Vlaamse havens - Verdachte schepen - «Dual-use» goederen - Controle - Dienst Controle strategische goederen - Douane - Samenwerking - Gegevensdeling - Verbetering - Weigering van schepen - Bevoegdheid
haveninstallatie
maritiem toezicht
vervoer over zee
Vlaams Gewest
douane
| 10/7/2025 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/8/2025) |
De recente discussies en incidenten rond de doorgang en controle van verdachte schepen en goederen in de Vlaamse havens, met speciale aandacht voor «dual-use» goederen en sanctiegevoelige schepen (zoals Iraanse schepen en doorvoer naar Israël), tonen aan dat er nog aanzienlijke uitdagingen bestaan in de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de verschillende federale en Vlaamse diensten, zoals de dienst Controle strategische goederen (DCSG), de Douane en de Nationale Autoriteit voor maritieme beveiliging (NAMB).
Uit de toelichting van de minister-president van de Vlaamse regering blijkt dat de bevoegdheden op dit vlak zeer beperkt zijn voor Vlaanderen, en dat veel controle- en beveiligingsaspecten vooral federale bevoegdheden zijn. Toch worden Vlaamse instanties en bedrijven geconfronteerd met de gevolgen van beslissingen van de federale overheid, terwijl de informatiepositie en de controlemaatregelen niet altijd optimaal worden gedeeld en toegepast.
In dat kader heb ik de volgende vragen:
1) a) Wat wordt er momenteel gedaan op federaal niveau om een structureel protocol te ontwikkelen dat de controle op «dual-use» goederen bij binnenkomst in de Vlaamse havens, zoals Antwerpen en Zeebrugge, waarborgt?
b) Wordt er gebruik gemaakt van AIS (automatic identification system)-tracking, scans en informatiedeling om verdachte schepen en containers tijdig te detecteren en te controleren?
c) Hoe wordt de informatie-uitwisseling georganiseerd tussen de diensten Controle strategische goederen, de Douane en andere relevante federale entiteiten en hoe kunnen deze verbeterd worden?
d) Zijn er systematische controles en steekproeven op verdachte schepen, en welke resultaten werden in de afgelopen jaren genoteerd?
2) a) Welke afspraken bestaan er momenteel over de bevoegdheid om schepen te weigeren of te laten doorvaren op basis van nationale en internationale veiligheids- en sanctieregimes?
b) In hoeverre wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verdachte schepen te weigeren in Vlaamse havens en waarom is er geen monitoring van schepen die al in andere Europese havens geweigerd zijn?
c) Zijn er voorbeelden van dergelijke weigeringen, bijvoorbeeld van Iraanse schepen, en onder welke voorwaarden gebeurt dat?
3) a) Welke concrete maatregelen worden genomen om de gegevensdeling en samenwerking tussen federale en Vlaamse diensten te versterken, met het oog op het voorkomen van illegale handel in «dual-use» en militaire goederen en het voorkomen van sanctieovertredingen?
b) Is er een plan om de samenwerking te formaliseren en te verbeteren, bijvoorbeeld via een bindend protocol of een geïntegreerd controlesysteem?
c) Hoe wordt de transparantie en de communicatie tussen de verschillende overheden en havens gewaarborgd?
4) Welke rol ziet de federale overheid weggelegd voor het versterken van de controle- en beveiligingscapaciteiten in de Vlaamse havens, gezien de beperkte bevoegdheden van Vlaanderen op dit vlak?
Dank voor uw antwoord dat ingaat op de huidige situatie, de geplande verbeteringen en de mogelijkheden om de controle en samenwerking te versterken, zodat veiligheidsrisico's en illegale handel effectief kunnen worden teruggedrongen.