1-311/3 | 1-311/3 |
14 MEI 1996
Art. 5
Het voorgestelde artikel 71 aanvullen met een nieuw lid luidende :
« De vreemdeling, die op grond van de in dit artikel bedoelde bepalingen van de vrijheid wordt beroofd, dient binnen 24 u en in een taal die hij verstaat, op de hoogte te worden gebracht van de redenen van zijn arrestatie en desgevallend van de inhoud van het bevel om het grondgebied te verlaten. »
Verantwoording
Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 5.2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat op alle arrestanten van toepassing is.
Dit amendement wordt ook op het andere wetsontwerp nr. 310 ingediend, hoewel het volgens de logica meer hier thuishoort.
| Eddy BOUTMANS. |
Art. 2
Het derde lid van § 2 van het voorgestelde artikel 51/4 vervangen als volgt :
« Indien de vreemdeling geen van die talen heeft gekozen, of verklaard heeft de hulp van een tolk te verlangen, bepaalt de minister of zijn gemachtigde de taal van het onderzoek, in functie van een gelijke verdeling van alle onderzoeken tussen de Nederlandse en Franse taalrol.
Tegen die beslissing kan geen afzonderlijk beroep worden ingesteld. »
Verantwoording
Deze formulering brengt de tekst in overeenstemming met de memorie van toelichting en zorgt ervoor dat de bestaande scheeftrekkingen niet verder over alle betrokken diensten worden doorgetrokken.
Art. 6
Dit artikel aanvullen met een 3º, luidende :
« 3º het tweede lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
« De raadkamer onderzoekt of de maatregelen van vrijheidsberoving of tot verwijdering van het grondgebied in overeenstemming zijn met de wet. De beschikking van de raadkamer omschrijft nauwkeurig de redenen waarom de vasthouding noodzakelijk is, en geeft onder meer aan of onverwijld en met de vereiste zorgvuldigheid de verwijderingsprocedure werd aangevat, met de mogelijkheid op een effectieve verwijdering. »
Verantwoording
Uit het verslag van raadsheer Gillardyn is gebleken dat er voldoende waarborgen moeten zijn dat de vrijheidsberoving niet als een loutere detentie mag worden gebruikt, doch slechts kan geschieden in het kader van een effectieve uitwijzingsprocedure.
| Bert ANCIAUX. |
Art. 5
Aan het voorgestelde artikel 71, die § 1 zal vormen, een § 2 (nieuw) toevoegen, luidende :
« § 2. De bestreden maatregel van vrijheidsbeneming wordt beëindigd wanneer de vreemdeling het grondgebied werkelijk verlaten heeft, of door de definitieve rechterlijke beslissing die zijn invrijheidstelling beveelt. Indien tijdens de procedure een nieuwe maatregel van vrijheidsberoving wordt getroffen, wordt de beoordeling daarvan van rechtswege overgedragen aan het gerecht, waar de zaak aanhangig is; zo nodig wordt het debat daartoe heropend. »
Verantwoording
Het gebeurt thans vaak dat, in de loop van een rechterlijke procedure, de aangebrachte vrijheisbeneming wordt vervangen door een nieuwe maatregel, al of niet na een « poging tot repatriëring ». Op die manier wordt het verzoek tot invrijheidstelling schaakmat gezet, want de rechtspraak aanvaardt dat dit verzoek daardoor geen bestaansreden meer heeft, omdat het tegen de vorige maatregel gericht was... (Zie bijv. Cass. 26 maart 1996 inzake J.O.A.O. : « Overwegende dat... blijkt dat dezelfde gemachtigde op 25 februari 1996 een nieuwe maatregel van vrijheidsbeneming getroffen heeft ten aanzien van eiser; dat de voorziening geen bestaansreden meer heeft. ») De verzoeker wordt dan bovendien tot de kosten veroordeeld, terwijl de nieuwe maatregel er dikwijls gekomen zal zijn, omdat de vorige de rechterlijke toetsing niet kon doorstaan...
De vreemdeling dient de procedure dan van voren af aan te beginnen, ofschoon de gegevens van de zaak nauwelijks gewijzigd zijn. Daardoor ontstaan nutteloze procedures, die ook voor de rechterlijke instanties bijzonder onaangenaam zijn.
De voorgestelde tekst verhelpt dit, zonder een nieuwe maatregel onmogelijk te maken. Integendeel : hij wordt rechtstreeks voorwerp van de lopende procedure, en de rechter raadkamer, kamer van Inbeschuldigingstelling of Hof van cassatie neemt er rechtstreeks kennis van.
Art. 6
In dit artikel een 1ºbis (nieuw) invoegen, luidende :
« 1ºbis het tweede lid vervalt. »
Verantwoording
Het huidige tweede lid van artikel 72 van de vreemdelingenwet luidt als volgt : « (De raadkamer) onderzoekt of de maatregelen van vrijheidsberoving of tot verwijdering van het grondgebied in overeenstemming zijn met de wet zonder zich te mogen uitspreken over hun gepastheid. »
Inzake vrijheidsberoving is niet goed in te zien, dat deze wettig zou kunnen zijn, zonder ook gepast te zijn. Aan de rechter moet wel degelijk de bevoegdheid worden gegeven de wenselijkheid van de opsluiting te beoordelen, nu deze maanden kan duren, en er wellicht voldoende garanties aanwezig zijn, dat de vreemdeling niet zal onderduiken (bijvoorbeeld : hij heeft schoolgaande kinderen, of staat in de plaats waar hij verblijft algemeen bekend en gunstig aangeschreven.)
Art. 6
Aan dit artikel een 3º (nieuw) toevoegen, luidende :
3º in het vierde lid worden, tussen de woorden « voorlopige hechtenis » en « behoudens », toegevoegd de woorden « met inbegrip van artikel 31, § 1 tot 4 ».
Verantwoording
Door deze toevoeging wordt duidelijk gezegd dat ook de gewone cassatieprocedure inzake voorlopige hechtenis toepassing vindt, zodat het Hof van cassatie binnen vijftien dagen uitspraak moet doen. Het Hof is nu, op grond van een betwistbare interpretatie van de huidige tekst, van mening dat deze termijn geen toepassing vindt (9 december 1992, A.R. 361 inzake Bondembe).
Art. 6
In het eerste lid van artikel 72, zoals voorgesteld in het 1º van dit artikel, na de woorden « wordt de vreemdeling in vrijheid gesteld. » de volgende zin toevoegen :
« Tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de orde of de goede zeden wordt de zaak in openbare zitting behandeld en is de uitspraak openbaar. »
Verantwoording
De raadkamer houdt normaal zitting met gesloten deuren. Dat heeft te maken met de geheimhouding van het strafrechtelijk onderzoek.
Maar de habeas corpus -verzoeken waarover deze wet gaat, mogen niet aan de openbaarheid worden onttrokken. De Grondwet staat dit immers maar toe indien de openbaarheid gevaar oplevert voor de orde of de goede zeden. In alle andere gevallen moeten de behandeling en de uitspraak openbaar zijn, en er valt trouwens niet in te zien waarom ze dat niet zouden zijn. Het B.U.P.O. (Internationaal Pact inzake burgerrechten en politieke rechten) bepaalt eveneens dat de zitting in beginsel openbaar is, en ofschoon ook de nationale veiligheid als exceptie wordt aangenomen, alsook de mogelijkheid dat openbaarheid in zeldzame gevallen « de belangen van de rechtspraak » zou kunnen schaden, zullen die uitzonderingen in de meeste gevallen ook niet van toepassing zijn. Ongeveer dezelfde bepalingen vinden we in het E.V.R.M. terug, al kan er discussie zijn over de vraag of die van toepassing zijn bij de hier bedoelde aangelegenheid.
Onze Grondwet maakt alleszins geen uitzondering, en de beslissingen over invrijheidstelling of niet zijn beslissingen over een fundamenteel recht, zodat ze méér nog dan andere zaken openbaar behandeld dienen te worden.
| Eddy BOUTMANS. José DARAS. |
Art. 5
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
Aangezien voor een verlengde administratieve hechtenis (vasthouding of opsluiting) van illegalen een maximale globale duur van twaalf maanden wordt ingebouwd, is de instelling van een beroep bij de raadkamer niet meer opportuun. De beperking van de duur van de administratieve hechtenis verplicht de overheden enerzijds hun terugwijzings- of uitzettingsbesluiten binnen de gestelde termijn uit te voeren en verhinderen anderzijds dat het dossier uiteindelijk bij de rechterlijke macht terechtkomt, wat de procedure nodeloos ingewikkeld maakt. Ook de rechtszekerheid is daarmee gediend.
In de praktijk komt het hierop neer dat, indien het tegen de vreemdeling uitgevaardigde maatregel tot verwijdering van het grondgebied niet tijdig (binnen twaalf maanden) wordt uitgevoerd, de vreemdeling in vrijheid dient te worden gesteld.
Hoofdstuk 5 van de huidige vreemdelingenwet, getiteld « Beroep bij de rechterlijke macht », komt dus te vervallen.
Art. 6
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
Zelfde verantwoording als amendement nr. 11.
Art. 7
Dit artikel doen vervallen.
Verantwoording
Zelfde verantwoording als amendement nr. 11.
| Hugo COVELIERS. |