Artificiële intelligentie (AI) - Gezondheidszorg - Toepassing - Gezondheid van vrouwen - Innovaties en kennis - Marginalisering en onzichtbaarheid - Risico's - Genderbias - Maatregelen - Steun voor «femtech»
| 29/1/2026 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 5/3/2026) |
Artificiële intelligentie (AI) wordt steeds vaker gebruikt in de gezondheidszorg, zowel voor diagnostische ondersteuning, patiëntenbegeleiding en medisch onderzoek als voor het ontwikkelen van gezondheidsbeleid.
Niettemin wijzen recente publicaties, waaronder een artikel dat eind 2025 in het tijdschrift Forbes is verschenen (cf. https://www.forbes.com/sites/geristengel/2025/12/31/ai-is-making-womens-health-innovation-invisible/), erop dat AI-systemen de neiging hebben om de bestaande structurele genderbias op het gebied van de gezondheid van vrouwen te reproduceren of zelfs te versterken.
Deze bias is niet noodzakelijk het gevolg van een gebrek aan data, maar veeleer van selectie-, indexerings- en moderatiemechanismen die informatie, onderzoek en innovaties op het gebied van de gezondheid van vrouwen minder zichtbaar maken.
Zo worden thema's als menstruatie, menopauze, endometriose, chronische bekkenpijn of postpartumcomplicaties door digitale systemen vaak als «gevoelig» aangemerkt, waardoor ze minder vaak worden verspreid, minder vaak worden opgenomen in AI-trainingsdatabases en uiteindelijk minder vaak klinisch en wetenschappelijk worden erkend.
Deze onzichtbaarheid brengt een reëel risico met zich mee: AI-toepassingen die onvoldoende representatief zijn, kunnen immers invloed uitoefenen op zorgaanbevelingen, onderzoeksprioriteiten, de financiering van innovatie en de algemene kwaliteit van de zorg voor vrouwen binnen ons gezondheidssysteem.
1) Hoe wil de federale regering, in samenwerking met de deelstaten en de bevoegde autoriteiten, ervoor zorgen dat de AI instrumenten die in het Belgische gezondheidssysteem worden gebruikt of aangemoedigd, gebaseerd zijn op gegevens die werkelijk representatief zijn voor vrouwen, ook voor specifiek vrouwelijke aandoeningen en ziekten?
2) Welke maatregelen zijn er gepland om ervoor te zorgen dat de filter-, moderatie- of classificatiemechanismen die bij de ontwikkeling en training van deze systemen worden gebruikt, niet bijdragen aan het marginaliseren of onzichtbaar maken van inhoud die betrekking heeft op de gezondheid van vrouwen?
3) Overweegt de federale regering om innovatie op het gebied van gezondheidstechnologieën voor vrouwen («femtech») actief te ondersteunen, met name via publiek onderzoek, partnerschappen met de privésector en de regulering van medische AI? Zo ja, kunt u de beoogde maatregelen toelichten, evenals de timing van de uitvoering ervan en de indicatoren waarmee de impact ervan zal worden geëvalueerd?
4) Tot slot: welke initiatieven neemt u om de structurele samenwerking met uw collega minister bevoegd voor Digitalisering te versterken, zodat er wordt gezorgd voor een gecoördineerde aanpak van het gezondheidsbeleid, de regulering van artificiële intelligentie, datagovernance en de bestrijding van gendergerelateerde algoritmische bias?
Deze schriftelijke vraag valt vanwege haar transversale aard onder de bevoegdheid van de Senaat. Volksgezondheid is een federale bevoegdheid, terwijl preventie tot de bevoegdheden van de deelstaten behoort. Gendergelijkheid is bovendien een bevoegdheid die zowel onder de federale overheid als onder de deelstaten valt.