Verbouwingen - Verbetering van de energieprestatie van een gebouw - Tarief van de belasting op de toegevoegde waarde (btw) - Verlaagd tarief van 6 % - Toekenningsvoorwaarden
BTW-tarief
verbetering van woningen
energiebesparing
energiebeleid
| 2/9/2024 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 3/10/2024) |
| 30/9/2024 | Antwoord |
Onlangs kreeg ik van enkele medeburgers een vraag over verbouwingen en meer in het bijzonder over het toepasselijke tarief van de belasting op de toegevoegde waarde (btw).
Immers, bij verbouwingen met als doel de energieprestaties van een gebouw te verbeteren, kan men onder bepaalde voorwaarden genieten van een verlaagd btw-tarief van 6 % in plaats van het gewone tarief van 21 %.
Voor zover ik weet, kan men van dat btw-tarief genieten onder de volgende voorwaarden:
– de werken betreffen geen zelfstandige eenheid;
– de werken steunen op relevante wijze op de reeds bestaande dragende muren, in het bijzonder de buitenmuren, en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw; het moet gaan om het onderhoud van een belangrijk onderdeel van de oude structuur van het gebouw (cf. Hof van Cassatie, arrest nr. N-20200625-9 (F.19.0069.N) d.d. 25 juni 2020);
– het gebouw in kwestie moet meer dan tien jaar oud zijn.
In sommige gevallen zou de administratie echter de toekenning van een verlaagd btw-tarief weigeren hoewel de voornoemde voorwaarden vervuld zijn.
Welke andere redenen zouden er kunnen toe leiden dat het voorkeurstarief van 6 % niet wordt toegekend bij dergelijke verbouwingen? Is de lijst die ik hierboven heb gegeven niet limitatief?
Deze vraag behoort tot de bevoegdheid van de Senaat omdat ze transversaal is. Immers, verbouwingen van privégebouwen en de energieprestatie van gebouwen zijn gewestelijke bevoegdheden. De toepassing van de btw en de fiscale regels die van toepassing zijn op dergelijke werken zijn echter een federale bevoegdheid.
U beoogt onmiskenbaar het btw-tarief van 6% voor werken in onroerende staat met betrekking tot privé-woningen.
Teneinde u een volledig antwoord te verschaffen, moet ik u eerst verwijzen naar de ter zake geldende wettelijke bepaling, te weten rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.
Deze rubriek bepaalt wat volgt:
«§ 1. Het werk in onroerende staat en de andere handelingen bedoeld in paragraaf 3 worden onderworpen aan het verlaagd tarief, voor zover de volgende voorwaarden zijn vervuld:
1° de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben ;
2° de handelingen moeten betrekking hebben op een woning die, na de uitvoering ervan, hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning wordt gebruikt ;
3° de handelingen worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in de loop van een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de eerste factuur met betrekking tot die handelingen ;
4° de handelingen moeten worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker ;
5° de door de dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, maken melding van het voorhanden zijn van de elementen die de toepassing van het verlaagde tarief rechtvaardigen en bevatten de volgende vermelding:
«Btw-tarief: Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de factuur, wordt de klant geacht te erkennen dat (1) de werken worden verricht aan een woning waarvan de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in een kalenderjaar dat ten minste tien jaar voorafgaat aan de datum van de eerste factuur met betrekking tot die werken, (2) de woning, na uitvoering van die werken, uitsluitend of hoofdzakelijk als privéwoning wordt gebruikt en (3) de werken worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker. Wanneer minstens één van die voorwaarden niet is voldaan, zal het normale btw-tarief van 21% van toepassing zijn en is de afnemer ten aanzien van die voorwaarden aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.»
Behoudens samenspanning tussen de partijen, is de dienstverrichter ontslagen van de aansprakelijkheid ten aanzien van de in het eerste lid, 5°, bedoelde voorwaarden betreffende de vaststelling van het tarief, wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist overeenkomstig het eerste lid, 5°.
§ 2. Worden aangemerkt als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor het werk in onroerende staat en de andere handelingen omschreven in § 3, met betrekking tot de woningen daadwerkelijk gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen, personen in moeilijkheden, personen met een psychische stoornis, mentaal gehandicapten en psychiatrische patiënten, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:
1° verblijfsinrichtingen voor bejaarden welke door de bevoegde overheid zijn erkend in het kader van de wetgeving inzake bejaardenzorg ;
2° internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen ;
3° jeugdbeschermingstehuizen en residentiële voorzieningen die op duurzame wijze, in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf, minderjarigen huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid in het kader van de wetgeving op de jeugdbescherming of de bijzondere jeugdbijstand ;
4° opvangtehuizen die in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf thuislozen en personen in moeilijkheden huisvesten en die erkend zijn door de bevoegde overheid ;
5° psychiatrische verzorgingstehuizen die op een duurzame wijze in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf personen met een langdurige en gestabiliseerde psychische stoornis of mentaal gehandicapten huisvesten en die door de bevoegde overheid erkend zijn ;
6° gebouwen waar, ten titel van een initiatief van beschut wonen erkend door de bevoegde overheid, het op een duurzame wijze huisvesten in dagverblijf, nachtverblijf of dag- en nachtverblijf en het begeleiden van psychiatrische patiënten plaatsheeft.
§ 3. Worden beoogd:
1° het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed ;
2° prestaties die erin bestaan een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt ;
3° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw:
a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketel of aan de radiatoren ;
b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van al de vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool ;
c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen ;
d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon ;
e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of een badkamer is uitgerust ;
f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst ;
4° iedere handeling, ook indien niet beoogd in 2° hierboven, die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbekleding of -bedekking als de plaatsing ervan in een gebouw ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte ;
5° het aanhechten, het plaatsen, het herstellen en het onderhouden, met uitsluiting van het reinigen, van goederen bedoeld in 3° en 4° hierboven ;
6° de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van de hierboven bedoelde handelingen.
§ 4. Het verlaagd tarief is in geen geval van toepassing op:
1° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die geen betrekking hebben op de eigenlijke woning, zoals bebouwingswerkzaamheden, tuinaanleg en oprichten van afsluitingen ;
2° werk in onroerende staat en andere onroerende handelingen die tot voorwerp hebben de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van zwembaden, sauna’s, midget-golfbanen, tennisterreinen en dergelijke installaties.»
Om het verlaagd tarief beoogd door voormelde rubriek XXXI te genieten, moeten de uitgevoerde werken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het bestaande gebouw. Bovendien kunnen de werken tot uitbreiding van een gebouw slechts worden aangemerkt als bedoeld in voormelde rubriek XXXI in de mate dat de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol blijft in vergelijking met het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte dat overblijft na uitvoering van de werken groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken.
Tenslotte, wanneer de werken betrekking hebben op een gebouw dat bestaat uit meerdere wooneenheden, moeten de voorwaarden van voormelde rubriek XXXI, voor elke autonome wooneenheid worden beoordeeld. Onder autonome eenheid dient verstaan te worden een wooneenheid op zichzelf volledig, die volledig zelfstandig functioneert en bijgevolg afzonderlijk verhuurd of vervreemd kan worden.
Indien de renovatiewerkzaamheden, gericht op het verbeteren van de energieprestaties van een gebouw, voldoen aan alle bovengenoemde voorwaarden, kunnen ze aldus in aanmerking komen voor het tarief van 6% van voormelde rubriek XXXI.