Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-908

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 20 april 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, belast met Beliris en Federale Culturele Instellingen

Federale culturele instellingen - Samenwerking met de Franse Gemeenschap

federale wetenschappelijke en culturele instellingen
Franse Gemeenschap
institutionele samenwerking
cultuur
cultuurbeleid

Chronologie

20/4/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/5/2016 )
14/6/2016 Antwoord

Vraag nr. 6-908 d.d. 20 april 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In ons land zijn de Gemeenschappen bevoegd voor de culturele aangelegenheden. Nochtans heeft ook de federale overheid nog een (rest)bevoegdheid voor de federale culturele instellingen. De vice-eerste minister heeft deze bevoegdheid in zijn portefeuille.

Het zou niet abnormaal zijn, integendeel, dat de federale culturele instellingen ook samenwerkingsverbanden aangaan met de vele culturele instellingen die behoren tot de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap.

1) Kan de geachte minister mij meedelen welke samenwerkingen er bestaan tussen de federale culturele instellingen en de Franse gemeenschapsoverheid op het vlak van culturele samenwerking ?

2) Wanneer werden deze overeenkomsten afgesloten ?

3) Wat is het voorwerp van deze samenwerking ?

4) Hoeveel middelen worden er door de federale culturele instellingen besteed aan samenwerkingsvormen met de Franse Gemeenschap of met culturele instellingen binnen de Franse Gemeenschap ?

5) Worden de federale culturele instellingen door de Franse gemeenschapsoverheid betrokken bij projecten in het buitenland ? Zo ja, bij welke ?

6) Is hij van oordeel dat er voldoende samenwerking is tussen de federale culturele instellingen en de instellingen die vallen onder de Franse Gemeenschap ? Zo ja, waarom ? Zo neen, waarom niet ?

7) Zal hij nog initiatieven nemen om te overleggen met de Franstalige minister van Cultuur om meer samenwerking te realiseren met de federale culturele instellingen ?

Antwoord ontvangen op 14 juni 2016 :

De Federale Staat is bevoegd voor de culturele instellingen die niet onder de verantwoordelijkheid van de Gemeenschappen op grond van artikel 127, § 2, van de Grondwet vallen.

De Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) en de Vlaamse Gemeenschapscommissie zijn voor culturele aangelegenheden bevoegd, binnen het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk gebied, als regelgevende organen, respectievelijk ondergeschikt aan de Franse en Vlaamse Gemeenschap voor de instellingen die exclusief binnen de bevoegdheden van de gemeenschappen vallen.

Sinds de zesde staatshervorming is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor de biculturele aangelegenheden, wat de schone kunsten, het cultureel patrimonium, de musea en andere wetenschappelijk-culturele instellingen betreft, voor zover die van gewestelijk belang zijn.

Ik bezorg u hieronder de informatie met betrekking tot de instellingen die onder mijn bevoegdheden vallen, met name de drie federale culturele instellingen (Paleis voor Schone Kunsten, Koninklijke Muntschouwburg, Nationaal Orkest van België).

1) a) PSK (Paleis voor Schone Kunsten) :

Het PSK heeft een programmacontract afgesloten met de Franse Gemeenschap voor het organiseren van een aantal concerten en multidisciplinaire artistieke projecten die de artiesten en het erfgoed van de Gemeenschap tot hun recht laten komen.

1) b) KMS (de Munt) :

Tot vandaag bestaat er geen rechtstreeks partnerschap met de Franse Gemeenschap. Sinds meerdere jaren worden er in samenwerking met de COCOF specifieke projecten ontwikkeld (educatief project in de scholen en Kinderkoor van de Munt). En de MM Academy, die jongeren in hun opleiding tot operaberoep begeleidt, richt zich tot jongeren uit scholen van heel het land en dus ook uit de verschillende Gemeenschappen.

1) c) NOB :

Het NOB. heeft zowel structurele als occassionele samenwerkingspartners. De structurele partners zijn bijvoorbeeld Ville de Virton, La Philharmonique de Namur, Festival d’Aubel, Conseil de la musique de la Communauté française, Palais des Beaux-Arts Charleroi, Juillet musical de Saint Hubert, Juillet musical d’Aulne, Festival de Wallonie.

Bij de occassionele partners behoren Les Musicales de Beloeil, Manège Mons, Festival d’été mosan Dinant, Maison de la culture Tournai, ReMua, Théâtre le Tilleul, etc. (deze lijst is niet limitatief).

2) a) PSK :

Sinds meer dan vijftien jaar onderhoudt het PSK een overeenkomst met de Franse Gemeenschap. Initieel had deze overeenkomst betrekking op de organisatie van een aantal concerten met artiesten, ensembles en orkesten afkomstig uit de Franse Gemeenschap. In 2013 werd een nieuwe bijlage ondertekend aan het programmacontract waarbij de samenwerking uitgebreid werd naar andere artistieke sectoren.

Voor 2016 wordt momenteel een nieuwe bijlage onderhandeld waarbinnen de digitale kunsten en de amateurkunsten een vooraanstaande rol krijgen. Deze beide artistieke disciplines krijgen een prioritaire rol toebedeeld door zowel de Franse als de Vlaamse Gemeenschap. Het PSK wenst, door in te zetten op deze artistieke strekkingen, mee in te stappen in de dynamiek uitgezet door de beide Gemeenschappen.

2) b) KMS: /

2) c) NOB :

Er zijn geen structurele samenwerkingsakkoorden op lange termijn. Zoals gebruikelijk in de sector, wordt er per seizoen een samenwerking langs beide kanten beoordeeld op haalbaarheid en op opportuniteiten.

3) a) PSK :

Een multidisciplinaire artistieke samenwerking waar de Franse Gemeenschap projecten ondersteunt met artiesten afkomstig uit de Franse Gemeenschap. Deze projecten werden door het PSK in samenwerking met haar artistieke partners geïnitieerd.

3) b) KMS: /

3) c) NOB :

Overeenkomstig de missie van het NOB, zoals bepaald in artikel 1bis van de wet van 22 april 1958 houdende het statuut van het Nationaal Orkest van België, met name de uitvoering van symfonische concerten in België.

4) a) PSK :

Gemiddeld wordt er op jaarbasis 600 000 euro besteed aan projecten in samenwerking met artiesten van de Franse Gemeenschap of met projecten rond erfgoed uit de Franse Gemeenschap. De bijdrage van de Franse Gemeenschap bedraagt jaarlijks min of meer een vierde van deze kosten.

4) b) KMS : /

4) c) NOB :

Binnen de financiële marges en de gangbare marktnormen van de culturele partners enerzijds en op basis van de eigen zeer beperkte budgettaire mogelijkheden worden de beschikbare middelen besteed aan de samenwerkingsvormen.

5) a) PSK :

Geen projecten in het buitenland maar naar aanleiding van het Belgische voorzitterschap van de Raad van Europa en de zestigste verjaardag van de Europese Culturele Conventie organiseerde het PSK in samenwerking met de Franse Gemeenschap een tentoonstelling, onder de vorm van een tijdslijn met Europese culturele sleutelmomenten, en een publicatie.

5) b) TRM : nee.

5) c) NOB : nee.

6) De federale culturele instellingen richten van harte partnerschappen op met culturele actoren van de drie Gemeenschappen en besteden daarbij, door de ligging in Brussel, bijzondere aandacht aan de Franse en Vlaamse Gemeenschap. De partnerschappen moeten zich blijven ontwikkelen. Dat hangt ook af van de wil van de partners.

7) Ik heb de minister van Cultuur van de Franse Gemeenschap ontmoet. Ik zal de nieuwe minister zeker ontmoeten, ook al werd er tot vandaag geen precieze afspraak vastgelegd. Ik denk dat het belangrijk is dat de verschillende overheden meer communiceren, vooral in Brussel.