1-158/1

1-158/1

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996

13 NOVEMBER 1995


Wetsvoorstel strekkende om het algemeen belastingstelsel toe te passen op de dividenden die intercommunale verenigingen aan binnenlandse vennootschappen uitkeren (1)

(Ingediend door de heer Daras c.s.)


TOELICHTING


Het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (W.I.B.) bepaalt als algemene regel dat de dividenden die een vennootschap ontvangt, van de belastbare winst aftrekbaar zijn (art. 202 van het W.I.B.), uiteraard op voorwaarde dat die dividenden worden uitgekeerd door vennootschappen die aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn, dan wel « aan een belasting van gelijke aard als de vennootschapsbelasting » wanneer het om buitenlandse vennootschappen gaat (art. 203 van het W.I.B.). Die berekeningswijze van de belastbare grondslag voor de vennootschapsbelasting is te verklaren door het non bis in idem -beginsel, luidens hetwelk dezelfde inkomsten geen tweemaal mogen worden belast.

De regel is dus dat die aftrekbaarheid alleen geldt wanneer de rechtspersoon die de dividenden heeft uitgekeerd, al daadwerkelijk werd belast. Het W.I.B. voorziet evenwel in een belangrijke uitzondering op die vereiste : de vennootschappen die winsten van intercommunale verenigingen ontvangen, mogen ze van hun belastbare grondslag aftrekken, ook al zijn intercommunale verenigingen niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen. De aandeelhouders van de betrokken vennootschappen (vooral elektriciteitsproducenten) verkrijgen door die gunstige maatregel dus een zeer aanzienlijk financieel voordeel.

De wetgever heeft uiteindelijk maatregelen genomen om de weerslag van dat buitensporige voorrecht, dat op geen enkele economische of sociale grond berust, af te zwakken. Overeenkomstig artikel 224 van het W.I.B. geldt een aanslagvoet van 15 pct. voor de dividenden die aan vennootschappen worden uitgekeerd door intercommunale verenigingen die geen elektriciteit produceren of verdelen. Voorts krijgen de elektriciteitsproducenten krachtens artikel 35 van de wet van 28 december 1990 een bijzondere aanslag opgelegd. « Die aanslag wordt berekend tegen een aanslagvoet van 39 pct. De belastbare grondslag is gelijk aan 8,5 pct. (inmiddels opgetrokken tot 11,5 pct.) van het verschil tussen enerzijds de inkomsten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, uit de verkoop van elektriciteit (...) en anderzijds de kostprijs van de brandstof (...) ».

Met die diverse maatregelen wordt de voorkeursbehandeling van de aandeelhouders van de vennootschappen die dividenden van intercommunale verenigingen ontvangen, weliswaar ingeperkt, maar niettemin blijft een voorrecht bestaan. Aangezien dat voorrecht onverantwoord is, strekt dit wetsvoorstel ertoe het algemeen belastingstelsel toe te passen op de dividenden die door intercommunale verenigingen aan vennootschappen worden uitgekeerd. Concreet betekent zulks dat die dividenden niet langer van de belastbare winst zullen mogen worden afgetrokken aangezien de intercommunale verenigingen daarover geen belasting hebben betaald.

Het non bis in idem -beginsel behoort uiteraard onverkort te worden gehandhaafd. Ingeval het algemene belastingstelsel voortaan ook zou gelden voor de door de intercommunale verenigingen uitgekeerde dividenden, moeten de maatregelen die werden genomen om de tot hiertoe genoten gunstige regeling enigszins te compenseren, uiteraard ongedaan worden gemaakt.

Tot slot moeten nog drie heel belangrijke aspecten worden onderstreept. Allereerst zij aangestipt dat dit wetsvoorstel het belastingstelsel van de intercommunale verenigingen zelf geenszins wijzigt. De indieners van het wetsvoorstel stellen duidelijk dat de rechtspersonenbelasting van toepassing blijft op die intercommunales, zoals bepaald is bij artikel 220 van het W.I.B. Voorts is het voorstel alleen van toepassing op de dividenden die aan vennootschappen worden uitgekeerd, zodat de gemeenten die soortgelijke dividenden ontvangen, buiten schot blijven. Ten slotte mag de terugslag van deze nieuwe bepalingen niet doorgerekend worden in de prijs van de elektriciteit, tenzij bij het bepalen van die prijs andere « spelregels » worden gehanteerd. Dit wetsvoorstel wil dus een punt zetten achter het onterechte en dus onaanvaardbare voorrecht van sommige aandeelhouders, zonder dat de gemeenten of de elektriciteitsverbruikers daarvoor moeten opdraaien.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bevat een uitzondering ten gunste van de dividenden die door intercommunale verenigingen aan vennootschappen worden uitgekeerd. Dit artikel schrapt die uitzondering, zodat de bedoelde dividenden voortaan niet meer van de belastbare winst mogen worden afgetrokken.

Artikelen 3 en 4

Deze artikelen schaffen de belasting van 15 pct. af op de dividenden die worden uitgekeerd door intercommunale verenigingen, andere dan de intercommunales die elektriciteit produceren of verdelen. Ten gevolge van de invoering van artikel 1 moet immers worden voorkomen dat een dubbele belasting ontstaat.

Artikel 5

Dit artikel schrapt de bijzondere aanslag die de wetgever aan de elektriciteitsproducenten heeft opgelegd. Ten gevolge van de invoering van artikel 2 moet immers worden voorkomen dat een dubbele belasting ontstaat.

José DARAS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 203, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt opgeheven.

Art. 3

Artikel 224 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

Art. 4

Artikel 225, tweede lid, 6º, van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

Art. 5

Artikel 35 van de programmawet van 28 december 1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen wordt opgeheven.

José DARAS.
Vera DUA.
Pierre JONCKHEER.

(1) Dit wetsvoorstel werd in de Senaat reeds ingediend op 6 mei 1994, onder het nummer 1075-1 (1993-1994).