1-397/1

1-397/1

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

24 JULI 1996


Wetsvoorstel strekkende om de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten aan te passen aan de hervorming der instellingen

(Ingediend door de heer Daras c.s.)


TOELICHTING


De wet van 18 september 1986 heeft het politiek verlof ingesteld voor de leden van het personeel van de federale, gemeentelijke en provinciale overheidsdiensten die een mandaat uitoefenen bij een gemeente, een provincie, een O.C.M.W., een agglomeratie of federatie van gemeenten alsook bij de Duitstalige Gemeenschap. Ze doelt evenwel niet op de andere deelgebieden. Ze verleent dus geen recht op politiek verlof aan dezelfde ambtenaren wanneer die een mandaat uitoefenen bij de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Deze ongelijke behandeling valt te verklaren door het feit dat er bij de goedkeuring van die wet alleen bij de Duitstalige Gemeenschap eigen politieke verkozenen waren, terwijl de organen van de andere Gewesten en Gemeenschappen bestonden uit leden van de Kamer en van de Senaat met toepassing van de regeling van het dubbel en zelfs het drievoudig mandaat. Nu ook de Raad en de Regering van de Vlaamse Gemeenschap, van de Franse Gemeenschap, van het Waalse Gewest en van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest samengesteld zijn uit personen die bij het Gewest of de Gemeenschap specifiek in die hoedanigheid werden gekozen, lijkt het tijdstip aangebroken om de wet van 18 september 1986 aan te passen opdat ook de leden van de federale, gemeentelijke en provinciale overheidsdiensten politiek verlof kunnen krijgen wanneer ze een mandaat uitoefenen bij een van de organen van de deelgebieden.

Die bijwerking is thans des te noodzakelijker omdat er ondertussen andere bepalingen bijgekomen zijn voor andere categorieën van personen en mandaten. Zo heeft de gewone wet van 16 juli 1993 artikel 1 gewijzigd van de wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de ministers, gewezen ministers en ministers van Staat, alsmede de leden en gewezen leden van de Wetgevende Kamers. De ambtenaren of bezoldigde beambten van de Staat krijgen politiek verlof voor het uitoefenen van een mandaat van lid een van de federale assemblées. Deze wijziging is in werking getreden op de dag van de jongste algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, in concreto dus op 21 mei 1995, de dag van de laatste parlementsverkiezingen.

Voorts heeft de bijzondere wet van 16 juli 1993 de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen gewijzigd. Thans verlenen artikel 24bis , § 2, 11º, en artikel 59, § 3, aan elke Gewest- of Gemeenschapsraad de bevoegdheid « een regime van politiek verlof te organiseren ten voordele van de beambten die onder de bevoegdheid van de betrokken Gemeenschap of het betrokken Gewest ressorteren » om hun de kans te bieden een mandaat uit te oefenen bij die raad of bij de betrokken regering. Dat nieuw recht is voor het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Vlaamse Gemeenschap reeds omgezet in wetgeving van de deelgebieden (1). Die zijn in werking getreden ofwel op het tijdstip van de jongste algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers ofwel op dat van de bijeenroeping van de betrokken raad.

Die twee wijzigingen van de federale wetgeving en de wetgevingen van de deelgebieden volgend op de tweede wetswijziging, hebben de mogelijkheden van het politiek verlof binnen een zelfde politieke instelling dus verruimd : de federale ambtenaren voor de uitoefening van een mandaat bij een federale kamer enerzijds en de ambtenaren van de deelgebieden voor de uitoefening van een mandaat bij de raad of de regering van het Gewest of de Gemeenschap waarbij zij in dienst waren, anderzijds. In dat verband gewaagt men van intern politiek verlof, in tegenstelling tot het extern politiek verlof, waarmee de personeelsleden van een bepaalde politieke instelling een mandaat van parlementslid of een ambt van minister kunnen uitoefenen bij een andere politieke instelling.

Ook inzake het extern politiek verlof werd er op bepaalde punten vooruitgang geboekt. Het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben een aantal besluiten of decreten vastgesteld om politiek verlof toe te kennen aan personeelsleden die een mandaat uitoefenen bij een assemblée of de Regering van de federale staat of van een ander Gewest of een andere Gemeenschap (2). De bepalingen van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap zijn in werking getreden bij de jongste algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers terwijl de regelgeving van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest terugwerkte tot 1 januari 1995.

De belangrijkste thans nog bestaande lacune inzake het politiek verlof is dat de wet van 18 september 1986 geen enkele vorm van extern politiek verlof toekent aan de federale, gemeentelijke en provinciale ambtenaren opdat die een mandaat kunnen uitoefenen bij een raad of een regering van een ander deelgebied dan de Duitstalige Gemeenschap.

Dit voorstel wil bijgevolg deze lacune aanvullen door een regeling van verlof in te voeren voor de federale, gemeentelijke en provinciale ambtenaren die een mandaat uitoefenen als lid van de Raad of van de Regering van de Vlaamse Gemeenschap, van de Franse Gemeenschap, van het Waalse Gewest of van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Om gelijk te lopen met het merendeel van de vermelde wetgevingen, voorziet ons voorstel in voltijds politiek verlof en in een terugwerking tot op de dag van de jongste algehele vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

José DARAS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 6, eerste lid, van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten, wordt aangevuld met een 6º, luidende :

« 6º lid van de Raad of van de Regering van de Vlaamse Gemeenschap, van de Franse Gemeenschap, van het Waalse Gewest of van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest : voltijds.

Art. 3

Deze wet heeft uitwerking met ingang van 21 mei 1995.

José DARAS.
Roger LALLEMAND.
Michel FORET.
Magdeleine WILLAME-BOONEN.
Christiaan VANDENBROEKE.
Vera DUA.

(1) In de volgorde van goedkeuring gaat het hier respectievelijk om :

­ het decreet van het Waalse Gewest van 6 april 1995 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de diensten van de Regering voor het uitoefenen van een mandaat van lid van de Raad of van de Regering (Belgisch Staatsblad van 11 mei 1995, blz. 12610);

­ het decreet van de Franse Gemeenschap van 10 april 1995 tot instelling van het politiek verlof om lid te worden van de Raad of van de Regering van de Franse Gemeenschap (Belgisch Staatsblad van 3 mei 1995, blz. 11779);

­ de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 27 april 1995 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering met het oog op de uitoefening van een mandaat van lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad of van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering (Belgisch Staatsblad van 3 juni 1995, blz. 15983);

­ het bijzonder decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 26 juni 1995 houdende instelling van een regime van politiek verlof voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering die een mandaat als lid van de Vlaamse Raad of de Vlaamse Regering uitoefenen (Belgisch Staatsblad van 1 juli 1995, blz. 18688).

(2) In de volgorde van goedkeuring gaat het hier respectievelijk om :

­ het besluit van de Waalse Regering van 6 april 1995 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de diensten van de Regering (Belgisch Staatsblad van 20 mei 1995, blz. 14000);

­ het decreet van de Franse Gemeenschap van 10 april 1995 tot instelling van het politiek verlof om lid te worden van een wetgevende vergadering of van een Regering andere dan de regering van de Franse Gemeenschap (Belgisch Staatsblad van 3 mei 1995, blz. 11781);

­ artikel 71 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 1995 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 1993 houdende organisatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de regeling van de rechtspositie van het personeel (Belgisch Staatsblad van 28 juli 1995, blz. 20380);

­ het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 11 januari 1996 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van het ministerie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (Belgisch Staatsblad van 1 april 1996, blz. 7544).