1-21

1-21

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 25 JANVIER 1996

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 25 JANUARI 1996

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN OVER « DE SCHAARBEEKSE HOOFDPOLITIECOMMISSARIS »

QUESTION ORALE DE M. DEVOLDER AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE L'INTÉRIEUR SUR « LE COMMISSAIRE DE POLICE EN CHEF DE SCHAERBEEK »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Devolder aan de Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over « de Schaarbeekse hoofdpolitiecommissaris ».

Het woord is aan de heer Devolder.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, zowel in de media als op het politieke forum is de laatste tijd nog al wat te doen over het tot op heden nog steeds vermeende lidmaatschap van de Schaarbeekse hoofdpolitiecommissaris van een extreem-rechtse organisatie.

Het lidmaatschap dateert uit een periode van vóór de indiensttreding van de betrokkene en had normalerwijze aan het licht moeten komen bij de zogenaamde scanning die, naar wij mogen veronderstellen, voor de benoeming van een politiecommissaris en zeker voor de benoeming van een hoofdpolitiecommissaris tot op het bot wordt gevoerd.

Wij begrijpen dat de minister het Comité P belast heeft met een onderzoek. De vraag is of dit een tweesporenonderzoek wordt. In de eerste plaats moet worden onderzocht of er onterechte informatie werd achtergehouden. Ten tweede moet worden nagegaan of er, zoals de media suggereren, geen processen-verbaal werden vervalst. De betrokken figuur schijnt immers heel wat succes te oogsten in de bestrijding van de kleine criminaliteit, een prioritair aandachtspunt bij onze bevolking.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan Vice-Eerste minister Vande Lanotte.

De heer Vande Lanotte, Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. ­ Mijnheer de Voorzitter, zoals meegedeeld werd het Comité P gelast met het onderzoek.

Uit de stukken en de informatie die ik van het parket te Mons heb ontvangen, blijkt geen vervalsing. De stukken op zich betekenen natuurlijk zeer weinig over de wijze waarop het onderzoek destijds werd gevoerd. Ik heb alles overgezonden aan het Comité P en zal mij niet verder mengen in het onderzoek. Het Comité P kan alle nodige elementen verzamelen en dient zo vlug als mogelijk klaarheid te scheppen.

Tevens aan de Comité P ik heb gevraagd voorstellen te formuleren tot verbetering van de benoemingsprocedures van hogere politieambtenaren. Aan deze procedures schijnt op het ogenblik wel één en ander te schorten; een « scanning tot op het bot » heeft voor de gewraakte benoeming wellicht niet plaatsgevonden.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Devolder voor een repliek.

De heer Devolder (VLD). ­ Mijnheer de Voorzitter, mag ik dan besluiten dat de verklaringen van de heer Dossogne over de eventuele vervalsing van een proces-verbaal, dat in de pers verscheen, niet stroken met de werkelijkheid ?

De heer Vande Lanotte, Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. ­ Mijnheer Devolder, deze verklaringen kloppen inderdaad niet.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.