Moedersterfte - Mentale gezondheid van de vrouw na de bevalling - Zorg - Informatieverslag van de Senaat over obstetrisch geweld (7-245/1-9) - Follow-up - Maatregelen en middelen - Uitvoering - Stand van Zaken
rechten van de vrouw
recht op lichamelijke integriteit
gynaecologie
geestelijke gezondheid
reproductieve gezondheidszorg
opvolging informatieverslag
moederschap
positie van de vrouw
| 17/4/2025 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 22/5/2025) |
Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stierf in 2023, wereldwijd, om de twee minuten een vrouw door complicaties tijdens de zwangerschap of een bevalling.
In Belgiė zijn er zelden gevallen van moedersterfte, maar ze komen wel degelijk voor.
Moedersterfte verwijst naar het overlijden van de moeder tijdens de zwangerschap, de bevalling of tot één jaar daarna. Het omvat ook zwangerschapsonderbrekingen, al dan niet vrijwillig.
Er is directe moedersterfte als gevolg van bloedingen of infecties. Maar er is ook indirecte moedersterfte, zoals een vrouw met een ernstige postnatale depressie die zelfmoord pleegt in het jaar na de bevalling.
Sinds 2021 worden deze gevallen geļnventariseerd in het kader van het BAMM- programma («Belgian Analysis system for Maternal Mortality»). Tot op heden werden negenendertig gevallen geregistreerd.
Alle gegevens die in het BAMM worden ingevoerd, zijn anoniem. Het is immers niet de bedoeling een schuldige aan te wijzen, maar feedback te geven aan ziekenhuisteams, zodat ze in de toekomst de nodige maatregelen kunnen nemen om deze sterfgevallen zoveel mogelijk te voorkomen en om goede praktijken uit te wisselen.
Naast de lichamelijke risico's van een bevalling, kan de mentale gezondheid ook tot het overlijden van een vrouw leiden. En de zorg voor de mentale gezondheid van vrouwen na de bevalling is nog steeds ontoereikend in Belgiė. De mentale gezondheidsproblemen van vrouwen blijven al te vaak onder de radar. Dit werd onlangs vastgesteld door Julie Belhomme, hoofd van de kliniek verloskunde van het Universitair Medisch Centrum (UMC) Sint-Pieter in Brussel.
Het informatieverslag over lichamelijke
zelfbeschikking en het tegengaan van
obstetrisch geweld, dat door de Senaat werd goedgekeurd op 2 februari 2024 (doc. Senaat, nr. 7-245/1 tot 9), behandelde onder andere de problematiek van de mentale gezondheid van vrouwen in de perinatale periode.
In de aanbevelingen (doc. Senaat, nr. 7-245/9) wordt meer bepaald verzocht om «meer financiėle middelen [te] investeren in kraamafdelingen, zodat deze over een speciaal team voor geestelijke gezondheid beschikken, meer bepaald psychiaters
en psychologen met specifieke expertise in seksuele en reproductieve gezondheid» (aanbeveling nr.40).
Er wordt ook verzocht «de duur van gynaecologische en perinatale raad-
plegingen [te] verlengen om een betere kwaliteit van zorg en communicatie te bieden en om een vertrouwensband
met de patiėntes en hun familieleden te waarborgen» teneinde psychologische problemen na de bevalling te voorkomen(aanbeveling nr. 49).
In het verslag werd specifiek aanbevolen om «zorgverleners aan [te]moedigen om systematisch een gesprek na de bevalling of na IVF (in-vitrofertilisatie) te organiseren; om te debriefen en antwoorden te geven op de vragen van de patiėntes; zo nodig een psychologische raadpleging vast te leggen, onder meer ter voorkoming van een
postnatale depressie» (aanbeveling nr. 52).
Nog steeds vanuit een streven naar zorgzaamheid jegens vrouwen, wordt in het verslag ook verzocht « tijdens het eerste levensjaar van een kind [te] voorzien in een systematische en aangepaste ouderschapsbegeleiding» (aanbeveling nr. 62) en « de medische en psychologische behandeling van
gynaecologische en seksuologische aandoeningen, onvruchtbaarheid of steriliteit [te] verbeteren.» (aanbeveling nr. 66).
Aanbeveling nr. 67 van het verslag gaf pistes om «een moeilijke post-partumperiode te voorkomen», meer bepaald:
«a) ervoor zorgen dat men de psychologische en traumatische voorgeschiedenis van de toekomstige moeders kent zodat men de begeleiding daarop kan afstemmen ;
b) de beroepsbeoefenaars beter bewust maken van de risico's op een trauma en/of posttraumatisch syndroom ;
c) het emotionele veiligheidsgevoel van patiėntes bevorderen dankzij een grote disponibiliteit en anticipatievermogen van de beroepsbeoefenaars ;
d) de teams voor psycho-perinataliteit in kraamklinieken en andere geboorteplaatsen versterken om postnatale depressies beter op te sporen, te diagnosticeren te behandelen ;
e) bijzondere aandacht verlenen aan personen met sociale problemen door het opsporen van posttraumatisch stresssyndroom te combineren met proactief onderzoek in kwetsbare groepen ;
f) toekomstige en huidige beroepsbeoefenaars opleiden in de geestelijke gezondheid (in het bijzonder voor het detecteren van het posttraumatisch stresssyndroom dat vrouwen kan treffen tijdens de bevalling of tijdens de
gynaecologische zorgverlening), en de transversaliteit tussen de disciplines versterken ;
g) de postnatale zorg voor moeders en kinderen versterken, bijvoorbeeld met kraamzorgdiensten.»
Deze schriftelijke vraag valt onder de bevoegdheid van de Senaat gezien het transversale karakter ervan. Volksgezondheid is een federale aangelegenheid en de deelstaten zijn bevoegd voor preventie.
1) Welke maatregelen zijn er genomen sinds de goedkeuring van het informatieverslag door de Senaat op 15 januari 2024?
2) Zijn de aanbevelingen van het informatieverslag over lichamelijke
zelfbeschikking en het tegengaan van
obstetrisch geweld, opgenomen in het gezondheidsbeleid, meer bepaald inzake mentale gezondheid?
3) Is de federale regering van plan meer financiėle en menselijke middelen te investeren om psychologische problemen te voorkomen bij (aanstaande) moeders, bij vrouwen die een traject van medisch begeleide voortplanting (MBV) volgen of bij vrouwen die een beroep doen op vrijwillige zwangerschapsonderbreking (VZO)?