Obesitas bij kinderen - Preventie - Maatregelen - Versterking - Coördinatie tussen de federale overheid en de deelstaten - Evolutie van de cijfers - Indicatoren - Internationale initiatieven - Deelname van België - Gezondheidswerkers
voedingsziekte
Unicef
kind
volksgezondheid
voorkoming van ziekten
| 18/9/2025 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 23/10/2025) |
Het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) heeft onlangs alarm geslagen over een uiterst zorgwekkend wereldwijd fenomeen: één op de tien kinderen in de wereld lijdt nu aan obesitas.
Voor het eerst in de geschiedenis is er bij kinderen meer obesitas dan ondervoeding. Deze trend, die zich over de hele wereld voordoet, neemt op verontrustende wijze toe en vormt inmiddels een belangrijke uitdaging voor de volksgezondheid.
België blijft niet gespaard. Hoewel de toename van overgewicht bij kinderen een relatieve stabilisering lijkt te kennen, blijft obesitas in ons land toenemen, vooral bij bepaalde kwetsbare bevolkingsgroepen.
We weten echter dat de impact van obesitas niet beperkt blijft tot esthetische aspecten: er zijn ernstige gevolgen voor de lichamelijke gezondheid (type 2-diabetes, hart- en vaatziekten, musculoskeletale aandoeningen), maar ook voor de geestelijke gezondheid en de sociale integratie van de betrokken kinderen en tieners.
Naast de individuele impact is er ook een collectieve problematiek, want obesitas bij kinderen weegt op termijn op het hele gezondheidssysteem en dus ook op de openbare financiën.
Met dat gegeven voor ogen is het onze politieke verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de preventie en bestrijding van obesitas bij kinderen centraal staan in onze prioriteiten. Dit vereist niet alleen een multisectorale mobilisering (gezondheid, onderwijs, fiscaliteit, stedenbouw, sport, kinderbescherming), maar ook een nauwe samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus in ons land.
Tegen die achtergrond, stel ik u deze vragen:
A. Reeds genomen maatregelen.
1) Kunt u aangeven welke concrete maatregelen er momenteel op federaal niveau bestaan om obesitas bij kinderen in België te voorkomen?
2) Zijn de normen en regels voor voedingsreclame gericht op kinderen (onlinereclame inbegrepen) recentelijk aangescherpt?
3) Zijn er fiscale initiatieven genomen (heffingen op suikerhoudende dranken, steun voor gezonde producten, subsidies, enz.) naar aanleiding van de recente bevindingen?
B. Voorgenomen of geplande maatregelen.
4) Welke maatregelen is de federale regering, in overleg met de deelstaten, van plan te nemen om de preventie van obesitas bij kinderen in de komende jaren te versterken?
5) Bestaan er plannen voor wetgevende of reglementaire hervormingen om de regeling van de marketingtechnieken voor ultrabewerkte producten te versterken?
6) Wat is er gepland voor de versterking van de voedingswaarde-etikettering of het voedingsprofiel van levensmiddelen die in België te koop worden aangeboden?
7) Worden er specifieke programma's ontwikkeld om kwetsbare of kansarme bevolkingsgroepen te informeren, aangezien zij duidelijk meer zijn blootgesteld aan de bepalende factoren voor obesitas bij kinderen?
8) Wat zijn de plannen van de federale regering met betrekking tot de aanpassing, versterking of invoering van systemen voor opvolging en opsporing van gewichtsproblemen vanaf zeer jonge leeftijd?
C. Coördinatie, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
9) Hoe verloopt momenteel de coördinatie tussen het federale niveau, de Gemeenschappen en de Gewesten in de strijd tegen obesitas bij kinderen, aangezien de organisatie van gezondheidsbevordering, opvoeding, voeding, jonge kinderen en aanverwante bevoegdheden op verschillende niveaus kan plaatsvinden (Gemeenschappen, Gewesten en federaal niveau)?
10) Welke maatregelen worden genomen of zullen worden genomen om de samenhang van het beleid (voedingseducatie, toegang tot zorg, stedenbouw die fysieke activiteit bevordert) tussen de verschillende beleidsniveaus te verzekeren?
11) Worden er financieringsmechanismen ingevoerd om gezamenlijke of aanvullende programma's tussen het federale niveau, de Gewesten en de Gemeenschappen te ondersteunen en zo ja, welke?
D. Evaluatie en indicatoren.
12) Welke concrete indicatoren worden of zullen worden gebruikt om de evolutie van obesitas bij kinderen in België te meten (prevalentie, geografische en sociaal-economische spreiding, evolutie in de tijd)?
13) Hoe vaak worden evaluatieverslagen of balansen over deze thematiek gepubliceerd, nu en in de toekomst?
14) Hoe zorgt de federale regering ervoor dat beleidsbeslissingen gebaseerd zijn op de beschikbare wetenschappelijke gegevens, waaronder de resultaten van nationaal en internationaal onderzoek?
E. Internationale en Europese samenwerking.
15) Heeft u recentelijk met uw Europese en internationale collega's overlegd over het onderwerp obesitas bij kinderen?
16) In welke mate neemt België deel aan gezamenlijke initiatieven, onderzoeksprogramma's of gemeenschappelijke actieplannen om obesitas bij kinderen op internationaal niveau terug te dringen?
F. Betrokkenheid van gezondheidswerkers.
17) Welke maatregelen zijn of kunnen worden genomen om de betrokkenheid van gezondheidswerkers bij de preventie en behandeling van obesitas bij kinderen te vergroten? In het bijzonder: bent u van plan de terugbetalingsvoorwaarden voor raadplegingen bij diëtisten, pediaters, psychologen of andere betrokken zorgverleners te herzien of uit te breiden?
Dit is duidelijk een transversale aangelegenheid, waarvoor de Senaat bevoegd is. De deelstaten zijn immers verantwoordelijk voor gezondheidsbevordering en preventie, en volksgezondheid is een federale bevoegdheid.