1-788/1

1-788/1

Belgische Senaat

ZITTING 1997-1998

20 NOVEMBER 1997


Voorstel van resolutie betreffende de internationale wapenhandel

(Ingediend door de heer Mahoux c.s.)


VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

Gelet op de verwoestende gevolgen van gewapende conflicten, meer bepaald van burgeroorlogen, voor het leven van miljoenen mensen en voor de ontwikkeling van de oorlogvoerende landen;

Gelet op de aanzienlijke economische inspanningen die de westerse Staten moeten leveren om het hoofd te bieden aan de noden van de door oorlog verwoeste landen;

Overwegende dat, vóór enige wapenuitvoer mag worden toegestaan, rekening moet worden gehouden met de interne en regionale politieke toestand van het land dat wapens koopt, alsook met de reputatie van dat land op het stuk van de mensenrechten;

Overwegende dat een efficiënt Europees veiligheidsbeleid maar mogelijk is op voorwaarde dat alle Lid-Staten van de Europese Unie gemeenschappelijke regels aannemen inzake wapenuitvoer;

Overwegende dat het voorbeeld van de Europese Unie de andere wapenuitvoerende landen zou kunnen overhalen;

Overwegende dat over deze problematiek een debat moet worden gevoerd bij alle internationale instanties die een positieve bijdrage kunnen leveren tot een efficiënte controle van de wapenuitvoer;

Verwijzend naar het vastberaden optreden van het Belgisch Parlement ten gunste van een efficiënte controle op de wapenhandel, inzonderheid de wet van 5 augustus 1991, waarvan artikel 4 de uitvoer van wapens verbiedt naar landen waarvan de interne situatie verontrustend is, en de wet van 9 maart 1995 houdende verbod op de antipersoonsmijnen;

Eveneens verwijzend naar de acht criteria inzake wapenuitvoer, door de Europese Raad van Ministers aangenomen te Luxemburg in 1991 en te Lissabon in 1992;

Vaststellende dat de toepassing van deze criteria moeilijk kan worden gecontroleerd;

Eveneens vaststellende dat de wapenuitvoerende landen deze criteria verschillend interpreteren;

Gelet evenwel op het recente standpunt van de regeringen van de Europese Unie, inzonderheid van de Britse en van de Belgische regering, ten gunste van een regulering van de wapenhandel, daaronder begrepen streng gedefinieerde morele criteria;

­ vraagt de regering binnen de instanties van de Europese Unie en van de Raad van Europa de invoering van een Europese gedragscode op de verkoop van wapens te verdedigen, die voor alle Lid-Staten precieze en gemeenschappelijke criteria oplegt;

­ vraagt de regering deze problematiek aanhangig te maken bij de bevoegde commissies van de UNO opdat zij zich daarover uitspreken;

­ wenst dat de regeringsleden die deel uitmaken van de assemblee van de Raad van Europa er een debat terzake op gang zetten.

Philippe MAHOUX.
Erika THIJS.
Guy VERHOFSTADT.
Paula SÉMER.
Magdeleine WILLAME-BOONEN.
Pierre JONCKHEER.
Eddy BOUTMANS.