1-516/2

1-516/2

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

28 JANUARI 1998


Voorstel van bijzondere wet tot aanvulling van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen in verband met het recht van petitie en het debat op initiatief van de bevolking


AMENDEMENT


Nr. 1 VAN DE HEREN LALLEMAND EN ERDMAN

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

« Artikel 41 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993, wordt vervangen als volgt :

« Elke Raad heeft het recht de bij hem ingediende verzoekschriften naar de regering te verwijzen. De regering is verplicht omtrent de inhoud uitleg te verstrekken zo dikwijls als de Raad het vordert.

Elke Raad moet, binnen 120 dagen na de indiening, in de plenaire vergadering een onderzoek wijden aan de verzoekschriften die hem aangeboden worden door ondertekenaars die de volle leeftijd van 16 jaar hebben bereikt en hun woonplaats in België hebben, voor zover ze ondertekend zijn door het aantal personen dat het decreet bepaalt. Het decreet bepaalt de voorwaarden waaraan die verzoekschriften moeten voldoen. »

Verantwoording

De wijzigingen die aangebracht worden in artikel 41 zijn dezelfde als die welke worden voorgesteld voor artikel 57 van de Grondwet via een amendement op het voorstel tot herziening van artikel 57, dat voorziet in dezelfde hervorming op federaal niveau. De wijzigingen zijn drievoudig.

In de eerste plaats vervalt het eerste lid van artikel 41, dat bepaalt dat het verboden is in persoon verzoekschriften aan de Raden aan te bieden. In het kader van de voorgestelde hervorming wordt immers bepaald dat elke Kamer en elke Raad moet kunnen luisteren naar de uitleg van de ondertekenaars van een verzoekschrift die daartoe speciaal zijn aangewezen in het aangeboden verzoekschrift. Die mogelijkheid staat evenwel haaks op het eerste lid van artikel 57 van de Grondwet en op het eerste lid van artikel 41 van de bijzondere wet, die bepalen dat het verboden is in persoon verzoekschriften aan respectievelijk de Kamers en de Raden aan te bieden. De tekst van artikel 41 moet dus worden aangepast. De Raden kunnen voortaan regelen hoe de indieners van verzoekschriften kunnen worden gehoord.

Daarenboven wordt bepaald dat de Raad waaraan een verzoekschrift wordt aangeboden dat voldoet aan de voorschriften van artikel 41, tweede lid van de bijzondere wet, dat verzoekschrift moet onderzoeken binnen 120 dagen na de indiening ervan. Een dergelijke bepaling is noodzakelijk met het oog op de doeltreffendheid van de hervorming. Zonder die bepaling zouden de Raden immers zelf de termijn kunnen bepalen waarbinnen zij tot het onderzoek van het verzoekschrift in de plenaire vergadering overgaan. 120 dagen lijkt een redelijke termijn die rekening houdt met het tempo van de parlementaire werkzaamheden.

Tenslotte wordt bepaald dat de decreetgever de voorwaarden omschrijft waaraan de in artikel 41, tweede lid, bedoelde verzoekschriften moeten voldoen.

Roger LALLEMAND.
Frederik ERDMAN.