1-8

1-8

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 9 NOVEMBRE 1995

VERGADERING VAN DONDERDAG 9 NOVEMBER 1995

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER BUELENS AAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID EN PENSIOENEN OVER « HET INSTITUUT VOOR VETERINAIRE KEURING »

QUESTION ORALE DE M. BUELENS AU MINISTRE DE LA SANTÉ PUBLIQUE ET DES PENSIONS SUR « L'INSTITUT D'EXPERTISE VÉTÉRINAIRE »

De Voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Buelens aan de minister van Volksgezondheid en Pensioenen over « het Instituut voor veterinaire keuring ».

Het woord is aan de heer Buelens.

De heer Buelens (Vl. Bl). ­ Mijnheer de Voorzitter, uit het jaarverslag van het Instituut voor veterinaire keuring blijkt dat het instituut aandrong, en nog aandringt, op een grondige herziening van het kader. Daartoe werden door het instituut de nodige voorstellen uitgewerkt. Het instituut bekwam echter geen herziening, hoewel daarvoor zeker na de dramatische gebeurtenissen met Karel Van Noppen en de daaropvolgende persberichten klaarblijkelijk meer dan gegronde redenen bestonden. Enkel voor de dienst boekhouding, de inspectiediensten en het hoofdbestuur, werden enkele aanpassingen gedaan. Het instituut meent echter : « Ofschoon deze verbeteringen de goede richting uitgaan, volstaan ze niet om het hoofd te bieden aan de problemen waarmee het instituut te kampen heeft. »

Graag verneem ik van de minister welke maatregelen hij overweegt voor de klaarblijkelijk dringende hervormingen. Mijns inziens zijn de problemen bij het instituut en de zoektocht naar politieke evenwichten, ondergeschikt aan de volksgezondheid zelf als de inspectie van de voedingswaren mank loopt.

De Voorzitter. ­ Het woord is aan minister Colla.

De heer Colla, minister van Volksgezondheid en Pensioenen. ­ Mijnheer de Voorzitter, het is juist dat het jongste jaarverslag van het Instituut voor veterinaire keuring onder meer handelt over de problematiek van de personeelsformatie. Zoals voor alle ministeries en parastatale instellingen werd volgens de cijfers van eind 1994 het personeelsbestand bevroren. Dit werd bepaald in het koninklijk besluit van 7 april 1995, dat voor het Instituut voor veterinaire keuring toch een kleine verruiming van de personeelsformatie mogelijk maakte.

Ik heb er voor alles voor gezorgd dat die nieuwe personeelsformatie er ook kwam. Daartoe werd in september jongstleden een ontwerp van taalkader opgesteld en aan de Vaste Commissie voor taaltoezicht bezorgd. Ik verwacht het advies binnenkort. Dan zal onmiddellijk werk worden gemaakt van aanwervingen en bevorderingen.

Ik meen evenwel dat de leiding van het Instituut voor veterinaire keuring, terecht, zal aandringen op een verdere uitbreiding van de personeelsformatie voor bepaalde diensten. Ik wens dan ook, samen met de verantwoordelijken van het instituut, opnieuw besprekingen te voeren met mijn collega van Ambtenarenzaken, om na te gaan hoe die gevraagde versterking van het personeelskader rationeel kan gebeuren.

Het is evenwel niet correct te suggereren dat de aspecten van volksgezondheid daar ondergeschikt zouden zijn aan politieke evenwichten in de benoemingen.

Tenslotte waarschuw ik voor veralgemeningen in verband met de inspectiediensten. Zoals ik al zegde in de Kamer, moeten we ons hoeden voor euforie, maar daarnaast moeten we ook kunnen toegeven dat het Instituut voor veterinaire keuring beter presteert dan vroeger. De cijfers zijn daar om dit te bewijzen.

De Voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.