Lgbtqia+-personen - Geweld en discriminatie - Bestrijding - Maatregelen - Eventueel interfederaal lgbtqia+-plan - Wetgevend kader - Versterking - Opvang van slachtoffers - Overheidsdiensten - Vorming - Overleg met de deelstaten
Unia
seksuele minderheid
bestrijding van discriminatie
discriminatie op grond van seksuele geaardheid
bewustmaking van de burgers
| 28/5/2025 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 26/6/2025) |
| 18/7/2025 | Antwoord |
Zeventien mei is de Internationale Dag tegen Homofobie, Transfobie en Bifobie. Op zaterdag 17 mei 2025 trokken duizenden mensen door de straten van Brussel voor de «Pride», een vreedzame, vrolijke en feestelijke parade in de kleuren van de regenboog.
België wordt al sinds jaar en dag beschouwd als een voortrekker op het vlak van de rechten van personen uit de lgbtqia+-gemeenschap (lesbisch, gay, biseksueel, transgender, queer of in verkenning, intersekse en aseksueel, aromantisch of agender, en andere personen).
In 2003 was ons land het tweede ter wereld dat het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht toestond (na Nederland).
In 2006 werd een wet aangenomen die adoptie door koppels van hetzelfde geslacht mogelijk maakte.
In het verlengde daarvan werd in 2007 een wet goedgekeurd die medisch begeleide voortplanting (mbv) mogelijk maakte, ook voor alleenstaande en lesbische vrouwen.
In 2018 werd de nieuwe zogenaamde «transgenderwet» aangenomen, die het voor de betrokken personen mogelijk maakte om hun voornaam en hun administratieve geslacht te laten aanpassen door middel van een eenvoudige verklaring bij de gemeente, zonder dat zij daarvoor een geslachtsoperatie of sterilisatie hoeven te ondergaan.
Nog recenter, in 2023, werd onder de Vivaldi-regering het verbod op zogenaamde conversiepraktijken goedgekeurd. Sindsdien is het verboden om die zogenaamde therapieën (die in feite gepaard gaan met geweld en fysieke en/of psychische foltering) toe te passen met als doel de seksuele geaardheid of genderidentiteit van lgbtqia+-personen te veranderen.
Enkele dagen na de Brusselse "«Pride» is het tijd om een stand van zaken op te maken van het jaar 2025, dat zich aankondigt als een van de meest tegenstrijdige en moeilijkste jaren voor de rechten van lgbtqia+-personen.
De algemene tendens wordt immers gekenmerkt door een sterke toename van politieke, juridische en sociale aanvallen op seksuele en genderminderheden. Wereldwijd komt een gefragmenteerd beeld naar voren, waarin vooruitgang en achteruitgang naast elkaar bestaan, maar waarin ook de waarschuwingssignalen op verontrustende wijze toenemen. Heel wat landen in onze nabijheid maken een verontrustende terugval door.
In Oost-Europa heeft Bulgarije in 2024 een wet aangenomen die «lgbt-propaganda en -promotie» op scholen verbiedt, in navolging van Hongarije en Rusland, die de afgelopen jaren steeds meer beperkende maatregelen hebben genomen.
In september 2024 keurde Georgië een wet goed «inzake gezinswaarden en de bescherming van minderjarigen», die vrijwillige homoseksuele relaties gelijkstelt aan incest, de wettelijke erkenning van koppels van hetzelfde geslacht en transpersonen verbiedt en het openbaar debat over seksuele geaardheid en genderidentiteit aan banden legt.
In april 2025 oordeelde het Britse Hooggerechtshof dat de wettelijke definitie van een vrouw is gebaseerd op het biologische geslacht en niet op gender. Lgbt-organisaties hadden vóór de uitspraak al hun vrees geuit dat transvrouwen daardoor geen toegang meer zouden krijgen tot bepaalde plaatsen, waaronder opvangcentra voor vrouwen.
Iets verderop, in Rusland, werd de lgbt-beweging als «extremistisch en terroristisch» geclassificeerd, wat de weg vrijmaakt voor gevangenisstraffen louter op basis van lidmaatschap of steunbetuiging.
In de Verenigde Staten heeft de terugkeer van Donald Trump als president geleid tot de intrekking van decreten die lgbt+-personen beschermden tegen discriminatie. De genomen maatregelen zijn vooral gericht tegen transpersonen, in het bijzonder jongeren, met onder meer het stopzetten van de financiering van inclusieve scholen en het verbod op medische behandelingen voor transgenderminderjarigen.
Onze federale overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken kondigde overigens eind maart 2025 aan dat de dienst overweegt de reisadviezen voor reizigers naar de Verenigde Staten aan te passen, gelet op de evolutie van de situatie voor lgbt-personen.
De Belgische Senaat heeft herhaaldelijk blijk gegeven van een blijvend engagement voor de rechten van personen uit de lgbtqia+-gemeenschap, zowel via het aannemen van resoluties als door het innemen van standpunten in een internationale context.
Als eerste ondervoorzitster van de Commissie voor de Transversale Aangelegenheden - Gemeenschapsbevoegdheden - Gelijke kansen voor vrouwen en mannen van de Senaat, maak ik me echter grote zorgen over recente gegevens die aantonen dat er extra inspanningen nodig zijn om de voortdurende discriminatie en het aanhoudende geweld doeltreffend te bestrijden.
Terwijl het federale regeerakkoord onder meer voorziet in een vermindering met 25% van de financiering van Unia, de openbare instelling voor de verdediging van de mensenrechten, blijft de haat tegenover lgbtqia+-personen een alarmerende realiteit in België.
Discriminatie en geweld tegen wie lesbisch, gay, biseksueel, trans of intersekse is, bestaan nog steeds in België.
De meest recente cijfers van Unia en van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen spreken voor zich: in 2024 werden 136 dossiers in verband met seksuele geaardheid afgesloten. Het ging daarbij om haatmisdrijven, fysieke agressie, ernstige pesterijen en valstrikken via datingapps. Slachtoffers werden beledigd, bedreigd, mishandeld en beroofd.
Unia stelde zich in 2024 burgerlijke partij in elf dossiers van homofoob geweld. Het doel is de slachtoffers te ondersteunen en het discriminerend motief van de feiten voor de rechtbank te laten erkennen.
Transpersonen waren ook in 2024 het mikpunt van geweld: er waren 74 meldingen van feiten die verband hielden met transitie, 80 in verband met genderidentiteit en 47 gevallen van discriminatie op het werk.
Voorts dragen transfobe uitlatingen, ook wanneer ze als «humor» zijn verpakt, bij aan een klimaat van uitsluiting.
Wat intersekse personen betreft, blijven getuigenissen zeldzaam, maar essentieel, omdat het gebrek aan kennis over deze minderheid leidt tot onterechte medische druk op kinderen vanaf hun geboorte.
Ten slotte dienen nog steeds te weinig slachtoffers een klacht in, uit vrees om hun coming-out te doen, om niet geloofd te worden of om negatieve gevolgen op persoonlijk of professioneel vlak te ondervinden.
En toch is elke melding van belang in de strijd voor gendergelijkheid.
1) Hoe is de federale regering - in overleg met de deelstaten - van plan, in de bovengenoemde context, om alle institutionele, sociale en educatieve actoren te mobiliseren om geweld en discriminatie tegenover lgbtqia+-personen in België doeltreffend te bestrijden? Zijn er initiatieven gepland om een meer inclusieve samenleving te bevorderen, waarin de rechten van iedereen worden geëerbiedigd?
2) Heeft de federale regering rekening gehouden met het verzoek van Unia en het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen om een coherent en ambitieus interfederaal lgbtqia+-plan uit te werken?
3) Hoe is de regering van plan om het wetgevende kader te versterken om personen beter te beschermen tegen gewelddaden en haatmisdrijven op grond van seksuele oriëntatie of genderidentiteit?
4) Is de federale regering, wat de vorming van de overheidsdiensten betreft, van plan om de politie, magistraten en medisch personeel beter te informeren over lgbtqia+-kwesties, om een respectvolle en ondersteunende opvang van slachtoffers te garanderen?
5) Hoe verloopt de coördinatie tussen de federale overheid en de deelstaten op het vlak van sensibilisering, slachtofferbegeleiding en de dialoog met de verenigingen? Bestaat er een kader voor regelmatig overleg om de behoeften op het terrein in kaart te brengen, genderstereotypen te doorbreken, slachtoffers gepast te begeleiden en de dialoog met de verenigingen te versterken?
Deze schriftelijke vraag valt onder de bevoegdheid van de Senaat, aangezien gelijke kansen en gendergelijkheid zowel het federale niveau als de deelstaten aanbelangen.
Tekst nog niet beschikbaar.