Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-91

van Rik Daems (Open Vld) d.d. 14 oktober 2019

aan de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Buitenlandse Handel

Inlichtingendiensten - Gevolgen van de Brexit - Veiligheid - Terrorisme - Europees aanhoudingsmandaat

terrorisme
Verenigd Koninkrijk
uittreding uit de EU
gegevensbank
uitwisseling van informatie
geheime dienst
datatransmissie
verzamelen van gegevens
reizigersvervoer
georganiseerde misdaad
openbare veiligheid

Chronologie

14/10/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/11/2019 )
14/11/2019 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-90

Vraag nr. 7-91 d.d. 14 oktober 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit het Franse «Rapport public de la Délégation parlementaire au Renseignement 2018 2019» blijkt dat de Brexit diverse ernstige gevolgen kan hebben voor bestaande en lopende projecten wat betreft de strijd tegen terrorisme en de georganiseerde misdaad. Door de Brexit zal het Verenigd Koninkrijk (VK) immers onder eender welk scenario worden beschouwd als een «derde Staat».

Zo wordt er gewaarschuwd dat het multilaterale PNR plan wat betreft het spoor in vraag kan worden gesteld gezien het Verenigd Koninkrijk niet langer toegang zal hebben tot diverse Europese databanken (waaronder PNR, ETIAS, EURODAC, enz.).

Ook wat betreft de Schengendatabank, SIS II, waar het VK toegang toe heeft sinds 2015, heeft de Brexit en dan zeker de harde Brexit rampzalige gevolgen naar informatievergaring toe. Het VK is immers de zevende grootste bijdrager van gegevens tot deze databank en is tegelijkertijd de vierde grootste afnemer ervan. De Britse veiligheidsdiensten vervullen een sleutelrol in de strijd tegen het terrorisme en hun knowhow is essentieel.

Ook het Europees aanhoudingsmandaat komt in het gedrang wat betreft het Verenigd Koninkrijk. Een Europees aanhoudingsbevel tot overlevering van personen aan het Verenigd Koninkrijk is geldig tot de uittredingsdatum van het Verenigd Koninkrijk, zoals bepaald door het Europese Hof van Justitie. Daarna wordt het Verenigd Koninkrijk ook in het geval van een soft Brexit beschouwd als een derde land wat betreft het Europees aanhoudingsmandaat.

Het Verenigd Koninkrijk zal dus ook niet meer deel uitmaken van de bestuursorganen van Europol en Eurojust.

Er heerst ook onduidelijkheid over het verdere verloop van de uitwisseling van strafbladen.

Het transversaal karakter van deze vraag: in het Vlaams regeerakkoord van 2014 wordt er aandacht besteed aan terrorisme en het voorkomen van radicalisering. Aldus werd een cel met experten uit de diverse beleidsdomeinen om radicalisering te voorkomen, te detecteren en te remediëren, opgericht met één centraal aanspreekpunt en in samenwerking met andere overheden. De coördinatie van deze cel ligt bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. Vooral wat betreft de proactieve aanpak en de handhaving vervult de federale overheid een sleutelrol.

Ik had dan ook graag een antwoord gekregen op de volgende vragen:

1) Kan u gedetailleerd meedelen welke de gevolgen zijn van de Brexit wat betreft de uitwisseling van informatie tussen de respectieve veiligheidsdiensten en kunnen deze worden opgevangen? Zo ja, kan u dit toelichten?

2) Welke is de impact voor het PNR plan voor het spoor wat betreft het verkeer van en naar het Verenigd Koninkrijk? Komt het PNR plan hierdoor in het gedrang? Zo neen, kan u dit toelichten?

3) Klopt de informatie dat het Verenigd Koninkrijk niet langer toegang zal hebben tot diverse Europese databanken (waaronder PNR, ETIAS, EURODAC, enz.) waardoor het er niet meer toe kan bijdragen, maar er ook geen gegevens meer uit kan halen? Hoe wordt hierop geanticipeerd en kan hieraan worden verholpen gezien het gedeelde belang in de strijd tegen georganiseerde misdaad en terrorisme?

4) Kan u aangeven of het Europees aanhoudingsmandaat in het gedrang komt wat betreft het Verenigd Koninkrijk? Kan u de praktische gevolgen toelichten?

5) Bent u het eens met aanbeveling nr. 26 van het Franse «Rapport public de la Délégation parlementaire au Renseignement 2018 2019» waarin gevraagd wordt om een geprivilegieerd partnerschap op te zetten op korte termijn tussen Europa en het Verenigd Koninkrijk in het domein van de veiligheid met het oog op het verder deelnemen van het Verenigd Koninkrijk, ondanks het toekomstige statuut van derde Staat, tot de gegevensbank SIS 2, ETIAS en EURODAC en het Europees aanhoudingsmandaat? Steunt u dit streven en werden hiertoe reeds concrete stappen gezet? Kan u de inhoud, de gevolgen en de timing toelichten?

Antwoord ontvangen op 14 november 2019 :

De Verenigde Koninkrijk (VK)-partner van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD) betreft de Joint Terrorism Analysis Centre (JTAC), dat ressorteert onder MI5.

Er wordt geen directe verandering verwacht in de bilaterale of multilaterale contacten met JTAC na een eventuele Brexit. De uitwisselingen zijn goed en regelmatig.

Wat de politie betreft:

1)

Brexit middels akkoord rond het terugtrekkingsakkoord:

In dat geval zal er tot de datum bepaald in het akkoord een overgangsregeling gelden. Gedurende deze periode zullen alle bestaande mogelijkheden voor Europese Unie (EU)-samenwerking met het VK benut kunnen blijven.

No-deal Brexit:

In geval van een «no-deal» vervallen alle EU-rechtsbasissen rond uitwisseling voor informatie. Het VK wordt een derde land voor de EU-lidstaten. Alle SIS II-signaleringen van het VK worden gewist uit SIS II. Samenwerking via Europol met het VK wordt niet meer mogelijk vooraleer de Europese Commissie het fiat geeft of krijgt om met het VK een akkoord te sluiten of een beslissing rond een adequaat niveau van gegevensbescherming neemt. Instrumenten zoals de Prüm-Raadsbesluiten, Raadsbesluiten rond openbare ordehandhaving (onder andere veiligheid voetbalmatchen) houden op te bestaan ten aanzien van het VK.

Wat de politie betreft, kan een belangrijk deel van de weggevallen samenwerking worden opgevangen via het Interpol-kanaal. Zo kan men bijvoorbeeld gebruik maken van de Interpol-notices en -diffusions. Het is belangrijk om aan te stippen dat er een terugkeer zal zijn naar een situatie die bestond tot 2015 toen het VK pas begon gebruik te maken van SIS II. Het kanaal bij uitstek zal dan de informatie-uitwisseling worden via de beide nationale centrale bureaus (NCB) van Interpol. Zowel ons NCB als het NCB van het VK zijn al volop bezig om zich daarop voor te bereiden.

Daarnaast is de politie ook bezig met de rekrutering van een bilaterale verbindingsofficier voor het VK. Samen met een nog te onderhandelen bilateraal akkoord, zal dit de mogelijkheden voor de politie om informatie uit te wisselen met het VK versterken.

Samengevat kan gesteld worden dat er nog voldoende mogelijkheden en alternatieven overblijven om informatie uit te wisselen met het VK.

2) De Belgische wetgever heeft naast het luchtverkeer ook andere vervoersmodi opgenomen in de PNR-wetgeving. België is op dat vlak voorloper aangezien België als eerste intussen ook voor het spoorvervoer een koninklijk besluit nam. De bedrijven die reizen met hogesnelheidstreinen organiseren, krijgen immers van de Belgische wetgever de opdracht om bepaalde gegevens door te geven in bepaalde formaten, los van de vraag naar welke landen de reisbewegingen gerealiseerd worden.

Alle bedrijven die reizen organiseren vanuit, naar of via België zijn op grond van de EU-richtlijn PNR en de Belgische nationale wetgeving verplicht de PNR-gegevens waarover zij beschikken door te geven aan de Belgische eenheid die bevoegd is op dat vlak, BelPIU, ongeacht het land waarin deze bedrijven gevestigd zijn. Zo is een Indonesisch bedrijf eveneens onderworpen aan dezelfde verplichting van doorgifte van passagiersgegevens. De Brexit zal geen invloed hebben op deze verplichting. Onze nationale procedure om deze bedrijven aan te sluiten en te integreren gaat gewoon door. De gevolgen van het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zullen groter zijn op het vlak van informatie-uitwisseling.

Indien het Britse Parlement het terugtrekkingsakkoord van oktober 2019 goedkeurt, begint een overgangsperiode die eindigt op 31 december 2020. Tijdens deze overgangsperiode mogen de passagiersgegevens uitgewisseld worden, op dezelfde manier en onder dezelfde voorwaarden als voor de brexit (artikel 63, lid 1, g), van het akkoord). Indien het akkoord niet goedgekeurd wordt en het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat zonder akkoord, zal de uitwisseling van passagiersgegevens tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk gebeuren onder dezelfde voorwaarden als met een ander derde land. Dat betekent dat er tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie een akkoord dient te worden gesloten dat passende garanties biedt op het vlak van gegevensbescherming.

3) Op het vlak van PNR is er niet één Europese PNR-databank. Het Europees regelgevend kader bepaalt voor de verzameling van PNR-gegevens dat elk land zijn eigen PNR-centrum moet ontwikkelen (de zogenaamde passagiersinformatie-eenheid PIE). Zoals eerder vermeld zal de toegang van het Verenigd Koninkrijk tot de passagiersgegevens afhangen van de akkoorden die worden gesloten op het vlak van gegevensuitwisseling.

ETIAS is een systeem waarmee controles vooraf kunnen worden verricht voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen die naar het Europese grondgebied willen reizen. Deze databank heeft betrekking op de lidstaten van de Europese Unie. Aangezien het Verenigd Koninkrijk geen lidstaat meer zal zijn, zal het niet rechtstreeks kunnen deelnemen aan de activiteiten die gelinkt zijn aan dit informatiesysteem. Tenzij er een andere beslissing wordt genomen in het terugtrekkingsakkoord, zal de toegang van het Verenigd Koninkrijk tot het ETIAS-systeem worden bepaald door artikel 65 van de ETIAS-Verordening omtrent de mededeling van persoonsgegevens aan derde landen.

Zoals vermeld in artikel 65, lid 2, mogen de persoonsgegevens die zijn opgeslagen in het ETIAS-systeem niet worden doorgegeven aan derde landen of internationale organisaties, met uitzondering van individuele gevallen vermeld in lid 5 van hetzelfde artikel indien onder ander aan de volgende voorwaarden is voldaan: er is sprake van een uitzonderlijk dringend geval met een dreigend gevaar in verband met een terroristisch misdrijf of de doorgifte van de gegevens is noodzakelijk voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van een terroristisch misdrijf of ernstige strafbare feiten.

Het is hoe dan ook van belang om te beseffen dat een aantal veiligheidsaspecten door de lidstaten bewust buiten het Verdrag van Lissabon gehouden werden en ook vandaag een louter nationale bevoegdheid zijn van de lidstaten. Dat is onder meer het geval met inlichtingenwerk en speelt een rol in het kader van de strijd tegen terrorisme. In dat verband is de samenwerking tussen de lidstaten de laatste jaren sterk toegenomen en is er sprake van de ontwikkeling van een permanente samenwerking. Die samenwerking tussen lidstaten staat buiten de structuren van de Europese Unie en hoeft geen wijzigingen te ondergaan naar aanleiding van de Brexit.

4) Dit betreft een bevoegdheid van de minister van Justitie.

5) Het is evident dat ook na de Brexit de behoefte aan samenwerking inzake veiligheid tussen enerzijds het Verenigd Koninkrijk en anderzijds de Europese Unie en de afzonderlijke lidstaten, even belangrijk blijft als voorheen. Zowel in het geval van een no-deal Brexit als in het geval van een onderhandelde brexit, zal het belangrijk zijn dat er in de toekomstige relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk ruime aandacht is voor de samenwerking inzake veiligheid. Indien er in de toekomst geen of maar een beperkte samenwerking meer zou zijn tussen het VK en Europa rond het beheer van migratiestromen, lijkt het weinig evident dat het VK nog toegang heeft tot het EURODAC-systeem en andere gegevensbanken die de finaliteit hebben om de toegang tot het EU-grondgebied te beheren. Toegang tot andere gemeenschappelijke databanken kan enkel overwogen worden indien het VK enerzijds volledige wederkerigheid kan verzekeren en anderzijds bereid is om evenwaardige garanties te verstrekken inzake correct gebruik van de gegevens uit deze databanken, met inbegrip van het aanvaarden van gelijkwaardige controlemechanismen als de huidige die binnen de Unie van toepassing zijn.

Het komt echter de Europese Raad en de andere instellingen van de Europese Unie toe de strategie te bepalen hoe de nieuwe relatie met het Verenigd Koninkrijk moet geïnitieerd worden. De politieke verklaring die samen met het terugtrekkingsakkoord wordt aangenomen in het geval van een onderhandelde Brexit, besteedt in deel III ruime aandacht aan de toekomstige samenwerking inzake handhaving en gerechtelijke samenwerking in strafzaken. De uitwisseling van informatie, bijvoorbeeld in het kader van PNR en samenwerking met Europol, is hierbij een sleutelelement. Ook in het geval van een no-deal Brexit zal de Unie initiatieven moeten nemen om gegevensuitwisseling binnen de sfeer «Politie-Justitie» met het Verenigd Koninkrijk mogelijk te maken. In beide hypotheses zal de samenwerking met het VK op het niveau van de Unie moeten worden aangevuld met een sterkere bilaterale samenwerking. Het is een prioriteit om in de nabije toekomst ook een bilateraal politiesamenwerkingsverdrag af te sluiten dat de basis moet zijn voor een sterkere bilaterale samenwerking.