1-321/3

1-321/3

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

28 MEI 1996


Wetsontwerp tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973


AMENDEMENTEN


Nr. 18 VAN DE HEER CALUWE C.S.

Art. 27

In artikel 84, 1ş, vóór de woorden « de Ministerraad », invoegen de woorden « De voorzitter van de federale, de gemeenschaps- of de gewestassemblées ».

Ludwig CALUWE.
Joëlle MILQUET.
Henri MOUTON.
Eric PINOIE.

SUBAMENDEMENT Nr. 19 VAN DE HEER CALUWE EN MEVR. VAN DER WILDT OP AMENDEMENT Nr. 6 VAN MEVR. VAN DER WILDT EN DE HEER PINOIE

Art. 23

In het voorgestelde artikel 77, § 1, de woorden « te codificeren en te vereenvoudigen« vervangen door de woorden « en te codificeren »

Ludwig CALUWE.
Francy VAN DER WILDT.

SUBAMENDEMENT Nr. 20 VAN DE HEER NOTHOMB OP AMENDEMENT Nr. 6 VAN MEVR. VAN DER WILDT EN DE HEER PINOIE

Art. 23

Paragraaf 1 van het voorgestelde artikel 76 vervangen als volgt :

« § 1. De leden van het coördinatiebureau hebben onder meer tot taak de coördinatie en de codificatie van de wetgeving voor te bereiden. Zij houden de stand van de wetgeving bij en houden deze ter beschikking van de twee afdelingen van de Raad van State. Zij nemen deel aan de werkzaamheden van de afdeling wetgeving overeenkomstig de richtlijnen van de eerste voorzitter. »

Charles-Ferdinand NOTHOMB.

Nr. 21 VAN MEVR. MILQUET

Art. 12bis (nieuw)

Een artikel 12bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 12bis. ­ Artikel 24, eerste lid, van dezelfde gecoördineerde wetten wordt vervangen als volgt :

« Nadat de voorafgaande maatregelen zijn uitgevoerd, maakt een lid van het auditoraat een verslag op van de zaak. Dit gedagtekend en ondertekend verslag wordt aan de kamer overgezonden binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag waarop het lid van het auditoraat het volledig dossier van de zaak heeft gekregen. Op verzoek van de auditeur-generaal kan die termijn met één enkele termijn van zes maanden worden verlengd bij met redenen omkleed bevelschrift van de kamer waarbij de zaak aanhangig is.

Beveelt de kamer dat een aanvullend verslag moet worden ingediend, dan worden de in het eerste lid bedoelde termijnen tot drie maanden ingekort.

In spoedgevallen kan de voorzitter van de kamer waarbij de zaak aanhangig is, bij met redenen omkleed bevelschrift en na het advies van de auditeur-generaal te hebben ingewonnen, de in de voorgaande leden bedoelde termijnen inkorten. »

Verantwoording

De procedure voor de afdeling administratie van de Raad van State is gebonden aan zeer strikte termijnen, zowel voor de behandeling als voor de uitspraak van het arrest.

Na de uitvoering van de maatregelen die aan het onderzoek voorafgaan, wordt het dossier overgezonden aan het lid van het auditoraat dat door de auditeur-generaal aangewezen is om een verslag op te stellen over de zaak (gecoördineerde wetten Raad van State, artikel 24).

Tot slot moet het vonnis worden uitgesproken binnen twaalf maanden na de dag waarop het verslag of eventueel het aanvullend verslag over de zaak werd opgesteld (gecoördineerde wetten, artikel 16; Procedureregeling, artikel 15).

Er is dus geen enkele termijn gesteld op het indienen van het verslag of het aanvullend verslag van de auditeur. Die leemte in de wettelijke regeling kan het verloop van de procedure vertragen.

Bij de oprichting van de Raad van State in 1946 had de wetgever overigens bepaald dat de Koning de termijnen zou vaststellen « binnen welke de geschreven verslagen over de zaak, opgemaakt door de leden van het auditoraat, moeten worden neergelegd » (artikel 24, wet van 23 december 1946). Deze bepaling werd evenwel nooit uitgevoerd.

Laten wij erop wijzen dat het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in artikel 6 bepaalt dat « ... een ieder recht (heeft) op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn... ».

Om te waarborgen dat de rechten van de rechtzoekenden binnen redelijke termijnen worden beschermd, bepaalt dit amendement dat het verslag of het aanvullend verslag van de auditeur binnen een bepaalde termijn ingediend moeten worden.

Nr. 22 VAN MEVR. MILQUET

Art. 39

Aan het slot van het tweede lid van dit artikel de woorden « de artikelen 8 en 16 » vervangen door de woorden « de artikelen 8, 12bis en 16. »

Verantwoording

Dit amendement heeft tot gevolg dat de Koning kan bepalen dat artikel 12bis eerst in werking treedt nadat de achterstand is ingehaald.

Joëlle MILQUET.

Nr. 23 VAN DE HEREN DESMEDT EN FORET

Art. 34

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Dit artikel beoogt in de gecoördineerde wet van de Raad van State een nieuw artikel 102bis in te voegen betreffende de functie van beheerder. Het komt weliswaar tegemoet aan een aantal bezwaren van de Raad van State in verband met het voorontwerp, maar biedt geen antwoord op het voornaamste bezwaar, namelijk dat « de taken die deze administrateur toekomen, op zijn minst in grote lijnen moeten worden vastgesteld in een uitdrukkelijke wetsbepaling. »

Wij zien niet duidelijk welke taken aan die beheerder zullen worden opgedragen. Wat zal zijn positie zijn ten opzichte van de hoofdgriffier ? Wie zal het personeel leiden ? Bestaat niet het gevaar dat deze functionaris die in beginsel alleen met administratieve opdrachten is belast, zich met rechtsprekende taken bemoeit ? Dat is toch wat de memorie van toelichting bij dit ontwerp doet uitschijnen, ook al is de tekst lichtjes gewijzigd om tegemoet te komen aan een aantal kritieken die het voorontwerp had uitgelokt. Wij vergissen ons niet, de motivering van de Regering is duidelijk : het gaat erom in de Raad van State een functionaris te parachuteren die haar belangen dient en die ongetwijfeld de zeer vage grenzen van zijn bevoegdheden zal overschrijden. Er staan ons dus interne conflicten te wachten en dus het risico van impasses.

Als men van oordeel is dat een management van de Raad van State noodzakelijk is, waarom draagt men dan die taak niet op aan de griffier, die daarvoor de aangewezen persoon lijkt aangezien hij reeds nauw samenwerkt met de magistraten.

Er kan ook worden gedacht aan een verbetering van de opleiding van de griffiers met het oog op die managementtaken. Op zijn minst moet nog worden vastgesteld welk management te verenigen valt met het uitoefenen van een rechtsprekende functie.

Hoe dan ook, de tekst en de commentaar daarbij wekken bij ons grote vrees. De Raad van State dreigt er een deel van zijn autonomie bij in te schieten. Wij vrezen dat het hier eens te meer gaat om een Regeringsmanoeuver dat erop gericht is de organen die haar in de weg lopen, onder haar toezicht te brengen, zoals ook reeds met het Hoog Comité van toezicht is gebeurd.

Kortom, zolang niet is bewezen dat het personeel van de Raad van State en de magistraten die er deel van uitmaken geen voldoening schenken, zolang de taken die aan zo'n beheerder worden opgedragen niet duidelijker worden geformuleerd, zijn wij van oordeel dat deze bepaling moet worden opgeheven.

Claude DESMEDT.
Michel FORET.