zijn interessante prijzen toch over kop ging.

Ik hield ook streng de hand aan de transportkeuze. Gelet op het erg beperkt budget, konden wij ons geen buitensporige uitgaven veroorloven. Dat dit soms aanleiding gaf tot moeilijkheden, is geen geheim. Het staat ook openlijk vermeld in het boek van Douglas De Coninck. Na het boeken van een reis voor de begrafenis van president Ndadaye eind 1993 is er een geschil gerezen met de inspectie van Financiën. Er werd gewezen op wettelijke problemen. Ze werden echter in alle openheid met de korpsoverste van de inspectie van Financiën besproken. Het betrof artikel 245 van het Strafwetboek en de wetgeving op de gunning. Aan de juridische moeilijkheden die werden opgeworpen gaf de korpsoverste geen verder gevolg. Hij was van oordeel dat het budget de facto goed werd beheerd en dat het zelfs geld opbracht. Hij moedigde mij wel aan om mijn inspanningen voort te zetten binnen de Regering en het departement om op dit vlak tot oplossingen te komen. Straks zal blijken dat ik zijn raad heb opgevolgd.

Volgens artikel 245, eerste zin, van het Strafwetboek, is ongeoorloofde belangenneming strafbaar « wanneer is gebleken dat een openbaar officier, ambtenaar, of ieder met een openbare dienst belast persoon, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenpersonen of door schijnhandelingen, enig belang, welk het ook zij, neemt of aanvaardt in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover hij ten tijde van de handeling geheel of ten dele het beheer of het toezicht had, of die, belast met de ordonnancering van de betaling of de vereffening van een zaak, daarin enig belang neemt ».

Artikel 245, tweede zin, bepaalt dat « de voorgaande bepaling niet toepasselijk is op hem die in de gegeven omstandigheden zijn private belangen door zijn betrekking niet kon bevorderen en openlijk heeft gehandeld ». Dit wordt trouwens bevestigd in het boek Belangenneming, TBP, van Van Volsem en Van Heuven. Volgens dit werk zijn er drie criteria die moeten worden beoordeeld om van belangenneming beschuldigd te worden, ik citeer :

« ­ de hoedanigheid van de betrokkene (openbaar ambtenaar, openbaar officier of persoon belast met een openbare dienst);

­ hij moet een belang, rechtstreeks of door middel van tussenpersonen, hebben genomen of aanvaard of kunnen nemen of aanvaarden, in verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie of in ordonnanceringen of vereffeningen;

­ ten tijde van de verrichting waarin hij een belang neemt, moet hij geheel of ten dele het beheer of toezicht hebben over de zaak waarin hij een belang neemt. »

In casu kan ik onmiskenbaar zeggen dat ik helemaal te goeder trouw heb gehandeld en dat ik steeds openlijk ben opgetreden. Op geen enkel ogenblik was er sprake van een persoonlijk voordeel.

Artikel 6 van de wet op de overheidsopdrachten heeft vele facetten. Deze wet moet worden beschouwd als een preventiemechanisme, als een bescherming tegen artikel 245 van het Strafwetboek. Gelet op de bedragen is voor de reizen in kwestie steeds voldaan aan de wettelijke voorwaarden inzake onderhandse gunning. Bovendien is er geen enkele wettelijke beschikking waarop men zich kan baseren om het toewijzen van een gunning aan Travelmart als onregelmatig te bestempelen. Een aantal arresten van de Raad van State van 1990 en 1994 zijn hieromtrent heel duidelijk.

De wrakingsplicht, zoals omschrven in paragraaf 3, tweede lid, van artikel 6 van de wet van 14 juli 1976, houdt in dat de betrokken persoon niet mag tussenkomen in de procedure en dat hij zich moet onthouden bij de stemming over het sluiten van een overeenkomst bedoeld door dit verbod. Voor de meeste overheden bestaat er voor de wraking een procedure, voor de Regering echter niet. Wanneer er bijvoorbeeld een reden tot wraking zou kunnen zijn in een schepencollege of bij een bestendige deputatie, dan kan de betrokken persoon bij de stemming de vergadering verlaten. Over gunningen beslist de Regering niet collegiaal. Sensu stricto zou men kunnen zeggen dat de gunning voor de reis naar aanleiding van de begrafenis van president Ndadaye ondertekend had moeten worden door de Eerste minister. Hadden wij die procedure moeten volgen, dan waren wij nooit op tijd op de begrafenis gekomen.

De korpschef van de Inspectie van Financiën heeft mij indertijd gezegd dat de procedure van gunningen in orde was en dat we ermee verder konden gaan. Wel suggereerde hij om Travelmart links te laten liggen, wat wij ook hebben gedaan. Ik meen dat we geen juridische discussies moeten uitlokken indien we ze enigszins kunnen vermijden.

De korpschef zag ook positieve elementen in de aangewende methode. Hij vroeg zich af of het niet interessant zou zijn om een algemene procedure uit te werken aangezien niet alleen het departement Ontwikkelingssamenwerking, maar ook een reeks andere departementen met dit probleem worden geconfronteerd.

Ik ben met de zaak naar de Regering gegaan omdat we ondertussen ook werden geconfronteerd met de zaak-Acotra, waarmee ABOS in tempore non suspecto een soort exclusiviteitsovereenkomst had afgesloten. Hier golden dezelfde problemen van gunning en werd men geconfronteerd met dezelfde problemen van prijsvergelijking. Wij hebben toen uitvoerig uitleg gegeven over deze zaak. Ik meen niet dat ik mij hier moet uitspreken over de eventuele verantwoordelijkheid van de administratie. Acotra heeft zelf een einde gemaakt aan de overeenkomst, waarschijnlijk omdat het aanvoelde dat dit « memorandum of understanding » aanleiding gaf tot problemen.

Op 5 mei 1993, ik was toen nog maar pas staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, heb ik een brief geschreven naar het ABOS waarin ik aandrong op een beheer « als een goede huisvader ». Ik heb toen gevraagd verschillende andere reisbureau's prijs te vragen indien de tarieven van Acotra voor een bepaalde bestemming duidelijk boven de marktprijs zouden liggen. Ik heb er tevens op aangedrongen om dringend een voorontwerp van bestek op te stellen dat zou kunnen worden toegepast door alle ministeries. Op deze voorstellen heb ik geen afdoend antwoord gekregen. Het is immers een ingewikkelde materie.

Ik heb toen het probleem aan de Regering voorgelegd die dan heeft beslist dat het college van secretarissen-generaal zich om deze materie moest bekommeren. Dit college zag in dat het een ingewikkeld probleem was en heeft de zaak doorgeschoven naar de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken die getracht heeft, samen met de Inspectie van Financiën, een nieuwe procedure te ontwikkelen. De Inspectie van Financiën heeft op het ministerie van Buitenlandse Zaken een screening gedaan van de ticketten en heeft een advies verleend met tot gevolg dat dit ministerie een procedure volgt die weliswaar niet perfect is, maar wel de mogelijkheid biedt om verschillende prijsaanvragen te doen. Bovendien voldoet ze aan de wetgeving op de gunningen. Aan de hand van die procedure worden er steeds drie prijzen gevraagd bij drie reisbureau's en worden op basis van bilaterale onderhandelingen belangrijke kortingen bedongen bij verschillende luchtvaartmaatschappijen. Ik kan in deze openbare zitting geen commerciële geheimen prijsgeven en kan hier bijgevolg moeilijk dieper op ingaan. Ik kan wel zeggen dat de reducties kunnen oplopen van vijftien tot vijftig procent op de bestaande tarieven, hetzij full fair , super apex, pex en superpex.

Ook voor de lang vooraf geboekte, dus goedkope biljetten krijgen wij nog een supplementaire korting. Dit is de jongste evolutie.

Op het departement Buitenlandse Zaken werd een persoon aangesteld die zich hiermee exclusief bezighoudt. Wellicht zou men kunnen overwegen een centrale dienst op te richten die de reizen regelt voor alle ministeries. Een andere kwestie is de Europese wetgeving op de gunningen.

Mevrouw Thijs mag er in elk geval zeker van zijn dat ik mij in deze aangelegenheid altijd eerlijk en open heb gedragen en dat ik voortdurend tracht het budget goed te beheren.

Wij zijn erin geslaagd een procedure uit te werken die ook het departement Buitenlandse Zaken toelaat reizen te boeken binnen de daartoe door de Regering en het Parlement bestemde budgettaire mogelijkheden.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan mevrouw Thijs.

Mevrouw Thijs (CVP). ­ Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister voor zijn antwoord. Gezien het heersende klimaat is het belangrijk dat de uitbestedingen van de reizen in de toekomst op een regelmatige wijze verlopen. Het is vanzelfsprekend dat alle moeilijkheden moeten worden vermeden, ook op het vlak van de overheidsgunningen.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.

Dames en heren, de agenda van de openbare vergadering van de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden is afgewerkt.

L'ordre du jour de la réunion publique de la commission des Affaires étrangères est ainsi épuisé.

De vergadering is gesloten.

La séance est levée.

(De vergadering wordt gesloten om 10 h 30 m.)

(La séance est levée à 10 h 30 m.)