1-592/1 | 1-592/1 |
27 MAART 1997
In het verlengde van ons wetsvoorstel betreffende de financiering en de open boekhouding van de vzw's die van politieke partijen afhangen (Gedr. St. Senaat, nr. 1-591/1, 1996/1997), komt het ons voor dat de vigerende wetgeving inzake de financiering van de politieke partijen en van de kiescampagnes een aantal hiaten een aantal tegenstrijdigheden zelfs vertoont inzake giften aan kandidaten en aan politieke partijen.
Enerzijds verbiedt die wetgeving immers giften van rechtspersonen of feitelijke verenigingen, alsmede giften van natuurlijke personen die in werkelijkheid als tussenpersoon optreden voor rechtspersonen of voor feitelijke verenigingen; anderzijds legt die wetgeving de verplichting op de identiteit van privé-schenkers vertrouwelijk te houden. Door die anonimiteit in te bouwen, ontneemt de wetgever de Controlecommissie de mogelijkheid na te gaan of dat verbod op directe of indirecte giften van ondernemingen of invloedrijke lobby's wordt nageleefd.
De risico's op financiële beïnvloeding, op regelrechte corruptie zelfs, zijn evenwel niet tot giften van bedrijven beperkt. Het zoeken naar een baan of het verkrijgen van een bouw- of exploitatievergunning die afwijkt van de vigerende regels inzake ruimtelijke ordening, zijn allemaal redenen die particulieren ertoe kunnen aanzetten te pogen politieke besluitvormers door giften aan de politieke partijen of aan de kandidaten te beïnvloeden of om te kopen.
Om die risico's te voorkomen of in ieder geval te beperken, wil dit wetsvoorstel giften van particulieren niet verbieden, maar wel althans voor giften van enige omvang een einde maken aan het anonieme karakter ervan. Zolang het om geringe bedragen gaat, is er geen bezwaar tegen dat de naam van privé-personen die een gift doen, vertrouwelijk blijft. Wij stellen voor die grens op 10 000 frank vast te leggen: onder die drempel kan de anonimiteit behouden blijven, terwijl boven dat bedrag de identiteit van de privé-persoon die een gift doet, niet langer geheim mag worden gehouden.
Om ten slotte te voorkomen dat die regel wordt omzeild door een spreiding van door een en dezelfde persoon gedane giften, moet ofwel het totaalbedrag worden berekend dat in het raam van een kiescampagne wordt uitgegeven, ofwel het totaalbedrag dat op jaarbasis aan een politieke partij wordt geschonken. Zo zal de identiteit van de voornaamste geldschieters duidelijk blijken, met een grotere doorzichtigheid van de politieke wereld als gevolg.
| José DARAS. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In het bij de wetten van 18 juni 1993 en 10 april 1995 gewijzigde artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven van de federale Kamers en betreffende de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen en tot wijziging van het Kieswetboek, worden tussen de woorden « die een gift hebben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
Art. 3
Het bij de wet van 19 mei 1994 gewijzigde artikel 23 van dezelfde wet wordt aangevuld met een nieuw lid, luidende :
« Dit verslag vermeldt de oorsprong van alle inkomsten en de bestemming van alle uitgaven, waarbij de identiteit van de privé-personen die een gift hebben gedaan waarvan het totaalbedrag op jaarbasis 10 000 frank niet overschrijdt, vertrouwelijk wordt gehouden. »
Art. 4
In het bij de wetten van 16 juli 1993 en 10 april 1995 gewijzigde artikel 116, § 6, eerste lid, tweede zin, van het Kieswetboek, worden tussen de woorden « die een gift hebben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
Art. 5
In het bij de wet van 10 april 1995 gewijzigde artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van het Europees Parlement, worden tussen de woorden « die een gift heben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
Art. 6
In het bij de wet van 10 april 1995 gewijzigde artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, worden tussen de woorden « die een gift hebben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
Art. 7
In artikel 8, tweede lid, van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn, worden tussen de woorden « die een gift hebben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
Art. 8
In het bij de wetten van 16 juli 1993, 7 juli 1994 en 10 april 1995 gewijzigde artikel 11, § 5, vijfde lid van de organieke wet van 19 oktober 1921 betreffende de provincieraadsverkiezingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in de eerste zin worden tussen de woorden « die een gift hebben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
2º in de tweede zin worden tussen de woorden « die een gift hebben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
Art. 9
In het bij de wetten van 7 juli 1994 en 10 april 1995 gewijzigde artikel 23, § 2, van de op 4 augustus 1932 gecoördineerde gemeentekieswet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1º in het eerste lid worden tussen de woorden « die een gift hebben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
2º in het tweede lid worden tussen de woorden « die een gift hebben gedaan » en de woorden « , vertrouwelijk te houden », de woorden « waarvan het totaalbedrag 10 000 frank niet overschrijdt » ingevoegd.
| José DARAS. Vera DUA. |