1-591/1 | 1-591/1 |
27 MAART 1997
Aan de hand van de bepalingen van de wetten betreffende de verkiezingsuitgaven kon al in ruime mate worden opgetreden tegen de gangbare praktijken inzake financiering van politieke partijen en kiescampagnes. Het spreekt voor zich dat alleen een ondubbelzinnig engagement van de politici en een radicale ommezwaai van de ter zake geldende gebruiken zullen leiden tot de door iedereen verwachte transparantie en oprechtheid, inzonderheid wat de gunning van overheidsopdrachten betreft.
De wet van 1989 betreffende de federale verkiezingsuitgaven en de partijfinanciering, alsmede de drie vrijwel identieke wetten uit 1994 betreffende de uitgaven voor de Europese, gewest- en lokale verkiezingen, vertonen ons inziens evenwel nog een aantal hiaten. Die wetten verbieden het de ondernemingen immers niet giften te doen aan de diverse vzw's die in het verlengde van de politieke partijen actief zijn. Volgens ons wordt op zijn minst de strekking van de wet betreffende de financiering van de politieke partijen geschonden, ook al verbiedt die wet dat deze vzw's op hun beurt giften doen aan de politieke partijen.
Voorts blijkt dat particulieren krachtens het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 fiscaal aftrekbare giften mogen doen aan bepaalde vzw's die afhangen van de politieke partijen, hoewel de aftrekbaarheid van giften aan politieke bewegingen sinds de wet van 1993 is opgeheven. Ook in dat verband vinden we dat de vzw's van de politieke partijen aan dezelfde regels moeten worden onderworpen als de politieke partijen zelf.
Dit wetsvoorstel wil een dergelijk parallellisme tot stand brengen, zowel inzake het verbod op giften door ondernemingen als inzake de fiscale niet-aftrekbaarheid van giften door particulieren. In het wetsvoorstel worden de vzw's en de in het verlengde van de politieke partijen actieve feitelijke verenigingen gelijkgesteld met componenten van de politieke partijen.
Zo omschrijft het wetsvoorstel een component van een politieke partij als volgt : hetzij een orgaan van de interne structuur van een politieke partij, zoals bepaald in haar statuten, hetzij de vereniging van natuurlijke personen, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, waarvan het bestuur geheel of ten dele bestaat uit vertegenwoordigers van één politieke partij die zijn aangewezen door een van haar organen, of waarvan de meerderheid van het bestuur bestaat uit politieke mandatarissen uit één partij.
Die definitie omvat derhalve niet alleen de organen van de interne partijstructuren (zoals het voorzitterschap, het partijbureau, het bestuurscomité, de federaties, de lokale afdelingen enz.), maar ook de structuren naast en buiten de partij (zoals de studiedienst, de vzw die de overheidsfinanciering in ontvangst neemt, de culturele en caritatieve verenigingen, de vrouwen- en jongerenbewegingen, de organen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden enz.), die wel degelijk met die partij verbonden zijn.
Dit wetsvoorstel hanteert als criteria van verbondenheid het feit dat het bestuur van de vereniging (in onverschillig welke proportie) bestaat uit vertegenwoordigers van één politieke partij, die door een van de partijorganen zijn aangewezen, of het feit dat de meerderheid van het bestuur bestaat uit politieke mandatarissen uit een en dezelfde partij. Dat verschil in proportionaliteit vloeit voort uit het verschil dat moet worden gemaakt tussen een partijpolitieke vertegenwoordiging en een individuele participatie : in het eerste geval kan uit de vertegenwoordiging van één partij, ongeacht het aantal en de hoedanigheid van de vertegenwoordigers, worden afgeleid dat er verbondenheid is; in het tweede geval dient de individuele aanwezigheid van politieke mandatarissen uit één partij gepaard te gaan met een meerderheidpositie in het bestuur , om aan te nemen dat ook in dat geval sprake is van verbondenheid.
Op grond daarvan geldt dat vermoeden dus niet voor pluralistische organisaties waarvan in de bestuursorganen vertegenwoordigers of politieke mandatarissen uit verschillende partijen zitting hebben, ook al heeft een van die partijen in het bestuur een meerderheid. Dat vermoeden geldt evenmin voor onafhankelijke organisaties waarvan in voorkomend geval in de bestuursorganen verscheidene politieke mandatarissen uit een en dezelfde partij zitting hebben; die mandatarissen mogen in het bestuur dan wel geen meerderheid vormen en ze moeten er als particulier aanwezig zijn, niet als vertegenwoordiger van hun partij.
De invulling van het hier gehanteerde begrip « politiek mandataris » is dezelfde als die welke reeds voorkomt in de wet van 4 juli 1989 betreffende de verkiezingsuitgaven, te weten elkeen die een functie of een politiek mandaat uitoefent in een politiek bestuur; dat gaat van federaal minister over gewestverkozene en provinciegouverneur tot OCMW-raadslid.
Het voorliggende wetsvoorstel maakt de bepalingen van de wet van 4 juli 1989 betreffende de verkiezingsuitgaven van toepassing op de « componenten van een politieke partij », op grond van de definitie van dat begrip (artikel 2). Zo worden die componenten op één lijn gebracht met de politieke partijen, zowel inzake giften (artikel 3) als inzake toezicht op hun boekhouding (artikel 4).
Het wetsvoorstel stelt voorts dat de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in verband met de fiscale aftrekbaarheid van giften van particulieren aan bepaalde instellingen met cultureel, wetenschappelijk of caritatief oogmerk, of instellingen die aan hulpverlening aan ontwikkelingslanden doen, niet van toepassing zijn op die componenten, net zoals dat overigens het geval is voor de politieke partijen (artikel 5).
De drie nagenoeg identieke wetten uit 1994 betreffende de uitgaven voor de Europese verkiezingen, de gewest- en gemeenschapsverkiezingen alsmede de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen worden ten slotte ook in die zin aangepast en vereenvoudigd. Zo worden de wijzigingen die in de wet van 1989 werden aangebracht inzake giften, ook op die wetten van toepassing gemaakt (artikelen 6, 7 en 8).
Tot slot wordt de Koning gemachtigd die verschillende wetten te coördineren (artikel 9).
| José DARAS. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 1 van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, gewijzigd bij de wetten van 18 juni 1993, 19 mei 1994 en 10 april 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º er wordt een 1ºbis ingevoegd, luidend als volgt :
« 1ºbis component van een politieke partij : hetzij een orgaan van de interne structuur van een politieke partij, zoals bepaald in haar statuten, hetzij de vereniging van natuurlijke personen, al dan niet met rechtspersoonlijkheid, waarvan het bestuur geheel of ten dele bestaat uit vertegenwoordigers van één politieke partij die zijn aangewezen door een van haar organen, of waarvan de meerderheid van het bestuur bestaat uit politieke mandatarissen uit één partij; »
2º in limine van het 2º, worden de woorden « ontvangsten van een politieke partij » vervangen door de woorden « ontvangsten van een politieke partij of van een van haar componenten »;
3º in het 2º, wordt de tekst bij de achtste gedachtenstreep vervangen door de volgende bepaling :
« voor de politieke partij, de door haar componenten gestorte bijdragen en voor deze laatste de door de partij dan wel door andere van haar componenten gestorte bijdragen; »
4º in limine van het 3º, worden de woorden « van een politieke partij » vervangen door de woorden « van een politieke partij of van een van haar componenten »;
5º in het 3º, wordt de tekst bij de vierde gedachtenstreep vervangen door de volgende bepaling :
« voor de politieke partij, de aan haar componenten toegekende dotaties en voor deze laatste de aan de partij dan wel andere van haar componenten toegekende dotaties; ».
Art. 3
In artikel 16bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 juni 1993 en gewijzigd bij de wet van 19 mei 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in het eerste lid, eerste zin, worden de woorden « en politieke mandatarissen » vervangen door de woorden « politieke mandatarissen en componenten van een politieke partij »;
2º in het eerste lid wordt, tussen de tweede en de derde zin, de volgende zin ingevoegd : « Zo ook mogen de politieke partijen giften ontvangen van hun componenten, en andersom »;
3º in het tweede lid worden de woorden « door een politieke partij of een kandidaat » vervangen door de woorden « door een politieke partij, een van haar componenten of een kandidaat »;
4º het derde en het vierde lid worden vervangen door de volgende bepalingen :
« In geval de politieke partij of een van haar componenten in strijd met dit artikel een gift aanvaardt, verliest de bij artikel 22 bepaalde instelling ten belope van het dubbel van het bedrag van de gift het recht op de dotatie die krachtens hoofdstuk III van deze wet zou worden toegekend tijdens de maanden volgend op de vaststelling van deze niet-naleving door de Controlecommissie.
Hij die in strijd met dit artikel een gift doet aan een politieke partij, een van haar componenten, een lijst, een kandidaat of een politieke mandataris wordt gestraft met geldboete van 26 frank tot 100 000 frank.
Hij die als kandidaat of politieke mandataris een dergelijke gift aanvaardt of hij die zonder kandidaat of politieke mandataris te zijn een dergelijke gift aanvaardt namens en voor rekening van een politieke partij, een van haar componenten, een lijst, een kandidaat of een politieke mandataris wordt met dezelfde straf gestraft. »
Art. 4
Artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 mei 1994, wordt aangevuld met het volgende lid :
« Dat financieel verslag heeft betrekking op de geregistreerde en afgesloten rekeningen van ontvangsten en uitgaven van de in artikel 22 bedoelde instelling, evenals op de ontvangsten en uitgaven van de politieke partij en haar componenten. »
Art. 5
Artikel 104 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld met het volgende lid :
« De 3º en 4º zijn evenwel niet van toepassing op de instellingen die als component van een politieke partij kunnen worden omschreven op grond van artikel 1, 1ºbis , van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen ».
Art. 6
In artikel 11 van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van het Europees Parlement worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in het eerste lid, eerste zin, 2º, worden de woorden « en politieke mandatarissen » vervangen door de woorden « politieke mandatarissen en componenten van een politieke partij »;
2º in het eerste lid, tussen de tweede en de derde zin, wordt de volgende zin ingevoegd: « Zo ook mogen de politieke partijen giften ontvangen van hun componenten, en andersom »;
3º in het tweede lid worden de woorden « door een politieke partij of een kandidaat » vervangen door de woorden « door een politieke partij, een van haar componenten of een kandidaat »;
4º het derde en het vierde lid worden vervangen door de volgende bepalingen :
« In geval de politieke partij of een van haar componenten in strijd met dit artikel een gift aanvaardt, verliest de instelling bedoeld in artikel 22 van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, ten belope van het dubbel van het bedrag van de gift het recht op de dotatie die krachtens hoofdstuk III van dezelfde wet zou worden toegekend tijdens de maanden volgend op de vaststelling van deze niet-naleving door de Controlecommissie.
Hij die in strijd met dit artikel een gift doet aan een politieke partij, een van haar componenten, een lijst, een kandidaat of een politieke mandataris wordt gestraft met geldboete van 26 frank tot 100 000 frank. Hij die als kandidaat of politieke mandataris een dergelijke gift aanvaardt of hij die zonder kandidaat of politieke mandataris te zijn een dergelijke gift aanvaardt namens en voor rekening van een politieke partij, een van haar componenten, een lijst, een kandidaat of een politieke mandataris wordt met dezelfde straf gestraft. »
Art. 7
In artikel 11 van de wet van 19 mei 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in het eerste lid, eerste zin, 2º, worden de woorden « en politieke mandatarissen » vervangen door de woorden « politieke mandatarissen en componenten van een politieke partij »;
2º in het eerste lid wordt, tussen de tweede en de derde zin, de volgende zin ingevoegd « Zo ook mogen de politieke partijen giften ontvangen van hun componenten, en andersom »;
3º in het tweede lid worden de woorden « door een politieke partij of een kandidaat » vervangen door de woorden « door een politieke partij, een van haar componenten of een kandidaat »;
4º het derde en het vierde lid worden vervangen door de volgende bepalingen :
« In geval de politieke partij of een van haar componenten in strijd met dit artikel een gift aanvaardt, verliest de instelling bedoeld in artikel 22 van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, ten belope van het dubbel van het bedrag van de gift het recht op de dotatie die krachtens hoofdstuk III van dezelfde wet zou worden toegekend tijdens de maanden volgend op de vaststelling van deze niet-naleving door de Controlecommissie.
Hij die in strijd met dit artikel een gift doet aan een politieke partij, een van haar componenten, een lijst, een kandidaat of een politieke mandataris wordt gestraft met een geldboete van 26 frank tot 100 000 frank. Hij die als kandidaat of politieke mandataris een dergelijke gift aanvaardt of hij die zonder kandidaat of politieke mandataris te zijn een dergelijke gift aanvaardt namens en voor rekening van een politieke partij, een van haar componenten, een lijst, een kandidaat of een politieke mandataris wordt met dezelfde straf gestraft. »
Art. 8
In artikel 13 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1º in het eerste lid, eerste zin, 2º, worden de woorden « en politieke mandatarissen » vervangen door de woorden « politieke mandatarissen en componenten van een politieke partij »;
2º in het eerste lid, tussen de tweede en de derde zin, wordt de volgende zin ingevoegd : « Zo ook mogen de politieke partijen giften ontvangen van hun componenten, en andersom »;
3º in het tweede lid worden de woorden « door een politieke partij of een kandidaat » vervangen door de woorden « door een politieke partij, een van haar componenten of een kandidaat »;
4º het derde en het vierde lid worden vervangen door de volgende bepalingen :
« In geval de politieke partij of een van haar componenten in strijd met dit artikel een gift aanvaardt, verliest de instelling bedoeld in artikel 22 van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, ten belope van het dubbel van het bedrag van de gift het recht op de dotatie die krachtens hoofdstuk III van dezelfde wet zou worden toegekend tijdens de maanden volgend op de vaststelling van deze niet-naleving door de Controlecommissie.
Hij die in strijd met dit artikel een gift doet aan een politieke partij, een van haar componenten, een lijst, een kandidaat of een politieke mandataris wordt gestraft met geldboete van 26 frank tot 100 000 frank. Hij die als kandidaat of politieke mandataris een dergelijke gift aanvaardt of hij die zonder kandidaat of politieke mandataris te zijn een dergelijke gift aanvaardt namens en voor rekening van een politieke partij, een van haar componenten, een lijst, een kandidaat of een politieke mandataris wordt met dezelfde straf gestraft. »
Art. 9
De Koning is gemachtigd tot coördinatie van de vigerende wetten betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de federale Kamers, voor de verkiezing van het Europees Parlement, voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn, alsmede de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen.
Daartoe kan Hij :
1º wijzigingen aanbrengen in de volgorde, de nummering en meer in het algemeen de presentatie van de te coördineren bepalingen;
2º wijzigingen aanbrengen in de verwijzingen die zouden zijn opgenomen in de te coördineren bepalingen, teneinde ze in overeenstemming te brengen met de nieuwe nummering;
3º wijzigingen aanbrengen in de redactie van de te coördineren bepalingen, teneinde de concordantie ervan te waarborgen en eenheid te brengen in de terminologie ervan, zonder dat afbreuk mag worden gedaan aan de in die bepalingen vervatte beginselen.
Het koninklijk besluit tot coördinatie wordt opgenomen in een wetsontwerp houdende bekrachtiging dat zal worden ingediend bij de Wetgevende Kamers als die tijdens de zitting in vergadering bijeen zijn, dan wel bij het begin van hun eerstkomende zitting.
De coördinatie draagt het volgende opschrift : « Wetten betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen en hun componenten, gecoördineerd op ... »
Art. 10
Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekend gemaakt, met uitzondering van artikel 5, dat in werking treedt vanaf het aanslagjaar 1998.
| José DARAS. Vera DUA. |