Mensenhandel - Prostitutie - Minderjarigen - Uitbuiting - Loverboys - Aanpak - Cijfers en tendensen
jongere
officiële statistiek
internet
mensenhandel
prostitutie
| 22/3/2024 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 25/4/2024) |
| 14/5/2024 | Antwoord |
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-2258
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-2260
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-2261
Uit diverse gerechtelijke beslissingen over seksuele uitbuiting blijkt dat seksuele diensten steeds vaker online worden aangeboden, met name op seksdatingwebsites. De «loverboy»-methode wordt nog steeds toegepast, vooral bij minderjarige slachtoffers uit kwetsbare families. Voorbeelden hiervan zijn zaken in Antwerpen, Brugge en Luik, waar jonge meisjes via seksdatingwebsites, hotels en «Airbnb»-woningen worden geronseld.
In Gent werd een veroordeling bevestigd in een zaak waar minderjarige meisjes gedwongen werden «rip deals» uit te voeren. In Brugge en Antwerpen werden veroordelingen uitgesproken voor «loverboy»-technieken bij jonge slachtoffers, waarbij de verdachten vijf jaar gevangenisstraf met probatie-uitstel kregen en aanvullende voorwaarden.
Een andere zaak in Brugge betrof twee weggelopen meisjes van vijftien en zestien jaar oud die seksuele betrekkingen hadden met mannen in verschillende Vlaamse steden. Ze werden geronseld via een seksdatingwebsite, en hun verdiende geld moesten ze afstaan aan pooiers. De pooier werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf met probatie-uitstel en begeleiding.
In Luik werden vier beklaagden, waaronder een vrouw, vervolgd voor mensenhandel, aanzetten tot prostitutie, reclame maken voor prostitutie van minderjarigen en bendevorming. Vier tienermeisjes, jonger dan zestien, werden tussen november 2019 en december 2020 uitgebuit via «loverboy»-methoden in Luik, Aarlen en Brussel. De zaak begon toen een klant bij Child Focus meldde dat hij via «Redlights» een afspraak had met een minderjarige sekswerker in Luik. Verdere onderzoeken en klachten onthulden het netwerk van uitbuiting. De beklaagden ontkenden en deden een beroep op het niet-bestraffingsbeginsel (cf. https://www.myria.be/nl/publicaties/jaarverslag-mensenhandel-en-mensensmokkel-2023-een-keten-van-verantwoordelijkheden).
Wat betreft het transversaal karakter van de schriftelijke vraag: de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die staan gedefinieerd in de Kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2022-2025, en werden besproken tijdens een interministeriële conferentie, waarop ook de politionele en justitiële spelers aanwezig waren. Het betreft aldus een transversale aangelegenheid met de Gewesten waarbij de rol van de Gewesten vooral ligt in het preventieve luik.
Graag had ik dan ook volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister:
1) Wat zijn de recente statistieken met betrekking tot het aantal gevallen van seksuele uitbuiting in België, met een bijzondere focus op minderjarige slachtoffers en de gebruikte methoden, zoals de «loverboy»-techniek? Hoeveel zaken zijn er bekend waarin de «loverboy»-methode is toegepast, en welke maatregelen worden genomen om deze specifieke vorm van mensenhandel aan te pakken?
2) Wat zijn de cijfers omtrent het aantal meldingen van verdachte activiteiten op seksdatingwebsites van de laatste twee jaar, en de resulterende gerechtelijke stappen die zijn ondernomen om deze platforms verantwoordelijk te houden? Zijn er tevens cijfers beschikbaar over het aantal minderjarigen dat via seksdatingwebsites wordt geronseld voor seksuele uitbuiting? Welke maatregelen worden genomen om deze trend tegen te gaan?
3) Zijn er cijfers beschikbaar over de leeftijdsgroepen van minderjarigen die het meest kwetsbaar zijn voor seksuele uitbuiting via onlineplatforms, en welke preventieve maatregelen worden overwogen om deze groepen beter te beschermen? Bestaat er gedetailleerd recent cijfermateriaal over het aantal gevallen waarbij minderjarigen via seksdatingwebsites worden geronseld voor seksuele uitbuiting? Zo ja, wat zijn de tendensen? Hoe verhoudt dit zich tot andere methoden van ronseling?
4) Zijn er gegevens beschikbaar over de effectiviteit van de wetshandhaving bij het opsporen en vervolgen van personen die minderjarigen ronselen via seksdatingwebsites voor seksuele uitbuiting? Zo ja, hoeveel veroordelingen waren er in de laatste twee jaar en welke straffen werden er gemiddeld uitgesproken?
5) Wat zijn de trends in de leeftijd van slachtoffers en daders in recente gevallen van seksuele uitbuiting, en is er een verschuiving waar te nemen in de kwetsbaarheid van slachtoffers op basis van familiale achtergrond, etniciteit en sociale achtergrond?
6) Bestaat er cijfermateriaal met betrekking tot de impact van de coronaperiode op seksuele uitbuitingszaken, zoals veranderingen in de gebruikte locaties (hotels, «Airbnb»-woningen) en eventuele verschuivingen in de methoden van daders? Zo ja, welke?
7) Zijn er gegevens beschikbaar over de nationaliteit van daders betrokken bij seksuele uitbuitingszaken, zoals in de voorbeelden genoemd, en welke samenwerkingen zijn er op internationaal niveau om deze kwesties aan te pakken?
8) Kunt u cijfers verstrekken over het gebruik van onlineadvertenties bij de ronseling van slachtoffers, en zijn er maatregelen genomen om dergelijke platforms beter te reguleren en te controleren?
1) tot 7) Het openbaar ministerie beschikt niet over kwantitatieve gegevens over het «loverboys»-verschijnsel.
Eind 2023 heeft het College van procureurs-generaal toestemming gegeven aan het Expertisenetwerk mensenhandel om een nieuwe tenlasteleggingscode en contextcode in het MaCH-informaticasysteem van het openbaar ministerie in te voeren. Het gaat om de tenlasteleggingscode «37T: Mensenhandel: seksuele uitbuiting ten aanzien van minderjarigen» en de contextcode «Loverboys». Doel daarvan is om binnen relatief afzienbare tijd de zaken van loverboys en seksuele uitbuiting ten aanzien van minderjarigen te kunnen identificeren. De registratierichtlijnen zijn evenwel te recent om gegevens te kunnen extraheren.
8) Wij beschikken niet over cijfers over het gebruik van onlineadvertenties bij het ronselen van slachtoffers.
Wat de regulering van en de controle op de platforms betreft, wordt er verwezen naar de nieuwe wetsbepalingen van het seksueel strafrecht (wet van 21 maart 2022, Belgisch Staatsblad van 30 maart 2022).
Reclame maken voor prostitutie van meerderjarigen wordt thans geregeld bij artikel 433quater/2 van het Strafwetboek.
Krachtens artikel 433quater/2, § 2, van het Strafwetboek mag een meerderjarige reclame plaatsen voor eigen seksuele diensten op een internetplatform dat specifiek voor dit doel is bestemd.
Krachtens datzelfde artikel mag de aanbieder van een internetplatform dat specifiek voor dit doel is bestemd, reclame publiceren voor zover hij maatregelen neemt ter bescherming van de sekswerker en ter voorkoming van misbruik van prostitutie en mensenhandel. De aanbieder moet mogelijke gevallen van misbruik en uitbuiting onmiddellijk aan de politiediensten of gerechtelijke overheden melden en zich houden aan de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld.
In een koninklijk besluit worden de nadere regels vastgelegd waaraan aanbieders moeten voldoen.
Reclame maken voor ontucht en prostitutie van een minderjarige wordt geregeld bij de artikelen 417/39 en 417/40 van het Strafwetboek.