1-653/1

1-653/1

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997

2 JUNI 1997


Wetsvoorstel houdende toekenning van het actief en het passief kiesrecht bij gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen aan niet-Belgen

(Ingediend door de heren Lallemand, Mahoux c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel is een aanvulling van ons voorstel tot herziening van artikel 8 van de Grondwet (Stuk Senaat, nr. 1-628) en van ons wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (Stuk Senaat, nr. 1-629).

Het strekt ertoe het actief en het passief kiesrecht bij gemeente- en provincieraadsverkiezingen toe te kennen aan vreemdelingen die in België verblijven en aan bepaalde voorwaarden voldoen.

De voorgestelde tekst heft in de gemeentekieswet en in de provinciekieswet de nationaliteitsvoorwaarde voor de toekenning van het actief en passief stemrecht op. Drie voorwaarden blijven behouden : men mag zich niet bevinden in een der gevallen van uitsluiting bepaald in het Kieswetboek; men moet de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt en men moet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente.

Deze laatste voorwaarde, die in feite de belangrijkste is, vormt de kern van de voorgestelde hervorming, aangezien op basis daarvan zal worden bepaald aan welke vreemdelingen de kiesrechten worden toegekend.

In het bevolkingsregister van een gemeente zijn enerzijds ingeschreven de Belgen die in deze gemeente wonen, en anderzijds de vreemdelingen die krachtens artikel 17 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gemachtigd zijn om zich in het rijk te vestigen.

De machtiging tot vestiging kan door de bevoegde minister worden toegekend aan elke vreemdeling die tot een verblijf van onbepaalde duur in het rijk werd toegelaten.

De machtiging moet hoe dan ook worden toegekend aan bepaalde categorieën vreemdelingen, tenzij redenen van openbare orde of van veiligheid van het land er zich tegen verzetten (artikelen 15 en 42 van de wet van 15 december 1980, artikelen 45 en 53 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981). Het gaat met name om burgers van de Europese Unie die gedurende minstens een jaar in ons land een werkzaamheid in loondienst of anders dan in loondienst uitoefenen of hebben uitgeoefend en om alle andere vreemdelingen die het bewijs leveren dat ze vijf jaar regelmatig en ononderbroken in het rijk verblijven, met uitzondering van de studenten.

Als men aanneemt dat bepaalde kiesrechten moeten worden toegekend aan de vreemdelingen, vormt de inschrijving in het bevolkingsregister een voldoende en adequaat criterium. Iemand die een machtiging krijgt om zich in het land te vestigen, kan er in principe tot het einde van zijn levensdagen blijven. Doordat hij is ingeschreven in hetzelfde register als de Belgische onderdanen, wordt hij beschouwd als een volwaardig lid van de gemeente.

Op basis van dit criterium kunnen de twee doelstellingen van het wetsvoorstel worden verwezenlijkt : enerzijds de bepalingen van het Verdrag van Maastricht met betrekking tot het stemrecht voor de Europese burgers uitvoeren en anderzijds de politieke integratie bevorderen van de niet-Europese vreemdelingen die reeds enige tijd in ons land wonen en er allicht voor onbepaalde duur zullen blijven.

De indieners van dit voorstel hebben bepaalde keuzen moeten maken, met name met betrekking tot de kiesplicht waarin de wet momenteel voorziet.

De Europese richtlijn 94/80/CE, uitgevaardigd ter uitvoering van het Verdrag van Maastricht, bepaalt in artikel 7.2 dat « als in de Lid-Staat van verblijf de kiesplicht van kracht is, deze ook van toepassing is op de kiezers bedoeld in artikel 3 (de Europese burgers) die zich op de kiezerslijsten hebben ingeschreven ».

Dit principe kon op verschillende manieren worden omgezet. Men had, zoals dat het geval is voor de Europese verkiezingen, de uitoefening van het kiesrecht op volkomen vrijwillige basis kunnen organiseren, door te bepalen dat alleen de Europese burgers en de niet-Europese vreemdelingen die dat wensen of niet uitdrukkelijk weigeren, ingeschreven worden op de kiezerslijsten.

Er werd niet gekozen voor deze formule omdat dit een belangrijke breuk zou betekenen ten opzichte van de kiesplicht die geldt voor de Belgen. Op die manier zou een burgerschap met twee snelheden worden gecreëerd, wat nu net niet de bedoeling is van de Europese richtlijn en van de indieners van dit voorstel.

Wij geven er de voorkeur aan de inschrijving in het bevolkingsregister gelijk te schakelen met een automatische inschrijving op de kiezerslijst. Het bevolkingsregister vormt in feite ook de kiezerslijst, met inachtneming van de voorwaarden inzake leeftijd en goede zeden die de wet oplegt.

Aan het principe van de kiesplicht, opgenomen in artikel 46 van de gemeentekieswet en artikel 38 van de provinciële kieswet, wordt dus niet getornd. Op die manier wordt het principe van de gelijke behandeling van personen met de Belgische nationaliteit en vreemdelingen bekrachtigd.

De vergelijking die soms wordt gemaakt met de Europese verkiezingen, waarvoor de Europese burger die in België verblijft en hier wil stemmen, zich inderdaad op een kiezerslijst moet inschrijven, snijdt geen hout.

De zesde considerans van de voornoemde Europese richtlijn bepaalt immers « dat het actief en passief kiesrecht van de Lid-Staat waarvan de burger van de Unie een onderdaan is, niet mag worden vervangen door het kiesrecht georganiseerd in het land van verblijf ».

Gezien het feit dat men niet kan toestaan dat twee keer wordt deelgenomen aan een verkiezing voor dezelfde assemblee, moet de kiezer de vrije keuze worden gelaten van het land waar hij zijn kiesrecht wil uitoefenen, en moet hem dus worden toegestaan niet in België te kiezen.

De verplichting om te kiezen in de gemeente waar hij is ingeschreven in het bevolkingsregister, belet de Europese of niet-Europese vreemdeling daarentegen niet om ook deel te nemen aan de lokale verkiezingen in zijn land van herkomst, mits de wetten van dat land toestaan dat men deelneemt aan verkiezingen in een gemeente waar men niet verblijft. In dat geval gaat het immers om twee duidelijk afgescheiden verkiezingen met het oog op de samenstelling van twee verschillende assemblees. België eist hoe dan ook dat de kiezers ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente zodat een Belg die in het buitenland verblijft, niet in België kan stemmen.

De indieners stellen eveneens voor de kieswet aan te passen wat de verkiesbaarheidsvoorwaarden betreft en elke kiezer, of hij de Belgische nationaliteit bezit of niet, toe te staan op te komen bij de verkiezingen voor de gemeenteraad en de provincieraad.

Ten slotte dient erop gewezen dat artikel 8 van de Grondwet de uitoefening van de politieke rechten uitsluitend voorbehoudt aan de Belgen. In afwachting van de meer dan wenselijke herziening van die bepaling, zal dit voorstel, al voorziet het niet langer in enige nationaliteitsvoorwaarde, enkel toepasbaar zijn op Belgische onderdanen.

Roger LALLEMAND.
Philippe MAHOUX.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 1 van de gemeentekieswet van 12 augustus 1932, gewijzigd bij wet van 16 juli 1993, wordt gewijzigd als volgt :

1º de §§ 1 en 2 worden vervangen als volgt :

« § 1. Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men :

1º de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;

2º in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn;

3º zich niet bevinden in een van de gevallen van uitsluiting of schorsing bepaald bij het Kieswetboek.

De voorwaarden vermeld in het 2º en het 3º moeten vervuld zijn op de dag waarop de kiezerslijst wordt afgesloten. »;

2º paragraaf 3 wordt § 2 en het eerste lid wordt vervangen als volgt :

« § 2. De kiezers ten aanzien van wie vóór of na de dag waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, een uitzettingsbesluit is genomen, worden van de kiezerslijst geschrapt. »;

3º paragraaf 4 wordt § 3.

Art. 3

Artikel 65 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :

1º het eerste lid wordt gewijzigd als volgt :

« Om tot gemeenteraadslid verkozen te kunnen worden en om gemeenteraadslid te blijven, moet men :

1º de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;

2º in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven zijn uiterlijk op de dag waarop de kiezerslijst wordt afgesloten. »;

2º het tweede lid wordt aangevuld met een 5º, luidende :

« 5º personen ten aanzien van wie een uitzettingsbesluit is genomen. »;

3º het derde lid wordt opgeheven.

Art. 4

Artikel 1 van de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen van 19 oktober 1921, gewijzigd bij wet van 16 juli 1993, wordt gewijzigd als volgt :

1º de §§ 1 en 2 worden vervangen als volgt :

« § 1. Om provincieraadskiezer te zijn, moet men :

1º de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;

2º in de bevolkingsregisters van een gemeente van de provincie ingeschreven zijn;

3º zich niet bevinden in een van de gevallen van uitsluiting of schorsing bepaald bij het Kieswetboek.

De voorwaarden vermeld in het 2º en het 3º moeten vervuld zijn op de dag waarop de kiezerslijst wordt afgesloten. »;

2º paragraaf 3 wordt § 2 en het eerste lid wordt vervangen als volgt :

« § 2. De kiezers die tussen de dag waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing verdwijnen uit de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, worden van de kiezerslijst geschrapt.

De kiezers ten aanzien van wie vóór of na de dag waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, een uitzettingsbesluit is genomen, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt. »;

3º paragraaf 4 wordt § 3.

Art. 5

Artikel 23 van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :

1º het eerste lid wordt gewijzigd als volgt :

« Om tot provincieraadslid verkozen te kunnen worden en om provincieraadslid te blijven, moet men :

1º de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;

2º in het bevolkingsregister van een gemeente van de provincie ingeschreven zijn. »;

2º het tweede lid wordt aangevuld met een 4º, luidende :

« 4º personen ten aanzien van wie een uitzettingsbesluit is genomen. »;

3º het derde lid wordt opgeheven.

Roger LALLEMAND.
Philippe MAHOUX.
Henri MOUTON.
Robert HOTYAT.