Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 7-2258

van Rik Daems (Open Vld) d.d. 22 maart 2024

aan de vice-eersteminister en minister van Economie en Werk

Mensenhandel - Prostitutie - Minderjarigen - Uitbuiting - Loverboys - Aanpak - Cijfers en tendensen

mensenhandel
prostitutie
jongere
officiële statistiek
internet

Chronologie

22/3/2024Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 25/4/2024)

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-2259
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-2260
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-2261

Vraag nr. 7-2258 d.d. 22 maart 2024 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Uit diverse gerechtelijke beslissingen over seksuele uitbuiting blijkt dat seksuele diensten steeds vaker online worden aangeboden, met name op seksdatingwebsites. De «loverboy»-methode wordt nog steeds toegepast, vooral bij minderjarige slachtoffers uit kwetsbare families. Voorbeelden hiervan zijn zaken in Antwerpen, Brugge en Luik, waar jonge meisjes via seksdatingwebsites, hotels en «Airbnb»-woningen worden geronseld.

In Gent werd een veroordeling bevestigd in een zaak waar minderjarige meisjes gedwongen werden «rip deals» uit te voeren. In Brugge en Antwerpen werden veroordelingen uitgesproken voor «loverboy»-technieken bij jonge slachtoffers, waarbij de verdachten vijf jaar gevangenisstraf met probatie-uitstel kregen en aanvullende voorwaarden.

Een andere zaak in Brugge betrof twee weggelopen meisjes van vijftien en zestien jaar oud die seksuele betrekkingen hadden met mannen in verschillende Vlaamse steden. Ze werden geronseld via een seksdatingwebsite, en hun verdiende geld moesten ze afstaan aan pooiers. De pooier werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf met probatie-uitstel en begeleiding.

In Luik werden vier beklaagden, waaronder een vrouw, vervolgd voor mensenhandel, aanzetten tot prostitutie, reclame maken voor prostitutie van minderjarigen en bendevorming. Vier tienermeisjes, jonger dan zestien, werden tussen november 2019 en december 2020 uitgebuit via «loverboy»-methoden in Luik, Aarlen en Brussel. De zaak begon toen een klant bij Child Focus meldde dat hij via «Redlights» een afspraak had met een minderjarige sekswerker in Luik. Verdere onderzoeken en klachten onthulden het netwerk van uitbuiting. De beklaagden ontkenden en deden een beroep op het niet-bestraffingsbeginsel (cf. https://www.myria.be/nl/publicaties/jaarverslag-mensenhandel-en-mensensmokkel-2023-een-keten-van-verantwoordelijkheden).

Wat betreft het transversaal karakter van de schriftelijke vraag: de verschillende regeringen en schakels in de veiligheidsketen zijn het eens over de fenomenen die de komende vier jaar prioritair moeten worden aangepakt. Die staan gedefinieerd in de Kadernota Integrale Veiligheid en het Nationaal Veiligheidsplan voor de periode 2022-2025, en werden besproken tijdens een interministeriële conferentie, waarop ook de politionele en justitiële spelers aanwezig waren. Het betreft aldus een transversale aangelegenheid met de Gewesten waarbij de rol van de Gewesten vooral ligt in het preventieve luik.

Graag had ik dan ook volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister:

1) Wat zijn de recente statistieken met betrekking tot het aantal gevallen van seksuele uitbuiting in België, met een bijzondere focus op minderjarige slachtoffers en de gebruikte methoden, zoals de «loverboy»-techniek? Hoeveel zaken zijn er bekend waarin de «loverboy»-methode is toegepast, en welke maatregelen worden genomen om deze specifieke vorm van mensenhandel aan te pakken?

2) Wat zijn de cijfers omtrent het aantal meldingen van verdachte activiteiten op seksdatingwebsites van de laatste twee jaar, en de resulterende gerechtelijke stappen die zijn ondernomen om deze platforms verantwoordelijk te houden? Zijn er tevens cijfers beschikbaar over het aantal minderjarigen dat via seksdatingwebsites wordt geronseld voor seksuele uitbuiting? Welke maatregelen worden genomen om deze trend tegen te gaan?

3) Zijn er cijfers beschikbaar over de leeftijdsgroepen van minderjarigen die het meest kwetsbaar zijn voor seksuele uitbuiting via onlineplatforms, en welke preventieve maatregelen worden overwogen om deze groepen beter te beschermen? Bestaat er gedetailleerd recent cijfermateriaal over het aantal gevallen waarbij minderjarigen via seksdatingwebsites worden geronseld voor seksuele uitbuiting? Zo ja, wat zijn de tendensen? Hoe verhoudt dit zich tot andere methoden van ronseling?

4) Zijn er gegevens beschikbaar over de effectiviteit van de wetshandhaving bij het opsporen en vervolgen van personen die minderjarigen ronselen via seksdatingwebsites voor seksuele uitbuiting? Zo ja, hoeveel veroordelingen waren er in de laatste twee jaar en welke straffen werden er gemiddeld uitgesproken?

5) Wat zijn de trends in de leeftijd van slachtoffers en daders in recente gevallen van seksuele uitbuiting, en is er een verschuiving waar te nemen in de kwetsbaarheid van slachtoffers op basis van familiale achtergrond, etniciteit en sociale achtergrond?

6) Bestaat er cijfermateriaal met betrekking tot de impact van de coronaperiode op seksuele uitbuitingszaken, zoals veranderingen in de gebruikte locaties (hotels, «Airbnb»-woningen) en eventuele verschuivingen in de methoden van daders? Zo ja, welke?

7) Zijn er gegevens beschikbaar over de nationaliteit van daders betrokken bij seksuele uitbuitingszaken, zoals in de voorbeelden genoemd, en welke samenwerkingen zijn er op internationaal niveau om deze kwesties aan te pakken?

8) Kunt u cijfers verstrekken over het gebruik van onlineadvertenties bij de ronseling van slachtoffers, en zijn er maatregelen genomen om dergelijke platforms beter te reguleren en te controleren?