Huwelijk - Wettelijke minimumleeftijd - Uitzonderingen - Huwelijken waarin minderjarigen zijn betrokken - Cijfers - Eventuele wijziging van het Burgerlijk Wetboek
huwelijk
gearrangeerd huwelijk
jongere
burgerlijk recht
minderjarigheid
rechtsbevoegdheid
migrant
Roma
| 7/3/2023 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 6/4/2023) |
| 21/4/2023 | Antwoord |
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-1944
Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 7-1945
In het meest recente verslag van het «Committee on the Elimination of Discrimination against Women» (CEDAW) van de Verenigde Naties, dat in oktober 2022 werd voorgesteld, wordt vermeld dat er in België uitzonderingen zijn op de minimumleeftijd voor het huwelijk.
Het CEDAW merkt bijvoorbeeld op dat er geen mechanisme is voor de opvolging van de vooruitgang die geboekt wordt op het vlak van bescherming voor vrouwen en meisjes tegen nadelige praktijken, in het bijzonder kinderhuwelijken en gedwongen huwelijken. Bijgevolg wordt aanbevolen om de religieuze leiders, de migrantengemeenschappen en het brede publiek te sensibiliseren en erop te wijzen dat dit misdrijven zijn.
Verder in het verslag over 2022, staat te lezen dat de schadelijke praktijken van kinderhuwelijken en gedwongen huwelijken blijven bestaan in migrantengemeenschappen en bij de Roma en wordt er aan de Belgische overheid gevraagd om het Burgerlijk Wetboek te wijzigen om alle uitzonderingen op de wettelijke minimumleeftijd voor het huwelijk, die zowel voor vrouwen als voor mannen op achttien jaar ligt, weg te werken.
Immers, hoewel de wet aangeeft dat het verboden is om in het huwelijk te treden voor de leeftijd van achttien jaar, zijn er mogelijkheden om dat verbod in sommige gevallen naast zich neer te leggen. De familierechtbank heeft de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden dat verbod te lichten.
Dat kan gebeuren wanneer de minderjarige al een of meerdere kinderen heeft met zijn of haar partner of omdat het koppel een kind verwacht. Het is dan aan de rechter om te oordelen of het koppel een stabiele en duurzame relatie heeft, of de toekomstige gehuwden volwassen genoeg zijn en voldoende verantwoordelijkheidszin hebben.
Daarom wil ik u de volgende vragen stellen:
1) Beschikt u over cijfers van de laatste jaren, die opgedeeld zijn per gewest, provincie of gemeente, met betrekking tot het aantal huwelijken waarbij een of twee minderjarigen zijn betrokken?
2) Beschikt u over cijfers van de laatste jaren, die opgedeeld zijn per gewest, provincie of gemeente, met betrekking tot het aantal geweigerde huwelijken waarbij een of twee minderjarigen zijn betrokken?
3) Wat is uw mening over de uitzonderingen die het mogelijk maken om in ons land in het huwelijk te treden voor de leeftijd van achttien jaar? Bieden ze volgens u voordelen of zijn ze veeleer problematisch?
4) Vindt u het opportuun om in te gaan op de aanbevelingen van het CEDAW en de uitzonderingen die het mogelijk maken om voor de leeftijd van achttien jaar in het huwelijk te treden uit het Burgerlijk Wetboek te schrappen? Zo ja, bent u van plan om hieraan te werken voor het einde van de legislatuur? Zo niet, waarom wil u de status quo behouden?
Dit onderwerp is transversaal omdat het zowel over gemeenschapsaangelegenheden gaat (jeugdbescherming, gezinsbijstand, enz.) als over federale aangelegenheden (burgerschap, justitie, gelijke kansen, enz.).
1) In de databank akten burgerlijke stand werd sinds 2019 geen akte van huwelijk opgemaakt die betrekking had op een minderjarige.
2) De statistische tool van het College van de hoven en rechtbanken biedt niet de mogelijkheid om dergelijke statistieken te trekken. De tool biedt niet de mogelijkheid om de uitkomst van de procedure, namelijk of het huwelijk al dan niet werd toegestaan, te achterhalen. Ik kan echter wel meedelen dat de rechtbanken in 2019 geen enkele vordering hebben behandeld om het verbod om een huwelijk aan te gaan op te heffen. In 2020 werd één vordering ingediend. In 2021 werd opnieuw één vordering ingediend en werden er twee beslissingen gewezen. In 2022, tot slot, werd één verzoek ingediend. Ondanks het gegeven dat de statistische tool van het College van de hoven en rechtbanken niet de mogelijkheid biedt om de uitkomst van de procedure te achterhalen, kan ik herhalen dat er in België sinds 2019 geen enkel huwelijk is voltrokken waarbij minderjarigen waren betrokken.
3) Het verbod om een huwelijk aan te gaan kan enkel om gewichtige redenen worden opgeheven op grond van artikel 145 van het oud Burgerlijk Wetboek (BW). Zoals blijkt uit de cijfers die ik heb meegedeeld, is er in België sinds 2019 geen enkel huwelijk voltrokken waarbij minderjarigen waren betrokken. De situatie doet zich dus zeer zelden voor.
4) Gelet op het extreem uitzonderlijk aantal gevallen acht ik het niet nodig om het oud BW op dit ogenblik aan te passen. De toepassing van artikel 145 is dus niet problematisch. Het oud BW geeft de rechter de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen het huwelijk toe te staan indien dit in het belang van de minderjarige (en diens kind) is.