1-270/6 | 1-270/6 |
8 NOVEMBER 1996
Art. 33
In het eerste lid van het voorgestelde artikel 261 tussen de woorden « van de voorzitter van de rechtbank » en de woorden « en van de hoofdgriffier » invoegen de woorden « of, in voorkomend geval, van de oudstbenoemde politierechter ».
Verantwoording
Hoewel de wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken de rechtsmacht van de meeste van die rechtbanken laat samenvallen met een gerechtelijk arrondissement, voorziet de personeelsformatie van de politierechtbanken niet in een voorzitter. Het nieuwe artikel 261 zou echter ook betrekking kunnen hebben op de politierechtbanken.
Art. 35
In § 1, 2º, a) , van het voorgestelde artikel 263 de woorden « beambte bij de griffie » vervangen door het woord « adjunct-griffier ».
Verantwoording
De uitoefening van een gerechtelijk ambt (griffier, adjunct-griffier) lijkt ons een onontbeerlijke voorwaarde om een leidende functie in een griffie te kunnen vervullen. De ervaring die een beambte bij de griffie opdoet, lijkt ons ontoereikend te zijn.
Art. 36
In het 2º, a) , van het voorgestelde artikel 264 de woorden « beambte bij de griffie » vervangen door het woord « adjunct-griffier ».
Verantwoording
Zelfde verantwoording als bij amendement nr. 101.
Art. 38
In het 2º, a), van het voorgestelde artikel 266 de woorden « beambte bij de griffie », vervangen door het woord « adjunct-griffier ».
Verantwoording
Zelfde verantwoording als bij amendement nr. 101.
Art. 40
In het 2º, a), van het voorgestelde artikel 268 de woorden « beambte bij de griffie » vervangen door het woord « adjunct-griffier ».
Verantwoording
Zelfde verantwoording als bij amendement nr. 101.
Art. 44
In het 3º, derde volzin, van het voorgestelde artikel 270 tussen de woorden « licentiaten in de rechten » en de woorden « en houders van het getuigschrift » invoegen de woorden « , gegradueerden in de rechten ».
Verantwoording
Wij menen dat de gegradueerden in de rechten vrijgesteld moeten worden van het examen. De gegradueerden in de rechten hebben immers een specifieke juridische opleiding die niet nader geverifieerd moet worden.
Art. 45
In het voorgestelde 2º, tweede volzin, van artikel 271, eerste lid, tussen de woorden « licentiaten in de rechten » en de woorden « en houders van het getuigschrift » invoegen de woorden « , gegradueerden in de rechten ».
Verantwoording
Zelfde verantwoording als bij amendement nr. 105.
Art. 58
In het 3º, derde volzin, van het voorgestelde artikel 282 tussen de woorden « licentiaten in de rechten » en de woorden « en houders van het getuigschrift » invoegen de woorden « , gegradueerden in de rechten ».
Verantwoording
Zelfde verantwoording als bij amendement nr. 105.
Art. 59
In het voorgestelde 2º, tweede volzin, van artikel 283, eerste lid, tussen de woorden « licentiaten in de rechten » en de woorden « en houders van het getuigschrift » invoegen de woorden « , gegradueerden in de rechten ».
Verantwoording
Zelfde verantwoording als bij amendement nr. 105.
Art. 77
Aan het slot van het tweede lid van het voorgestelde artikel 328 tussen de woorden « de vrederechter of de » en de woorden « rechter in de politierechtbank » invoegen het woord « oudstbenoemde ».
Verantwoording
Hoewel de wet van 11 juli 1994 betreffende de politierechtbanken de rechtsmacht van de meeste van die rechtbanken laat samenvallen met een gerechtelijk arrondissement, voorziet de personeelsformatie van de politierechtbanken niet in een voorzitter. Voor de politierechtbanken waar er meer dan één rechter is, moet dus worden bepaald welke rechter overgaat tot de vervanging van de hoofdgriffier onder de voorwaarden van het nieuwe artikel 328 van het Gerechtelijk Wetboek.
| Michel FORET. Claude DESMEDT. |