1-4 | 1-4 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU MERCREDI 12 JUILLET 1995 |
VERGADERING VAN WOENSDAG 8 JULI 1995 |
De Voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer D'Hooghe aan de minister van Volksgezondheid en Pensioenen over « de rol van de regionale ziekenhuizen in de gezondheidszorg ».
Het woord is aan de heer D'Hooghe.
De heer D'Hooghe (CVP). Mijnheer de Voorzitter, in het federaal regeringsprogramma worden in het hoofdstuk gezondheidszorgen een aantal krachtlijnen uitgetekend die de werking en de financiering van de ziekenhuizen alsook de kwaliteit van de gezondheidszorg direct beïnvloeden.
Graag hadden wij van de minister vernomen welke de rol zal worden van de regionale ziekenhuizen grote en middelgrote niet-universitaire ziekenhuizen in de medische zorgverlening.
Wij kunnen ons immers niet van de indruk ontdoen dat, ondanks het streven naar een optimale en doelmatige aanwending van de middelen, universitaire ziekenhuizen zich taken toeëigenen die even goed en/of goedkoper in niet-universitaire ziekenhuizen kunnen worden vervuld. Van overheidswege worden organisatorische normen opgelegd of in het vooruitzicht gesteld die de kwaliteit en de toegankelijkheid van de zorgen niet ten goede komen. Wij denken hierbij aan de vooropgestelde normering voor medische urgentiegroepen de MUG's, de diensten intensieve zorgen en de spoedopnamediensten. Als de erkenningsnormen voorgesteld door het bevoegd adviesorgaan worden aangehouden, zullen de meeste regionale ziekenhuizen geen volwaardige spoedopnamedienst meer kunnen uitbouwen. Deze evolutie zal negatieve gevolgen hebben op de behoefte aan snel en kwaliteitsvol medisch ingrijpen in acute noodsituaties.
Wat is het standpunt van de minister in deze aangelegenheid en welke maatregelen zal hij in dit verband nemen ?
De Voorzitter. Het woord is aan staatssecretaris Peeters die antwoordt namens de minister van Volksgezondheid en Pensioenen.
De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, en staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid. Mijnheer de Voorzitter, in verband met de rol van de regionale ziekenhuizen kan ik het volgende mededelen. Voor de spoedgevallendiensten is er geen sprake van programmatiecriteria, maar enkel van het opleggen van erkenningsnormen waarbij minimale kwaliteitsgaranties worden gevraagd aan ziekenhuizen die een spoedgevallendienst organiseren. Elke spoedgevallendienst die aan de kwaliteitsvoorwaarden voldoet, kan en zal ook worden erkend. Deze minimale kwaliteitsnormen werden uitgewerkt op basis van een advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen, waarin niet alleen de academische ziekenhuizen, maar ook de regionale ziekenhuizen ruimschoots zijn vertegenwoordigd.
Voor de medische urgentiegroepen, de MUG's, werd inderdaad reeds een besluit tot vaststelling van de programmatiecriteria gepubliceerd. Over dit besluit werd ruimschoots overleg gepleegd met de Gemeenschappen. Reeds vorig jaar werd er meer bepaald een nota goedgekeurd door de interministeriële conferentie Volksgezondheid, in het kader waarvan het overleg met de Gemeenschappen heeft plaatsgehad, en het besluit is een exacte weergave van de conclusies van deze conferentie. Bovendien zal aan iedere MUG een interventiezone worden toegewezen en alle andere ziekenhuizen met een erkende spoedgevallendienst die in deze interventiezone gelegen zijn, moeten een protocolakkoord sluiten met het ziekenhuis dat de MUG heeft om de opvang van de door de MUG aangevoerde patiënten te regelen. Bovendien moeten alle ziekenhuizen met een erkende spoedgevallendienst die gevestigd zijn in de gemeente waar ook de MUG is gevestigd, niet alleen een protocolakkoord, maar een heus samenwerkingsakkoord sluiten met het betrokken ziekenhuis over de uitbating van de MUG.
De Voorzitter. Het woord is aan de heer D'Hooghe voor een repliek.
De heer D'Hooghe (CVP). Mijnheer de Voorzitter, ik deel vanzelfsprekend de zorg van de minister voor minimale kwaliteitsnormen, maar eigenlijk is er hier geen sprake van minimale normen. Ik ben het er volkomen mee eens dat grote en middelgrote regionale ziekenhuizen een voldoende grote en goed gekwalificeerde medische staf moeten uitbouwen, dat zij een moderne uitrusting moeten hebben, dat zij voldoende aandacht moeten besteden aan integrale kwaliteitszorg. Ik begrijp ook best dat dit alles door de overheid wordt genormeerd, aangezien het over het kostbaarste gaat wat wij bezitten, onze gezondheid en ons leven. Wanneer echter onrealistische normen worden vooropgesteld, waaraan nagenoeg enkel universitaire ziekenhuizen kunnen voldoen, wordt de toegankelijkheid tot dringende medische verzorging vaak onmogelijk, terwijl vele regionale ziekenhuizen deze rol perfect kunnen of zouden kunnen spelen. Het geheel van de normen waarnaar ik in mijn vraag verwees, is naar mijn oordeel niet noodzakelijk voor een adequate en rationele spoedopvang van patiënten uit de regio. Deze normen jagen de overheid op kosten en verminderen de bereikbaarheid en de kwaliteit van de urgentiediensten.
Mijnheer de minister, weet u dat met de vooropgestelde normering voor de erkenning van een dienst spoedopname in het kader van een dienst 100 in principe vijf geneesheren, 24 uur op 24, 365 dagen op 365 ter beschikking moeten zijn. Het gaat om één algemene wacht, twee artsen intensieve zorgen, een specialist voor de MUG en een radioloog. Wie kan een dergelijke permanentie organiseren in een ziekenhuis met naar gelang de grootte ervan veertig tot vijftig artsen ? Wie zal dat betalen en wie wordt er eigenlijk beter van ? Het resultaat kan enkel zijn dat er in bepaalde regio's helemaal geen dienstverlening meer zal zijn.
Ik vestig de aandacht van de minister er ook op dat volgens de normering van MUG's een ziekenhuis gedurende ten minste twee jaar een conventie moet hebben voor deelname aan het registratie-experiment van de MUG. Welke instellingen in dit experiment werden toegelaten en op basis van welke criteria, is mij volkomen onduidelijk. Ik ken regionale ziekenhuizen die zowel functioneel als organisatorisch in staat zijn een spoedopnamefunctie te vervullen, maar wier vraag om deelname aan het experiment niet werd beantwoord.
Om over een MUG-functie te mogen beschikken, moeten de ziekenhuizen niet alleen een erkende urgentiedienst hebben, maar ook een erkende dienst voor intensieve zorgen. Vele regionale ziekenhuizen hebben een zeer goed functionerende dienst voor intensieve verzorging, maar zijn bijvoorbeeld om historische redenen hiervan erkend onder kenletters C of D. Welke additionele kwaliteiten verzekert men door de verplichting op te leggen over een erkende dienst voor intensieve verzorging te beschikken ?
Ik stel vast dat sinds het aantal ziekenhuisbedden wordt afgebouwd, het aantal acute ziekenhuisbedden in België met ongeveer 10 000 eenheden is gedaald, terwijl het aantal universitaire ziekenhuisbedden niet daalde, maar zelfs lichtjes steeg. Ik laat in het midden of er een oorzakelijk verband bestaat tussen het buiten schot blijven van de universitaire ziekenhuizen en de normen die aan de andere ziekenhuizen worden opgelegd. Ik hoop echter dat de minister bij het uittekenen van zijn beleid ter zake toch rekening zal houden met een aantal elementen.
De Voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.