Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-909

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 20 april 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en Federale Culturele Instellingen

Federale culturele instellingen - Samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap

federale wetenschappelijke en culturele instellingen
Vlaamse Gemeenschap
institutionele samenwerking
cultuur
cultuurbeleid

Chronologie

20/4/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/5/2016 )
14/6/2016 Antwoord

Vraag nr. 6-909 d.d. 20 april 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In ons land zijn de gemeenschappen bevoegd voor de culturele aangelegenheden. Nochtans heeft ook de federale overheid nog een (rest)bevoegdheid voor de federale culturele instellingen. De vice-eerste minister heeft deze bevoegdheid in zijn portefeuille.

Het zou niet abnormaal zijn, integendeel, dat de federale culturele instellingen ook samenwerkingsverbanden aangaan met de vele culturele instellingen die behoren tot de bevoegdheid van de Vlaamse overheid.

1) Kan de minister mij meedelen welke samenwerkingen er bestaan tussen de federale culturele instellingen en de Vlaamse overheid op het vlak van culturele samenwerking ?

2) Wanneer werden deze overeenkomsten gesloten?

3) Wat is het voorwerp van deze samenwerking?

4) Hoeveel middelen worden er door de federale culturele instellingen besteed aan samenwerkingsvormen met de Vlaamse Gemeenschap of met culturele instellingen binnen de Vlaamse Gemeenschap?

5) Worden de federale culturele instellingen door de Vlaamse overheid betrokken bij projecten in het buitenland? Zo ja, bij welke?

6) Is hij van oordeel dat er voldoende samenwerking is tussen de federale culturele instellingen en de instellingen die vallen onder de Vlaamse Gemeenschap? Zo ja, waarom? Zo neen, waarom niet?

7) Zal hij nog initiatieven nemen om te overleggen met de Vlaamse minister van Cultuur om meer samenwerking te realiseren met de federale culturele instellingen ?

Antwoord ontvangen op 14 juni 2016 :

De Federale Staat is bevoegd voor de culturele instellingen die niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeenschappen op grond van artikel 127, § 2, van de Grondwet vallen.

De Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) en de Vlaamse Gemeenschapscommissie zijn voor culturele aangelegenheden bevoegd, binnen het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk gebied, als regelgevende organen, respectievelijk ondergeschikt aan de Franse en Vlaamse Gemeenschap voor de instellingen die exclusief binnen de bevoegdheden van de Gemeenschappen vallen.

Sinds de zesde staatshervorming is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor de biculturele aangelegenheden, wat de schone kunsten, het cultureel patrimonium, de musea en andere wetenschappelijk-culturele instellingen betreft, voor zover deze van gewestelijk belang zijn.

Ik bezorg u hieronder de informatie met betrekking tot de instellingen die onder mijn bevoegdheden vallen, met name de drie federale culturele instellingen (Paleis voor Schone Kunsten, Koninklijke Muntschouwburg, Nationaal Orkest van België).

1) a) Paleis voor Schone Kunsten (PSK) :

Het Paleis voor Schone kunsten heeft de volgende overeenkomsten met de Vlaamse overheid :

een globale projectmatige samenwerking tussen de Vlaamse Gemeenschap en het PSK met het oog op continuïteit ;

projectmatige ondersteuning als resultaat van een oproep door de Vlaamse Gemeenschap (Toerisme Vlaanderen, Coördinatie Brussel) ;

een jaarlijks opnieuw aan te vragen ondersteuning door de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

1) b) KMS (de Munt) :

Tot vandaag bestaat er geen rechtstreeks partnerschap met de Vlaamse Gemeenschap. In samenwerking met de Vlaamse Gemeenschapscommissie zijn specifieke projecten ontwikkeld (educatieve projecten in de Nederlandstalige scholen in Brussel). En de MM Academy, die jongeren in hun opleiding tot operaberoep begeleidt, richt zich tot jongeren uit scholen van heel het land en dus ook uit de verschillende Gemeenschappen.

1) c) NOB :

Het NOB heeft zowel structurele als occassionele samenwerkingspartners.

De structurele partners zijn bijvoorbeeld CC Hasselt, VZW 30CC Leuven, CC Plomblom Ninove, Festival van Vlaanderen, Casino Kursaal Oostende, CC Zwaneberg, Heist-op-den-Berg. Bij de occassionele partners behoren deSingel Antwerpen, Internationaal Filmfestival van Vlaanderen, Concergebouw Brugge VZW, CC Blankenberge, CC Ter Dilft  Bornem, De Bijloke Muziekcentrum Gent, Koninklijk Ballet van Vlaanderen, Klara, Klarafestival, Kinderkoor van de Vlaamse Opera, etc. (deze lijst is niet limitatief).

2) a) PSK :

De globale samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschap voor 2015 werd afgesloten in augustus 2015. In de loop van 2016 wordt een nieuwe overeenkomst ondertekend, de gesprekken lopen hiervoor.

2) b) KMS: /

2) c) NOB :

Er zijn geen structurele samenwerkingsakkoorden op lange termijn. Zoals gebruikelijk in de sector, wordt er per seizoen een samenwerking langs beide kanten beoordeeld op haalbaarheid en op opportuniteiten.

3) a) PSK :

De globale samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschap heeft als doel het PSK een ondersteuning te bieden voor het onderdeel van haar artistieke programmatie dat een relevante meerwaarde heeft voor Vlaanderen. Gezien de interdisciplinaire aard van de artistieke werking van het PSK ondersteunt de Vlaamse Gemeenschap concerten, tentoonstellingen, cinemavoorstellingen, lezingen, en theatervoorstellingen gemaakt door, of in samenwerking met, Vlaamse artiesten.

3) b) KMS: /

3) c) NOB :

Overeenkomstig de missie van het NOB, zoals bepaald in artikel 1bis van de wet van 22 april 1958 houdende het statuut van het Nationaal Orkest van België, met name de uitvoering van symfonische concerten in België.

4) a) PSK :

Op jaarbasis investeert het PSK gemiddeld 3 000 000 euro in projecten in samenwerking met Vlaamse artiesten of met betrekking tot Vlaams erfgoed. Gemiddeld neemt de Vlaamse Gemeenschap hiervan min of meer een derde voor zijn rekening. Het gaat hier steeds om projecten die geïnitieerd werden door het PSK en zijn artistieke partners.

4) b) KMS: /

4) c) NOB :

Binnen de financiële marges en de gangbare marktnormen van de culturele partners enerzijds en op basis van de eigen zeer beperkte budgettaire mogelijkheden worden de beschikbare middelen besteed aan de samenwerkingsvormen.

5) a) PSK :

Het PSK speelt geregeld in op opportuniteiten die zich afspelen in het buitenland en waar de Vlaamse overheid (een van de) organiserende partners is. Zo reist een tentoonstelling van het PSK in 2016 verder naar Karlsruhe (Duitsland) en zal het daar deel uitmaken van het officiële programma van de Frankfurter Buchmesse. Daarnaast is het PSK een belangrijke partner voor Vlaanderen wat betreft de internationale uitstraling van Vlaamse kunst en Vlaams erfgoed. Het PSK werkt voor zijn verschillende grootschalige tentoonstellingsconcepten regelmatig samen met gerenommeerde internationale instellingen en biedt Vlaamse kunstenaars een internationaal platform. Zo reisde de tentoonstelling As Sweet as it gets van Vlaams kunstenaar Michaël Borremans verder naar Tel Aviv en Dallas en kreeg de expo Sensatie en Sensualiteit–Rubens en zijn erfenis een platform in de Royal Academy of Arts in London.

5) b) TRM: /

5) c) NOB : nee.

6) De federale culturele instellingen richten van harte partnerschappen op met culturele actoren van de drie Gemeenschappen en besteden daarbij, door de ligging in Brussel, bijzondere aandacht aan de Franse en Vlaamse Gemeenschapen. De partnerschappen moeten zich blijven ontwikkelen. Dat hangt ook af van de wil van de partners.

7) Ik heb minister Gatz meermaals ontmoet. We hebben over onze uitdagingen kunnen praten. Het lijkt me belangrijk dat de verschillende overheden meer communiceren, vooral in Brussel.