1-419/3 | 1-419/3 |
23 APRIL 1997
Het opschrift vervangen als volgt :
« Wetsvoorstel betreffende de kansspelen »
In de tekst van het voorstel de woorden « het College » vervangen door de woorden « de Dienst » .
Artikel 1
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. »
Art. 9
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 9. Zijn geen kansspelen in de zin van deze wet :
1º de loterijen;
2º de spelen betreffende de beoefening van sporten waarbij de actieve deelname van de mens doorslaggevend is en de ter gelegenheid van deze spelen aangegane weddenschappen;
3º de spelen van wezenlijk intellectuele aard die af en toe en bij wijze van ontspanning worden beoefend. »
Hoofdstuk II
Het opschrift vervangen als volgt :
« Hoofdstuk II. Controledienst voor de kansspelen »
Artikelen 11 tot 17
Deze artikelen vervangen als volgt :
Art. 11
« § 1. Onder de benaming « Controledienst voor de kansspelen » wordt een autonome instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht, hierna « Dienst » genoemd, waarvan de zetel op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gevestigd is. »
Onverminderd de bepalingen van deze wet is de Dienst onderworpen aan de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Hij wordt gelijkgesteld met de instellingen van categorie C.
§ 2. De inrichtings- en werkingskosten van de Dienst worden ten laste gelegd van de exploitaties die aan zijn controle worden onderworpen of waarvan de verrichtingen aan zijn controle worden onderworpen.
De oprichtingskosten van de Dienst worden gefinancierd door middel van een dotatie in de begroting van de ministeries van Justitie en Financiën.
De Koning bepaalt de wijze van verdeling van de kosten tussen de exploitaties. De inrichtings- en werkingskosten worden jaarlijks aangerekend. De oprichtingskosten worden daarenboven op drie jaar terugbetaald.
Art. 12
De Dienst is belast met de toepassing van de bepalingen van deze wet :
hij waakt over de gelijkvormigheid en de regelmatigheid van het kansspel zowel van te voren als tijdens zijn exploitatie;
hij controleert de personen die bij de exploitatie betrokken zijn en de financiële structuur van de exploitaties;
hij reikt de arbeidsvergunningen binnen de exploitatie uit.
De Dienst is belast met de uitreiking van de in hoofdstuk III van deze wet bedoelde vergunningen en identificatiekaarten.
In het kader van de bestrijding van het witwassen van geld, is de Dienst de controleoverheid beoogd in artikel 21 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en hij zal de Cel voor financiële informatieverwerking op de hoogte moeten brengen van feiten die bewijsmateriaal voor het witwassen van geld kunnen vormen. Hij ontvangt de kennisgevingen van de in artikel 51tredecies van deze wet beoogde verrichtingen en is belast met de controle op de nuttige maatregelen die door de exploitanten getroffen worden bij het opsporen van de identiteit van de opdrachtgevers van een speeloperatie. De Koning bepaalt de verrichtingen die aan de Dienst moeten medegedeeld worden en de te volgen procedure.
De Dienst spreekt de intrekkingen uit van de vergunningen en van de identificatiekaarten wanneer hij overtredingen van de bepalingen van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten vaststelt.
De Dienst adviseert over het algemeen beleid inzake kansspelen en wordt belast met de eenvormige toepassing van deze wet.
Art. 13
Binnen de uitoefening van hun opdrachten hebben de leden van de Dienst en de met controleverrichtingen belaste ambtenaren en beambten van het vast secretariaat van de Dienst de hoedanigheid van gerechtelijke officier bij het parket.
Onverminderd de bevoegdheden van de gerechtelijke officieren bij de parketten, zijn de in het eerste lid beoogde personen bevoegd om de overtredingen van de bepalingen van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten op te sporen en om proces-verbaal terzake op te stellen. Dit proces-verbaal heeft bewijskracht behoudens tegenbewijs en moet aan de dienst en aan de bevoegde procureur des Konings overgemaakt worden.
Binnen de uitoefening van hun ambt, zijn zij gemachtigd :
vrije toegang te eisen tijdens de gebruikelijke openings- en werkuren tot de inrichtingen waarvoor een vergunning verleend werd bij toepassing van deze wet;
vrije toegang te eisen tot bewoonde gebouwen of lokalen indien aanwijzingen bestaan die een overtreding laten vermoeden, mits voorafgaandelijke toestemming van de politierechter; die huiszoekingen moeten door ten minste twee leden samen worden uitgevoerd;
zich door ondernemingen en personen alsook door alle politiediensten en door de bestuursdiensten van de Staat, de besturen van de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de agglomeraties en de gemeenten, alle inlichtingen te doen verstrekken die zij voor de toepassing van deze wet nodig achten;
akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden in beslag te nemen om het bewijs van een overtreding te bekomen of om de mededaders of medeplichtigen van de overtreders op te sporen;
de gemeente- of gerechtelijke politie of de rijkswacht opvorderen.
Art. 14
De leden van de Dienst, de leden van het vast secretariaat van de dienst en degenen die, uit welken hoofde ook, optreden bij de toepassing van deze wet, zijn, buiten het uitoefenen van hun ambt, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan zij wegens de uitvoering van hun opdracht kennis hebben. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing terzake.
In het eerste lid beoogde personen oefenen hun ambt uit wanneer zij aan de minister van Financiën de volgende inlichtingen verstrekken :
gegevens die nodig zijn om de fiscale toestand van de uitbater te bepalen;
gegevens die de voorbereiding of het bestaan van een mechanisme van fiscale fraude laten vermoeden.
Art. 15
De Dienst hangt van de ministers van Justitie en van Financiën af.
Hij staat onder de leiding van een magistraat en is bovendien samengesteld uit zes leden, benoemd door de Koning.
Op het moment van hun benoeming moeten de leden de volgende voorwaarden vervullen :
Belg zijn;
het genot hebben van de burgerlijke en politieke rechten;
de volle leeftijd van 35 jaar hebben bereikt;
hun woonplaats in België hebben;
houder zijn van een diploma van doctor of licenciaat in de rechten, van handelsingenieur, van licenciaat in de economische wetenschappen, van licenciaat in de toegepaste economische wetenschappen, van burgerlijke ingenieur, van licenciaat in de wiskundige wetenschappen en van licenciaat in de natuurkundige wetenschappen;
gedurende tenminste tien jaar een juridische, administratieve of academische functie hebben uitgeoefend en een ervaring aantonen inzake wetgevingen die met spelen betrekking hebben;
geen betrekking of activiteit uitoefenen of hebben uitgeoefend bij een aan de controle van de dienst onderworpen exploitatie.
Het mandaat van de voorzitter en van de leden van de Dienst heeft een duur van vijf jaar en is hernieuwbaar. Het mag deeltijds worden uitgeoefend.
De Dienst wordt bijgestaan door een vast secretariaat.
Ten minst één keer per jaar stelt de Dienst voor de voornoemde ministers een verslag van haar werkzaamheden op.
Art. 16
De Koning bepaalt de regels inzake de samenstelling, de organisatie en de werking van de Dienst en van zijn vast secretariaat.
Art. 17
Ten minste één keer per jaar vergadert de Dienst met de erkende beroepsverenigingen in het kader van een overlegcomité waarvan de samenstelling en de werking door de Koning geregeld wordt. »
Hoofdstuk III, Afdeling 1
Het opschrift vervangen als volgt :
« Vergunningen, certificaten en identificatiekaarten. »
Art. 19
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 19. Een algemeen fabricatiecertificaat wordt uitgereikt per model speeltafel en speelapparaat, enerzijds, en een individueel exploitatiecertificaat wordt uitgereikt per speeltafel en per apparaat dat werkelijk uitgebaat wordt.
Die certificaten worden uitgereikt alvorens de speeltafels en de speelapparaten in uitbating gebracht worden in België. »
Art. 30
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 30. Er mag één casino worden opgericht per schijf of deel van schijf van één miljoen inwoners in België.
De gewestregeringen beslissen in welke gemeenten de casino's mogen gevestigd worden en maken hun beslissing aan de Dienst bekend. »
Art. 31
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 31. Op advies van de Dienst, bepaalt de Koning :
de procedure van indiening van de aanvragen tot het verkrijgen van de vergunningen klasse A en van de in artikel 19 beoogde certificaten;
de vorm van de vergunning klasse A;
de onderzoeksvoorwaarden van voormelde aanvragen;
de beheers- en werkingsregels van de casino's, met dien verstande dat de boekhouding van de speelverrichtingen apart moet gehouden worden van de boekhouding die betrekking heeft tot de andere activiteiten die het casino zou kunnen beoefenen;
de exploitatie- en werkingsregels van de tafelspelen;
de exploitatie- en werkingsregels van de speelautomaten;
de regels tot toekenning van de in artikel 19 beoogde certificaten;
de vorm van de certificaten;
de algemene regels van inwendige orde die elk casino moet naleven;
de regels van toezicht en controle van de spelen door de leden van de Dienst en de daartoe aangeduide leden van het vast secretariaat van de Dienst alsook de regels van controle van de speelautomaten en, in voorkomend geval, van de speeltafels door middel van een geschikt informaticasysteem. Dit informaticasysteem mag worden opgericht door een organisme uit de privé-sector, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels, onder de controle van de Dienst en mits toepassing van artikel 36, tweede lid. »
Art. 32
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 32. Elke overtreding van de bij de toekenning van een vergunning klasse A gestelde voorwaarden kan aanleiding geven tot de intrekking van de vergunning, na verhoor van de houder ervan.
De intrekking gebeurt bij gemotiveerde beslissing van de Dienst.
De beslissing tot intrekking kan eveneens voorzien in de zelfs tijdelijke vervanging van de uitbater waarvan de vergunning klasse A ingetrokken werd, door een uitbater die houder is van een vergunning van dezelfde klasse. »
Art. 35
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 35. Op advies van de Dienst, bepaalt de Koning :
de procedure van indiening van de aanvragen tot het verkrijgen van de vergunningen klasse B of klasse C;
de vorm van de vergunningen klasse B en klasse C;
de onderzoeksvoorwaarden van voormelde aanvragen. »
Art. 42
Het laatste lid van § 1, c), vervangen als volgt :
« Deze gezelschapsspelen moeten zodanig geconstrueerd en ingesteld zijn dat de speler gemiddeld per uur niet meer verlies kan lijden dan 1 500 frank. »
Art. 43
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 43. Op advies van de Dienst, bepaalt de Koning :
de procedure van indiening van de aanvragen tot het verkrijgen van de vergunningen klasse D;
de vorm van de vergunning klasse D;
de onderzoeksvoorwaarden van voormelde aanvragen;
de beheers- en werkingsregels van de lunaparken;
de exploitatie- en werkingsregels van de automatische kansspelapparaten, inzonderheid het bedrag van de vaste basisinzet bedoeld in artikel 42;
de algemene regels van inwendige orde die elk lunapark moet naleven;
de regels van toezicht en controle van de spelen door de leden van de Dienst en de daartoe aangeduide leden van het vast secretariaat van de Dienst alsook de regels van controle van de speelautomaten door middel van een geschikt informaticasysteem. Dit informaticasysteem mag worden opgericht door een organisme uit de privé-sector, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels, onder de controle van de Dienst en mits toepassing van artikel 36, tweede lid. »
Hoofdstuk IV, afdeling 3
Het opschrift vervangen als volgt :
« Drankgelegenheden ».
Art. 46
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 46. Op advies van de Dienst, bepaalt de Koning :
de procedure van indiening van de aanvragen tot het bekomen van de vergunningen klasse E;
de vorm van de vergunning klasse E;
de onderzoeksvoorwaarden van voormelde aanvragen;
exploitatie- en werkingsregels van de automatische kansspelapparaten, inzonderheid het bedrag van de vaste basisinzet bedoeld in artikel 45. Het aantal van de in artikel 45 beoogde apparaten mag nooit meer dan drie bedragen;
de regels van toezicht en controle van de spelen door de leden van de Dienst en de daartoe aangeduide leden van het vast secretariaat van de Dienst alsook de regels van controle van de speelautomaten door middel van een geschikt informaticasysteem. Dit informaticasysteem mag worden opgericht door een organisme uit de privé-sector, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels, onder de controle van de Dienst en mits toepassing van artikel 36, tweede lid. »
Hoofdstuk V
Het opschrift vervangen als volgt :
« Borgtochten Kosten voor het verkrijgen van certificaten en identificatiekaarten Diverse kosten ».
Art. 50
De tweede paragraaf van dit artikel vervangen als volgt :
« De kosten die door de Dienst gemaakt worden in het kader van een aanvraag om het verkrijgen van een fabricatiecertificaat worden aan de aanvrager uitvoerig gefactureerd.
Een exploitatiecertificaat wordt uitgereikt tegen betaling van een bedrag van 500 frank dat overeenstemt met de administratiekosten.
Een identificatiekaart wordt uitgereikt tegen betaling van een bedrag van 1 000 frank dat overeenstemt met de onderzoeks- en administratiekosten. »
Hoofdstuk Vbis (nieuw)
Een hoofdstuk Vbis (nieuw) invoegen, met als opschrift :
« Hoofdstuk Vbis. Maatregelen ter bescherming van de spelers in de casino's en de lunaparken ».
Afdeling 1 Toegangsvoorwaarden
Art. 51bis (nieuw)
Een artikel 51bis (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51bis. De toegang tot de speelzalen van de casino's en tot de ruimten van de lunaparken die voor de kansspelen voorbehouden zijn, is verboden voor personen met een leeftijd onder de 21 jaar. »
Art. 51ter (nieuw)
Een artikel 51ter (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51ter. De toegang tot de in artikel 52 beoogde lokalen is verbonden aan het voorleggen van een identiteitsdocument en aan de inschrijving van de identiteit van de bezoeker in een daartoe bestemd register. »
Art. 51quater (nieuw)
Een artikel 51quater (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51quater. De Dienst spreekt het toegangsverbod uit tot de in artikel 51bis beoogde lokalen ten opzichte van :
personen die deze maatregelen vrijwillig hebben verzocht;
onbekwamen, op aanvraag van hun wettelijk vertegenwoordiger of hun gerechtelijk raadsman;
personen wiens aanwezigheid de orde of een normaal spelverloop kan verstoren. »
Afdeling 2. Inzetten
Art. 51quinquies (nieuw)
Een artikel 51quinquies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51quinquies. Het is aan wie dan ook verboden in een casino of in een lunapark leningen onder welke vorm ook aan de spelers toe te staan of transacties te sluiten met het oog op deelname aan het spel. »
Art. 51sexies (nieuw)
Een artikel 51sexies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51sexies. De spelen mogen enkel beoefend worden met baar geld, elke inzet op woord is verboden. »
Afdeling 3. Beperkingen in het aanbod
van maaltijden en alcoholische dranken
Art. 51septies (nieuw)
Een artikel 51septies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51septies. Het is verboden alcoholische dranken en maaltijden, tegen welke prijs ook, aan te bieden in de in artikel 51bis beoogde lokalen. Het is eveneens verboden alcoholische dranken en maaltijden, om niet of tegen verminderde prijzen, aan te bieden buiten bedoelde speelzalen of -ruimten. »
Afdeling 4. Reclame en verslaving
Art. 51octies (nieuw)
Een artikel 51octies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51octies. Elke vorm van reclame die op directe en overdreven wijze aanzet tot spelen is verboden. »
Art. 51novies (nieuw)
Een artikel 51novies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51novies. Op advies van de Dienst treft de Koning alle maatregelen tot voorkoming of bestrijding van spelverslaving en bepaalt inzonderheid alle maatregelen voor het opstellen van een ethische gedragscode, de vorming van het zaalpersoneel en de informatie van het publiek omtrent de aan het spel inherente gevaren. »
Hoofdstuk Vter (nieuw)
Een hoofdstuk Vter (nieuw) invoegen, met als opschrift :
« Hoofdstuk Vter. Maatregelen tot voorkoming van het gebruik van kansspelexploitaties voor het witwassen van geld. »
Art. 51decies (nieuw)
Een artikel 51decies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51decies. Alle personen die op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten persoonlijke titel of via een rechtspersoon, aan een kansspelexploitatie deelnemen of die er directe of indirecte eigenaars van zijn, moeten op blijvende wijze, ondubbelzinnig en zonder uitzondering geïdentificeerd worden.
Te dien einde zijn de kandidaten voor het verkrijgen van een vergunning ertoe gehouden alle inlichtingen aan de Dienst te verschaffen die hem in staat stellen de doorzichtigheid van de financiële structuur van de onderneming en van haar aandeelhouders te controleren. Bovendien zijn de uitbaters ertoe gehouden de Dienst in kennis te stellen van elke wijziging die sedert de beslissing van toekenning plaatsvond. »
Art. 51undecies (nieuw)
Een artikel 51undecies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51undecies. De uitbaters van een kansspelexploitatie die houder zijn van een vergunning moeten zich door middel van een bewijskrachtig stuk vergewissen van de juiste identiteit van alle personen die een verrichting uitvoeren in de speelzaal of die daartoe het voornemen hebben.
Indien deze personen niet voor eigen rekening handelen of in geval van twijfel over het feit of zij voor eigen rekening handelen moeten de uitbaters de nuttige maatregelen treffen om informatie te verkrijgen omtrent de werkelijke identiteit van de opdrachtgever en hiervan de Dienst inlichtingen.
De Koning bepaalt de aard van de stukken en de termijn van bewaring ervan. »
Art. 51duedecies (nieuw)
Een artikel 51duedecies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51duedecies. De uitbaters van een kansspelexploitatie zijn ertoe gehouden de Cel voor financiële informatieverwerking, beoogd in artikel 11 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, in kennis te stellen van iedere uitgevoerde of overwogen verrichting die het witwassen van geld, in de zin van artikel 1 van voormelde wet, kan laten vermoeden dat het verdacht karakter uit de verrichting zelf, uit een geheel aan verrichtingen of uit de contekst waarin deze plaatsheeft voortspruit en er kopie van over te maken naar de Dienst.
Ze zijn er bovendien toe gehouden de Dienst in kennis te stellen van iedere verrichting boven de 2 500 ecus en van alle verrichtingen waarvan de Koning een lijst opstelt. »
Art. 51terdecies (nieuw)
Een artikel 51terdecies (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 51terdecies. De uitbaters van een kansspelexploitatie duiden één of meerdere personen aan die binnen hun onderneming verantwoordelijk zijn voor de toepassing van dit hoofdstuk. Die personen zijn hoofdzakelijk belast met de naleving van de door de Dienst vastgestelde procedures inzake interne controle, communicatie en centralisatie van de informaties ten einde verrichtingen die aan het witwassen van geld verbonden zijn te voorkomen, op te sporen of te beletten en, om de zes maanden, daarover verslag uit te brengen aan de Dienst. »
Art. 53bis (nieuw)
Een artikel 53bis (nieuw) invoegen, luidende :
« Art. 53bis. De exceptie van spel kan door de inrichter van een kansspel of de uitbater van een kansspelexploitatie niet tegengeworpen worden aan de winnaars van door deze wet toegelaten kansspelen. »
Art. 54
Het derde lid van dit artikel vervangen als volgt :
« De artikelen 27, 32, 37, 47, 51bis tot 51terdecies en 53bis, treden in werking op de eerste dag van de 25e maand volgend op die gedurende welke zij verschenen zijn in het Belgisch Staatsblad. »
Verantwoording
De amendementen houden voor de overgrote meerderheid van de artikelen zonder meer rekening met de opmerkingen van de Raad van State. Het gaat hier over de artikelen 1, 9, 19 en 50, § 2.
Andere amendenten zijn meer van cosmetische aard en zorgen voor een grotere coherentie van de tekst onder andere door het verwijderen van dubbele gebruiken. Het gaat in casu over artikelen 31, 32, 35, 43 en 46.
De hierbovenvermelde amendementen worden niet nader besproken.
De laatste reeks amendementen betreffen hoofdstukken, artikelen of delen ervan die, hetzij volledig herschreven zijn naar aanleiding van bovenvermeld advies, hetzij totaal nieuw zijn. Het betreft het hoofdstuk II (artikelen 11 tot 17), de artikelen 30 en 42, § 1, c) , laatste lid, de hoofdstukken Vbis , Vter , VI, alsook artikel 53bis in hoofdstuk III.
Commentaar
1) Het nieuwe hoofdstuk II bevat een totaal nieuwe benadering van het controle-orgaan. Het principe van een volwaardige administratie was moeilijk houdbaar rekening houdend met de opmerkingen van de Raad van State, met de huidige toestand van de openbare financiën en met de strenge organisatorische vereisten waaraan een administratie, in de enge zin van het woord, moet voldoen.
De auteur blijft overtuigd dat omwille van de situatie in de omringende landen en van het banaal geworden grensoverschrijdend verkeer het spel in ons land niet kan geweerd worden.
Rekening houdend eveneens dat alle vormen van spel a priori even immoreel zijn maar dat sommige ervan niet meer uit te sluiten zijn, blijft het huidig voorstel een sociale noodzaak. Het toelaten van en de controle op « populaire » spelen is een morele taak van de overheid. Het bannen van het spel uit een gemeenschap verhoogt steeds de risico's tot clandestiene verrichtingen en malafide operatoren. Het vereist aldus van de overheid dat zij meer geldelijke en menselijke middelen moet aanwenden voor controles, vervolgingen en bestraffing. Het voorstel is inhoudelijk coherent en beoogt, op de voor de overheid goedkoopste en meest efficiënte wijze, enerzijds, een strenge controle op de operatoren die niettemin als volwaardige (en door de uitgeoefende controles geloofwaardige) economische acteurs worden beschouwd en, anderzijds, een grotere sociale bescherming van de spelers.
De auteur blijft dus volhouden dat een coherent beleid en een efficiënte controle slechts kunnen worden gevoerd door een orgaan met een hoge graad van autonomie en met uitgebreide bevoegdheden.
Vermits de voogdij op zulk orgaan logischerwijze door beide ministers van Justitie en van Financiën moet uitgeoefend worden, werd gekozen om een autonome instelling met rechtspersoonlijkheid in het leven te roepen : de « Controledienst voor de kansspelen ». Het zou hier gaan om een instelling die gelijkgesteld wordt met de instellingen van openbaar nut van categorie C. Het feit dat deze dienst in de categorie C terechtkomt, heeft als voordeel dat hij organisatorisch en financieel op een zeer flexibele manier kan functioneren.
De Dienst wordt samengesteld uit zeven personen met een magistraat (van de zetel of van het parket) als voorzitter. De bedoeling is dat de zes andere leden van de Dienst zowel uit de administratie als uit de academische wereld afkomstig zouden zijn alsook uit wat men noemt de burgerlijke maatschappij. Deze Dienst die deeltijds mag zetelen wordt bijgestaan door een vast secretariaat dat gedetacheerde ambtenaren van de departementen van Justitie en Financiën, leden van de gerechtelijke politie, boekhoudkundige, financiële en computerspecialisten zou moeten omvatten om de door de wet genoodzaakte taken en onderzoeken te kunnen verrichten.
Om zelfstandig en onpartijdig te kunnen handelen mogen de externe leden van de Dienst geen betrekking of activiteit uitoefenen of hebben uitgeoefend bij een aan de controle van de Dienst onderworpen spelexploitatie.
2) Het nieuw artikel 30 bepaalt het maximum aantal casino's die in België mogen opgericht worden. De Raad van State heeft terecht opgemerkt dat de auteur geen objectieve criteria omschreef om de in het oorspronkelijk voorstel opgesomde gemeenten boven andere te verkiezen. Omdat het voorstel inderdaad hoofdzakelijk op de traditie steunt wat op zich niet objectief is en omwille van de bevoegdheden van de gewesten inzake vrijetijdsbesteding en toerisme werd gekozen voor een demografische benadering van het probleem. Met één casino per schijf of deel van schijf van één miljoen inwoners bestaat thans de mogelijkheid maximaal zes casino's op het grondgebied van het Vlaams Gewest, maximaal vier casino's op het grondgebied van het Waals Gewest en maximaal één casino op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest op te richten.
3) In artikel 42, § 1, c), laatste lid, van het oorspronkelijk voorstel was melding gemaakt van een aantal beperkingen zowel op de inzetten als op de winsten. De auteur heeft gekozen om deze nog theoretische getallen te vervangen door een begrip dat op sociaal vlak concreter is : het maximaal gemiddeld verlies per uur voor de speler dat tot 1 500 frank beperkt wordt. Achter dit nogal eenvoudig en sprekend concept schuilen uiteraard een aantal normen en criteria die betrekking hebben op inzetten, winsten en uitbetalingspercentage. Die zullen in voorkomend geval via de uitvoeringsbesluiten bepaald worden.
4) Er wordt voorgesteld een hoofdstuk Vbis in het voorstel te voegen dat betrekking heeft op zeer concrete maatregelen ter bescherming van de spelers in de lokalen waar kansspelen geëxploiteerd worden. De formulering van de artikelen 51bis tot 51novies , die dat hoofdstuk vormen, is vrij duidelijk zodat verdere toelichting overbodig lijkt. Toch wordt de aandacht gevestigd op het feit dat iedere lening of financiering, onder welke vorm ook, totaal uitgesloten is en dat iedere inzet op woord, d.i. zonder werkelijke inbreng van geld (of wat in de plaats komt als penningen), eveneens verboden is.
5) Hoewel het oorspronkelijk voorstel in diepgaande onderzoeken voorzag voorafgaandelijk aan de uitreiking van de vergunningen of certificaten is het wenselijk gebleken meer expliciet te verwijzen naar de bestaande wetgeving terzake. Daartoe dient het voorgesteld hoofdstuk Vter waarin meer aandacht besteed wordt aan de controle a posteriori op de exploitatie zelf en op potentieel dubieuze verrichtingen.
6) In artikel 53bis wordt bepaald dat de exceptie van het spel, die door artikelen 1965 en 1966 van het Burgerlijk Wetboek wordt ingesteld, niet kan tegengeworpen worden door inrichters van kansspelen of door uitbaters van kansspelexploitaties aan de winnaars van de door deze wet toegelaten kansspelen.
Artikel 1965 (voor de weddenschappen) en artikel 1966 (voor de niet nader bepaalde spelen) van het Burgerlijk Wetboek bepalen dat geen rechtsvordering toegestaan wordt voor een speelschuld of de betaling van een weddenschap. Het spelcontract heeft geen enkele juridische waarde en wordt met de volstrekte nietigheid gestraft.
Een normaal gevolg van deze stelling is uiteraard dat alle overeenkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op het spel of de exploitatie ervan eveneens nietig zijn.
Hoewel het nogal logisch zou blijken dat spelen die door de strafwetgeving toegelaten worden ook op burgerlijk vlak geoorloofd worden, zijn de rechtsleer en de rechtspraak het daarover niet eens.
Om alle misverstanden te vermijden wordt dus voorgesteld de exceptie van het spel te beperken door de in artikel 66 opgenomen bepaling.
De voordelen ervan zijn dat de strafrechtelijk toegelaten spelen op burgerlijk vlak geoorloofd worden, dat de winsten steeds zullen uitbetaald worden en dat de speler die reeds beschermd wordt door de bepalingen van de artikelen 51, 5º en 51, 6º een bijkomende bescherming geniet.
| Johan WEYTS. |
Art. 21
In dit artikel de woorden « door het College » vervangen door de woorden « door het betrokken gewest, na voorafgaand advies van het College ».
Verantwoording
De vergunning klasse A, die de mogelijkheid biedt een speelhuis « casino » genoemd te openen, moet door de betrokken gewesten worden afgegeven aangezien de gewesten het recht moeten hebben zelf te bepalen waar een dergelijk speelhuis op hun grondgebied kan komen. Aan de onderzoekstaak van het College terzake willen wij evenwel niet raken.
(Subsidiair amendement op amendement nr. 35)
Art. 21
Aan dit artikel een derde lid toevoegen, luidende :
« Het College kan de vergunning klasse A niet afgeven dan na voorafgaand advies van het gewest dat bij de vestiging van het casino is betrokken. »
Verantwoording
Wil men de gewesten niet bevoegd maken voor het verlenen van vergunningen klasse A om een casino te kunnen vestigen, dan zouden ze op z'n minst bevoegd moeten zijn om daarover een advies uit te brengen.
Art. 30
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 30. Het aantal casino's, waarvoor een vergunning klasse A vereist is, wordt beperkt als volgt :
vijf in het Vlaamse Gewest;
vijf in het Waalse Gewest, waarvan een in een gemeente die deel uitmaakt van het Duitse taalgebied;
twee in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
Elk gewest moet aan het College de vestigingsplaatsen voorstellen van de casino's die op hun grondgebied zijn gelegen of zullen liggen. »
(Subamendement op amendement nr. 6)
Art. 15
In de tekst voorgesteld voor artikel 15 de woorden « Belg zijn » vervangen door de woorden « onderdaan zijn van een Lid-Staat van de Europese Unie » .
Verantwoording
De reden van dit amendement ligt voor de hand.
| Paul HATRY. |