1-11 | 1-11 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales des réunions publiques de commission |
Handelingen van de openbare commissievergaderingen |
COMMISSION DES AFFAIRES ÉTRANGÈRES |
COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE AANGELEGENHEDEN |
SÉANCE DU MERCREDI 13 DÉCEMBRE 1995 |
VERGADERING VAN WOENSDAG 13 DECEMBER 1995 |
De Voorzitter. Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Vandenbroeke aan de minister van Buitenlandse Zaken over « de geweigerde verspreiding van de informatiebrochure Vlaanderen Vandaag via de Belgische ambassades ».
Het woord is aan de heer Vandenbroeke.
De heer Vandenbroeke (VU). Mijnheer de Voorzitter, deze vraag om uitleg gaat op het eerste gezicht misschien om futiliteiten, maar niets is minder waar. Als gemeenschapssenator weet ik maar al te goed dat het voor België bijzonder belangrijk is een systeem te ontwikkelen om het Sint-Michielsakkoord verder te verfijnen en uit te diepen. Dit betekent met andere woorden dat de deelstaten de hun toegekende bevoegdheden optimaal moeten kunnen uitoefenen. Met het oog daarop probeert minister-president Van den Brande Vlaanderen als exportland bij uitstek in het buitenland te promoten. Hij doet dit met een waardevolle brochure, getiteld Vlaanderen Vandaag , die werd uitgegeven in het voorjaar van 1995. Deze brochure mag echter volgens de minister of volgens zijn diensten niet via onze buitenlandse ambassades verspreid worden, wat mij toch erg vreemd voorkomt en wat, op zijn zachtst uitgedrukt, haaks staat op wat hij verklaart op pagina 13 van zijn beleidsnota. Hij beweert daar namelijk dat hij zelf ook bereid is al het mogelijke te doen om niet alleen het federale België, maar ook de deelstaten op een optimale manier aan bod te laten komen in het buitenland.
In de Vlaamse Raad heb ik vernomen dat het departement van Buitenlandse Zaken bezwaren heeft omdat er in de brochure een aantal onnauwkeurigheden staan. Ik heb deze brochure driemaal aandachtig gelezen en ik heb geen enkele onnauwkeurigheid gevonden, maar misschien zie ik ze over het hoofd. Graag kreeg ik enkele preciseringen hieromtrent, want dit argument lijkt mij een goedkoop excuus.
Ik heb ook vernomen dat er op het federale vlak, en meer specifiek in het departement van Buitenlandse Zaken, krachten aanwezig zijn die het federaliseringsproces, dat nochtans in de Grondwet is ingeschreven, tegenwerken. Er worden met andere woorden strategieën uitgewerkt die mikken op « unitaire recuperatie ». In die strategie past de promotie van de deelstaten in het buitenland natuurlijk niet. Wat denkt de minister daarvan ?
Dan heb ik nog een laatste vraag die mij na aan het hart ligt. Het federaliseringsproces dat in het verlengde van het Sint-Michielsakkoord op een ernstige manier moet worden verfijnd en uitgediept, wordt door de houding van de minister in gevaar gebracht. Het optreden van Vlaanderen in het buitenland wordt immers niet enkel genegeerd, maar zelfs onmogelijk gemaakt. Op die manier komen krachten vrij die niet gericht zijn op een eerlijke en rustige uitdieping van het Sint-Michielsakkoord. Vlaanderen maakt zich zorgen omdat de minister het de kans niet geeft waarop het recht heeft. Ook voor dit punt kreeg ik graag een eerlijk antwoord van de minister.
De Voorzitter. Het woord is aan minister Derycke.
De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. Mijnheer de Voorzitter, ik zal het in mijn antwoord hebben over de algemene problematiek, over de meer specifieke bezwaren in verband met de brochure Vlaanderen Vandaag en over de oplossing die wij aan dit probleem hebben gegeven.
Ingevolge de gewestvorming en het Sint-Michielsakkoord moeten onze ambassades en consulaten in het buitenland informatie verstrekken over de nieuwe federale staatsstructuur. Bovendien moeten ze ten dienste staan van de Gewesten en de Gemeenschappen voor de verspreiding van documentatiemateriaal. Dit is overigens al herhaaldelijk gebeurd. Meer dan eens zijn brochures en documenten verspreid, niet alleen voor Vlaanderen en Wallonië, maar ook voor het Brusselse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap. Er is zeker nooit sprake geweest van enige principiële of systematische weigering vanwege het departement van Buitenlandse Zaken, laat staan van een gebrek aan federale loyauteit.
De brochure Vlaanderen Vandaag heeft wel een aantal problemen veroorzaakt. In tempore non suspecto hebben wij minister-president Van den Brande een brief geschreven met opmerkingen over een aantal onnauwkeurigheden in deze brochure. In het hoofdstuk « Flanders in Europe » worden de politieke intenties vermeld die ingevolge politieke evolutie later misschien wel zullen worden gerealiseerd, maar die vandaag niet aan de orde zijn. Sommige diplomaten hebben het hun plicht geacht hierop te wijzen. Dientengevolge schreven we de minister-president onder meer het volgende : « Ten eerste, de vertaling in het Engels van de begrippen Vlaamse Gemeenschap, regering van de Vlaamse Gemeenschap en Raad van de Vlaamse Gemeenschap stemt ons inziens niet overeen met de artikelen 315 en 121 van de Grondwet. Ten tweede, het hoofdstuk `Flemish foreign policy' op bladzijde 7 is geen correcte weergave van de bepalingen die inzake het sluiten van de verdragen in de bijzondere wet van 5 mei 1993 betreffende de internationale betrekkingen van de Gemeenschappen en de Gewesten werden voorzien. Ten derde, de federale Staat blijft bevoegd voor het buitenlands beleid. Ten vierde, het taalunieverdrag werd ondertekend door het koninkrijk België zie bladzijde 14. Ten vijfde, het hoofdstuk `Flanders in Europe' zaait twijfel over het voortbestaan van het koninkrijk België. »
Wij hebben dus herhaaldelijk contact gehad met de diensten van de Vlaamse minister-president. Wij willen immers een positieve dynamiek creëren. Tijdens het beleid van mijn voorganger, de heer Claes, waren er weliswaar strubbelingen in de interministeriële conferentie, maar die zijn voorbij. Nu is er een goede informatiedoorstroming, wij zouden zelfs kunnen spreken van een gezamenlijke decision making. Wij hebben dan ook in die richting willen voortwerken.
Wij hebben dus met de minister-president een compromis bereikt. De brochures zullen worden verspreid op voorwaarde dat er in de volgende druk correcties worden aangebracht. Ik vind dit een goede zaak. Het is immers voor de federale overheid niet doenbaar om zich telkens in een dergelijk debat te wikkelen met de Gewesten en de Gemeenschappen. Dit is slecht voor de nieuwe situatie waarin wij leven, en het zou ten langen laatste ook het imago van Vlaanderen, Wallonië en Brussel in de wereld schaden.
Ik verheel niet dat bepaalde ambassadeurs van het oude type aanvankelijk enige moeite hadden met de nieuwe dynamiek in ons land. Dit mag hen echter niet beletten om zich als trouwe federale ambtenaren te gedragen. Zij moeten doen wat de Regering en ook de interministeriële conferentie hen oplegt. Vele medewerkers van de ministeriële kabinetten en de administratie van de Gewesten en de Gemeenschappen laten zich echter positief uit over de wil tot samenwerking van de Belgische ambassades. Dit wordt mijns inziens te weinig benadrukt.
Zo verliep het bezoek van de Vlaamse minister-president aan Chili onlangs vlekkeloos. Er was veel lof voor de inzet en de efficiëntie van ons ambassadepersoneel in Santiago.
Ik zal dus waken over de federale loyauteit. Wie mij kent, beseft trouwens dat daaraan niet moet worden getwijfeld. Die federale loyauteit is belangrijk. Er is immers geen weg terug, ook niet voor de Belgische diplomatie. De afgesproken regels moeten in het belang van alle partijen worden gerespecteerd.
De Voorzitter. Het woord is aan de heer Vandenbroeke.
De heer Vandenbroeke (VU). Mijnheer de Voorzitter, ik dank de minister voor het correcte antwoord. Het verheugt mij dat er snel een compromis bereikt is met de Vlaamse minister-president. Zelf hecht ik veel belang aan een eerlijke samenwerking.
M. le Président. La parole est à Mme Willame.
Mme Willame-Boonen (PSC). Monsieur le Président, même si cette décision est le résultat d'un compromis, je pense qu'il est illogique de continuer à distribuer une brochure qui contient des erreurs.
Vous-même, monsieur le ministre, avez d'ailleurs mentionné certaines de ces erreurs. Vous avez notamment signalé le fait que la brochure sème le doute sur le royaume de Belgique.
La simple promesse d'une future édition mieux rédigée ne me paraît donc pas justifier la distribution du document tel qu'il est actuellement. Cette décision me semble au contraire assez particulière au niveau international car il est bien évident que les personnes qui ont acquis une brochure sont persuadées de détenir celle qui convient.
M. le Président. La parole est à M. Derycke, ministre.
M. Derycke, ministre des Affaires étrangères. Monsieur le Président, notre souci tendait essentiellement à essayer de régler à l'amiable ce que nous considérions comme un incident.
Même si une évolution future est probable, je pense que nous devons maintenir la situation actuelle, le texte de notre Constitution devant être respecté.
Je pense que ce compromis est valable car, dans de telles situations, l'obstination est inutile.
Le ministre-président a explicitement promis de faire modifier les textes, allant ainsi dans le sens du respect de la loyauté fédérale.
De Voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.