1-622/4 | 1-622/4 |
4 NOVEMBER 1997
Art. 2
In het tweede lid van dit artikel de woorden « de begindatum van de uitoefening van die mandaten, leidende ambten of beroepen, voor zover die zich situeert in het jaar waarop de aangifte betrekking heeft » vervangen door de woorden « de begindatum en de einddatum van de uitoefening van die mandaten, ambten en beroepen, voor zover die data zich situeren in het jaar waarop de aangifte betrekking heeft ».
Verantwoording
Ook de einddatum moet worden vermeld wanneer hij valt in het jaar waarop de aangifte betrekking heeft. Anders dreigt de aangifte zeer verwarrend te zijn.
Art. 4
In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
A. In § 3, derde lid, het woord « niet-verzegelde » vervangen door het woord « niet-gesloten ».
B. In § 4, eerste lid, het woord « verzegelde » vervangen door het woord « gesloten ».
C. In § 4, tweede lid, het woord « verzegeld » vervangen door het woord « gesloten ».
D. In § 4, tweede lid, het woord « verzegeling » vervangen door het woord « sluiting ».
E. In de Franse tekst de woorden « de patrimoine » invoegen tussen de woorden « une déclaration » en de woorden est envoyée ».
Verantwoording
Het aanbrengen van zegels is vrij archaïsch en omslachtig. Het volstaat volgens ons dat de omslag gesloten is.
Art. 5
In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
A. In § 1, eerste lid, de woorden « van wie het noch de lijst, bedoeld door artikel 2 van die wet, noch de aangifte, bedoeld door artikel 3 van dezelfde wet, heeft ontvangen » vervangen door de woorden « van wie het de lijst, bedoeld in artikel 2 van die wet, of de aangifte, bedoeld in artikel 3 van dezelfde wet, niet heeft ontvangen ».
B. In § 2, tweede lid, de woorden « van de bijzondere wet van 2 mei 1995 » vervangen door de woorden « van de bijzondere wet van ... tot uitvoering en aanvulling van de bijzondere wet van 2 mei 1995 ».
C. In § 3 de woorden « van de personen die noch de lijst, bedoeld door artikel 2 van de wet van 2 mei 1995, noch de aangifte, bedoeld door artikel 3 van dezelfde wet, hebben ingediend » vervangen door de woorden « van de personen die de lijst, bedoeld in artikel 2 van de wet van 2 mei 1995, of de aangifte, bedoeld in artikel 3 van dezelfde wet, niet hebben ingediend ».
Art. 5
In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
A. In § 1, eerste lid :
1º de woorden « 1 april » vervangen door de woorden « 30 april » ;
2º de woorden « 15 april » vervangen door de woorden « 15 mei » ;
3º de woorden « 30 april » vervangen door de woorden « 31 mei » .
B. In § 1, tweede lid :
1º de woorden « 15 april » vervangen door de woorden « 15 mei » ;
2º de woorden « 30 april » vervangen door de woorden « 31 mei » .
C. In § 2, eerste lid, de woorden « 15 mei » vervangen door de woorden « 15 juni » .
D. In § 2, tweede lid, de woorden « 31 mei » vervangen door de woorden « 30 juni » .
E. In § 3 :
1º de woorden « 15 juni » vervangen door de woorden « 15 juli » ;
2º de woorden « 15 juli » vervangen door de woorden « 15 augustus » .
Verantwoording
Dit amendement sluit aan bij de opmerking van het Rekenhof dat de zeer korte termijnen waarbinnen het Hof zijn opdrachten moet vervullen, moeilijkheden zouden kunnen opleveren. Om die reden moet artikel 6 worden gewijzigd zodat het Hof over redelijke termijnen beschikt.
Art. 5
In § 2, tweede lid, de woorden « en aan de belanghebbende » invoegen tussen de woorden « aan het Rekenhof » en de woorden « meegedeeld ».
| Paul HATRY. Guy MOENS. |
Art. 5
In § 1, tweede lid, van dit artikel na de woorden « op basis van de inlichtingen die hem overeenkomstig artikel 6 van onderhavige wet werden meegedeeld » invoegen de woorden « of op grond van enige andere informatie die het zou ontvangen » .
Verantwoording
Indien van het Rekenhof geen algemene controle gevraagd kan worden, moet het Hof toch de mogelijkheid worden geboden rekening te houden met de inlichtingen die het van elders zou ontvangen, zonder daarvoor het initiatief te hebben genomen.
Art. 5
Dit artikel aanvullen met de volgende paragrafen :
« § 4. Indien een persoon die onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, na de bekendmaking van de lijsten van mandaten, ambten en beroepen in het Belgisch Staatsblad, tussen de gepubliceerde lijst en de lijst die hij aan het Rekenhof heeft meegedeeld, een verschil vaststelt dat niet het gevolg is van de toepassing van § 1, tweede lid, richt hij een schriftelijke verbetering aan het Rekenhof, dat ervoor zorgt dat de verbetering in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
§ 5. Indien een persoon die onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, na de bekendmaking van de lijsten van mandaten, ambten en beroepen in het Belgisch Staatsblad vaststelt dat de lijst die hij aan het Rekenhof heeft meegedeeld onvolledig of onjuist is, richt hij een schriftelijke verbetering aan het Rekenhof.
Indien het Hof, op basis van de inlichtingen die hem overeenkomstig artikel 6 van deze wet zijn meegedeeld of op basis van enige andere informatie die het zou ontvangen, de voorgestelde verbetering betwist, deelt het dat bij aangetekende brief mee aan de belanghebbende. Indien deze van mening is dat zijn verbetering correct is, kan hij binnen vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief van het Rekenhof de Raad van de betrokken gemeenschap of het betrokken gewest bij aangetekende brief vragen dat een commissie, samengesteld uit leden van die Raad, zich uitspreekt over de correctheid van de verbetering. Een afschrift van de beslissing van de in § 2 bedoelde commissie wordt, uiterlijk een maand na ontvangst van de aangetekende brief van de auteur van de correctie, aan het Rekenhof meegedeeld door de diensten van de betrokken Raad. Deze termijnen worden tijdens het parlementair reces geschorst.
Op het einde van de procedure zorgt het Hof, in voorkomend geval, voor de bekendmaking van de verbetering in het Belgisch Staatsblad.
§ 6. Indien het Rekenhof, na de bekendmaking van de lijsten van mandaten, ambten en beroepen in het Belgisch Staatsblad, informatie ontvangt waarin erop wordt gewezen dat een aangifte onvolledig of onjuist is of dat een persoon die onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, niet voorkomt op de lijsten die in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt, onderzoekt het Hof of die informatie correct is. Acht het Hof de informatie gegrond, dan deelt het aan de belanghebbende bij aangetekende brief mee dat een correctie op de lijsten bekendgemaakt zal worden.
Indien de belanghebbende meent dat de bekendgemaakte lijst volledig en juist is of indien hij meent niet onderworpen te zijn aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, kan hij binnen vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief van het Rekenhof de Raad van de betrokken gemeenschap of het betrokken gewest bij aangetekende brief verzoeken te verklaren hetzij dat hij niet onderworpen is aan de bijzondere wet van 2 mei 1995, hetzij dat zijn aangifte volledig en juist is. Een afschrift van de beslissing van de in § 2 bedoelde commissie wordt, uiterlijk een maand na ontvangst van de aangetekende brief van de auteur van de correctie, aan het Rekenhof meegedeeld door de diensten van de betrokken Raad. Deze termijnen worden tijdens het parlementair reces geschorst.
Op het einde van de procedure zorgt het Hof, in voorkomend geval, voor de bekendmaking van de verbetering in het Belgisch Staatsblad. »
Verantwoording
Het moet mogelijk zijn een overschrijffout recht te zetten via een gewone brief van de persoon die de aangifte doet.
Bovendien moet het ook mogelijk zijn een vergissing recht te zetten die te wijten is aan de persoon die de aangifte doet, daar het doel van deze wet de voorlichting van de burger is en de doorzichtigheid in de uitoefening van openbare mandaten. Het eenvoudigste geval is dat waarin de persoon die de aangifte doet, iets vergeten is en dat pas vaststelt na ontvangst van de documenten die betrekking hebben op het mandaat dat hij is vergeten mede te delen.
Ten slotte moet een buitenstaander die bij het lezen van het Belgisch Staatsblad ontdekt dat de lijsten van mandaten, ambten en beroepen onvolledig zijn, hetzij omdat iemand die aan de wet is onderworpen, er niet in voorkomt, hetzij omdat de lijst van iemand die wel onderworpen is, onvolledig of onjuist is, de gelegenheid krijgen dat aan het Rekenhof mee te delen.
Art. 6
Dit artikel aanvullen met het volgende lid :
« De personen bedoeld in dit artikel melden aan het Rekenhof het overlijden van de aan de bijzondere wet van 2 mei 1995 onderworpen personen van wie ze de identiteit overeenkomstig het eerste lid aan het Hof hebben medegedeeld. »
Verantwoording
Het Hof moet op de hoogte worden gebracht van het overlijden om de verklaringen te vernietigen.
| Robert HOTYAT. Guy MOENS. |
Art. 6
In het eerste lid de streepjes vervangen door cijfers (1º, 2º, ...).
Art. 7
Het eerste lid aanvullen met de volgende zin :
« Voor het opstellen van die lijsten wordt rekening gehouden met de toestand van het voorgaande jaar. »
Art. 9
De woorden « artikel 3, § 1 » vervangen door de woorden « artikel 3, §§ 1 en 2 ».
Art. 11bis (nieuw)
Een artikel 11bis (nieuw) invoegen, luidende :
« Artikel 11bis. Artikel 2, § 1, eerste lid, van de bijzondere wet van 2 mei 1995 wordt vervangen als volgt :
« § 1. De personen die in de loop van een jaar een in artikel 1 bedoeld ambt of mandaat uitoefenen, dienen vóór 1 april van het daaropvolgende jaar een schriftelijke aangifte in waarin ze melding maken van alle mandaten, leidende ambten of beroepen, van welke aard ook, die ze tijdens het eerstbedoelde jaar hebben uitgeoefend, zowel in de overheidssector als voor rekening van enige andere natuurlijke of rechtspersoon, feitelijke instelling of vereniging die in België of in het buitenland gevestigd is. »
Verantwoording
Het huidige artikel 2 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 maakt alleen gewag van « de in artikel 1 bedoelde personen ». Het lijkt raadzaam om aan dat begrip een begrenzing in de tijd te geven.
| Paul HATRY. Guy MOENS. |
(Subsidiair amendement op amendement nr. 10)
Art. 12
A. Na de woorden « In artikel 3 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 worden de volgende wijzigingen aangebracht » de volgende bepalingen invoegen :
1º In § 1, eerste lid, worden tussen de woorden « een vermogensaangifte » en het woord « in » ingevoegd de woorden « betreffende de staat van hun vermogen op de dag van hun ambtsaanvaarding »;
2º Paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende volzin :
« Deze aangifte heeft betrekking op de staat van hun vermogen op de dag van het verstrijken van hun mandaat of op de dag van het ontslag. »
3º Paragraaf 2, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende volzin :
« Deze aangifte heeft betrekking op de staat van hun vermogen op de dag waarop de in de voorgaande zin bedoelde periode is verstreken. »
B. Het 1º en het 2º vernummeren tot respectievelijk 4º en 5º.
| Robert HOTYAT. Guy MOENS. |
Art. 12
In dit artikel de volgende wijzigingen aanbrengen :
A. Een nieuw 1º invoegen, luidende :
« 1º In § 1, eerste lid, wordt het woord « verzegelde » vervangen door het woord « gesloten ».
B. Een nieuw 2º invoegen, luidende :
« 2º In § 3 wordt het woord « verzegelde » vervangen door het woord « gesloten ».
C. Het 1º en het 2º vernummeren tot respectievelijk het 3º en het 4º.
Verantwoording
Het aanbrengen van zegels is vrij archaïsch en omslachtig. Het volstaat volgens ons dat de omslag gesloten is.
Bijlagen
Bijlage 1, houdende het modelformulier « Lijst van mandaten, leidende ambten en beroepen » en bijlage 2, houdende het modelformulier « Vermogen » schrappen.
Verantwoording
Het is niet raadzaam de modelformulieren in de wet zelf op te nemen. De wetgeving inzake de lijst van mandaten en de vermogensaangifte bevindt zich nog in een experimentele fase, hetgeen zich zal uiten in veelvuldige wijzigingen van de modelformulieren.
| Paul HATRY. Guy MOENS. |
Art. 5
A. In § 1, eerste lid, eerste volzin, van dit artikel de woorden « noch de lijst bedoeld door artikel 2 van die wet, noch de aangifte bedoeld door artikel 3 van dezelfde wet heeft ontvangen » vervangen door de woorden « de lijst bedoeld in artikel 2 van die wet niet heeft ontvangen ».
B. In § 3 van dit artikel de woorden « noch de lijst bedoeld door artikel 2 van de bijzondere wet van 2 mei 1995, noch de aangifte, bedoeld door artikel 3 van dezelfde bijzondere wet hebben ingediend » vervangen door de woorden « de lijst bedoeld in artikel 2 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 niet hebben ingediend ».
C. Het artikel aanvullen met een § 4, luidende :
« § 4. Wat de in artikel 3 van de bijzondere wet van 2 mei 1995 bedoelde aangiften betreft, is een identieke procedure met gelijkwaardige termijnen van toepassing vanaf 15 januari van het jaar dat volgt op de eerste ambtsaanvaarding. »
Verantwoording
Al deze amendementen hebben tot doel de vermogensaangifte te vereenvoudigen. Vele instellingen, onder meer de banken, sturen hun klanten een overzicht van hun tegoeden op 31 december. Door personen die een vermogensaangifte moeten doen in staat te stellen te wachten op dat overzicht alvorens die aangifte in te dienen, kan men hun taak aanzienlijk vereenvoudigen.
Art. 12
A. Een nieuw 1º invoegen, luidende :
« 1º Paragraaf 1 wordt aangevuld met het volgende lid :
« Is de persoon die de aangifte doet gehuwd in gemeenschap van goederen, dan geeft hij de helft van de hem bekende gemeenschap van goederen aan. »
B. De volgende leden vernummeren rekening houdend met deze toevoeging.
Verantwoording
Dit amendement vloeit voort uit de discussie over de gevolgen van de vermogensaangifte voor het huwelijksgoederenstelsel van de echtgenoten en houdt rekening met de conclusies van de geraadpleegde professoren.
Het is van fundamenteel belang dat niet wordt geraakt aan het recht op privacy van de echtgenoot van degene die de aangifte doet. De echtgenoot kan vanzelfsprekend niet gedwongen worden tot het doen van enige aangifte. Om het recht op privacy van de echtgenoot van de persoon die de aangifte doet volledig te waarborgen, moet men verdergaan en bepalen dat de persoon die de aangifte doet enkel de helft van de gemeenschap die hem bekend is moet aangeven, wat elke verificatie van of elk onderzoek naar de reële waarde van de gemeenschap van goederen uitsluit.
Art. 12
A. Een nieuw 1º invoegen, luidende :
« 1º In § 1, eerste lid, worden de woorden « In de loop van de maand » vervangen door de woorden « Op 15 januari van het jaar ».
B. De volgende leden vernummeren rekening houdend met die toevoeging.
Verantwoording
Dit amendement sluit aan bij ons amendement nr. 22 op artikel 5. Al deze amendementen hebben tot doel de vermogensaangifte te vereenvoudigen. Vele instellingen, onder meer de banken, sturen hun klanten een overzicht van hun tegoeden op 31 december. Door personen die een vermogensaangifte moeten doen in staat te stellen te wachten op dat overzicht alvorens die aangifte in te dienen, kan men hun taak aanzienlijk vereenvoudigen.
| Paul HATRY. Claude DESMEDT. |