Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-807

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 13 januari 2016

aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Verblijfstatuut - Tijdelijke aard - Toegang tot werk - Verschillen

werkloosheidsverzekering
migrerende werknemer
toegang tot het arbeidsproces
verblijfsrecht

Chronologie

13/1/2016 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 11/2/2016 )
3/10/2016 Antwoord

Ook gesteld aan : schriftelijke vraag 6-808

Vraag nr. 6-807 d.d. 13 januari 2016 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Arbeid en tewerkstelling zijn een bevoegdheden voor de Gewesten en de federale overheid. Sinds de zesde Staatshervorming zijn de Gewesten ook mee bevoegd voor de begeleiding en controle op de werkloosheid. Nochtans zijn er nog heel wat aspecten van het tewerkstellingsbeleid die onder de bevoegdheid vallen van de federale overheid.

Wat betreft de toegang tot het werk is het echter een onmogelijke toestand geworden. Geen kat vindt hier haar jongen nog in terug. Er zijn zoveel statuten dat het eveneens bijzonder onduidelijk is te weten wanneer iemand mag werken en wanneer niet. Nochtans is het de bedoeling van de Gewesten om zo snel mogelijk mensen de kans te geven om mee te participeren aan het arbeidsproces. De sleutels daarvan liggen echter vaak bij de federale overheid.

Ik geef een gedeeltelijke opsomming van de verschillende types van documenten die er bestaan en die hoofdzakelijk door de federale diensten zijn gecreŽerd. De arbeidstoegankelijkheid is vaak afhankelijk van het type van statuut waarbinnen de werkzoekende valt.

Zo heb je onder andere: Belgische Identiteit, Kaart A met onderdelen A1, A2, A3, A4 en A5; Kaart B met onderdelen B1, B2, B3, B4, B5, B6, B7 en B8; Kaart C met onderdelen C1, C2 en C3; Kaart D (D1); Kaart E met onderdelen E1, E2, E3, E4, E5, E7 en E8; Kaart F (F1 en F3), Kaart F+ (F2), Kaart S met G1 en G2; Annexen 3 (H1); Annexen 8 (I1, I2, I4, I5), Annex 8 bis (I3); Annex 9 (J3 en J1); Annex 9 bis (J2); Annex 11 (O1); Annex 11 bis (O2); Annex 12 (Model A) met O3 en O4; Annex 13 met O5, O4 en OB; Annex 13 bis (O6); Annex quater met O7; Annex quinquies met O8; Annex 14 ter met O9; Annex 15; Annex 15 (1) met V3, VB, V4; Annex 15 (2) met K7, K9, KA, KB, KC, KD, KE, KF, KG, KH, KI, KJ, KK; Annex 15 (3) met V5, V6 en VC; Annex 15(4) met E8, E2, F3 en F1; Annex 15 (5) met V9; Annex 15 (6) met K3, V2, V8, C1 en VF; Annex 15 (7) met V8, K1, VD, VE, V1, K2,VA, V8, K3, V2, K8, V8, V8 en C1; annex 15 bis met K4; Annex 15 ter met K5 en K6; Annex 19 ter met L6, L4 en L5; Annex 20 met M1, M4, M2 en M3; Annex 21 met N1, N3, N4 en N5; Annex 25 met P1, P5, P3, P2 en P6; Annex 25 quater met P4, Annex 26 met Q1, Q3 en Q2; Annex 26 quater met Q4; Annex 33 bis met R2; Annex 35 met S2, S1, S3, S4, S5, S7, S9, SA en S6; AI (Attestations d'immatriculation) T1, T2, T3, T5, T6, T9, W2, T4, T8, TA, T7, TB, W3 en W4; Courrier IBZ (beslissing Dienst Vreemdelingenzaken) U1, U6, U2, U3, U5 en U7; Courrier CGRA (erkenning statuut vluchteling) U4; Zonder verblijfsvergunning met X1, X2, X9, X3, X4, X5, X8, XC, XD, XM, X6, X7, XL, XE, XF, XG, XH, XJ, XK, XA, XB, XN en XO; Ambtshalve schrapping met Z1, Z2, Z4, Z5, Z3, Z6, ZR, ZS, X4, X5 en X6.

Al deze verschillende situaties en statuten hebben een gevolg voor de toegankelijkheid tot de arbeidsmarkt. Het is een ondoordringbaar kluwen.

Kan de minister voor elk van deze situaties of statuten in het kader van het verblijfsrecht bepalen of de betrokkene al dan niet toegang heeft tot de arbeidsmarkt en wat de voorwaarden zijn waaronder deze persoon valt. Is het al dan niet verbod op toegang tot de arbeidsmarkt definitief of tijdelijk en wat zijn de voorwaarden. Heeft men recht op bijvoorbeeld artikel 60 via het OCMW? Voor welke periode geldt de toegang of juist het verbod?

Kan de minister, in overleg met de Gewesten, een duidelijke wetgeving voorzien op de toegang tot de arbeidsmarkt?

Kan de minister voor al deze categorieŽn bepalen wanneer de betrokkenen toegang hebben tot de stelsels van werkloosheid of andere onderdelen van onze sociale zekerheid?

Antwoord ontvangen op 3 oktober 2016 :

Ik begrijp de bezorgdheid van de Heer Anciaux aangaande de complexiteit van de toepassing in de praktijk van de regelgeving inzake verblijf en werk voor personen van vreemde nationaliteit.

De hoofdverklaring voor deze complexiteit is de enorme diversiteit van situaties waarin de personen van vreemde afkomst zich kunnen bevinden. Sommigen kwamen naar hier om te werken, anderen kwamen hier in het kader van een gezinshereniging of in het kader van een asielaanvraag, nog anderen zijn diplomaat, anderen komen hier studeren of zijn naar hier gekomen als au-pair. Nog anderen zijn dan weer partner of kind van een vreemdeling die zich in één van de vorige situaties bevindt. Dit zijn maar enkele voorbeelden, waardoor we uiteindelijk tot een lijst komen van bestaande verblijfsdocumenten zoals aangehaald in de vraag. In het kader van de regionalisering van de bevoegdheid inzake economische migratie (de arbeidskaarten A en B) hebben mijn diensten, in samenwerking met de diensten van binnenlandse zaken, de dienst voor vreemdelingenzaken en de Gewesten een tabel opgemaakt van alle mogelijke situaties die zich voordoen. Het gaat om niet minder dan honderd tweeëntwintig verschillende situaties. Voor elk van die situaties werd dan nagegaan welk beleidsniveau bevoegd is voor de regelgeving inzake toegang tot arbeid na de zesde Staatshervorming, welke verblijfstitel in die verschillende situaties wordt toegekend, en welke de eventuele toegang tot arbeid is voor elke situatie. De inhoud van deze tabel, een administratief werkdocument waarover een volledig akkoord werd bereikt, werd gevalideerd door het Overlegcomité op 25 november 2015.

Deze complexiteit is zowel voor de vreemdeling als voor potentiële werkgevers onwerkbaar en onhoudbaar. Vandaar dat we, in overleg met alle betrokken instanties, zowel op federaal niveau als op het niveau van de Gewesten, van de verplichte omzetting van de Europese richtlijn 2011/98/EU van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat gebruik hebben gemaakt om de huidige ondoorzichtigheid drastisch te herleiden. In de toekomst zullen in quasi alle situaties niet langer twee documenten worden afgeleverd (een verblijfsdocument en een arbeidskaart of arbeidsvergunning), maar slechts één document : een verblijfsdocument dat zal vermelden of, en zo ja, in welke mate, de houder van die kaart mag werken in België. Het mag duidelijk zijn dat dit voor iedereen, zowel de persoon van vreemde afkomst zelf, als zijn werkgever, maar ook de inspectiediensten die toezicht moeten houden, een belangrijke verbetering zal zijn.

Bij die omzetting van de richtlijn zijn we zo ver mogelijk gegaan. Zo zal bijvoorbeeld in de situaties waar er momenteel enkel een verblijfsdocument is, omdat er voor het aspect arbeid een vrijstelling van de verplichting een arbeidskaart te hebben, op het verblijfsdocument eveneens vermeld worden dat er mag gewerkt worden, waardoor de actuele onduidelijkheid (niemand attesteert immers dat er geen arbeidskaart moet zijn en dat er toch gewerkt mag worden) verdwijnt.

De omzetting van deze richtlijn was in de Belgische institutionele context niet evident : de richtlijn vereist één enkele aanvraagprocedure voor die gecombineerde kaart, terwijl de bevoegdheid verdeeld is over het federale niveau (volledig bevoegd voor verblijf, en restbevoegdheid inzake toegang tot werk voor vreemdelingen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden, zoals bijvoorbeeld de kandidaat-vluchtelingen) en het gewestelijk niveau (bevoegd voor het aspect arbeid van de echte economische migratie van personen die naar België komen om hier te werken). In hetzelfde Overlegcomité van november 2015 werd de gezamenlijk door de administraties uitgewerkte procedure gevalideerd.

We zitten nu dus in de fase van omzetting van deze akkoorden in concrete wetten, decreten en besluiten. Elk bevoegdheidsniveau heeft zijn ontwerpteksten recent voorgelegd aan hun regering (Ministerraad) en alle teksten werden gezamenlijk voor advies voorgelegd aan de adviesraad buitenlandse arbeidskrachten. Deze ontwerpteksten zullen na het advies van de Raad van State, dat tijdens de zomer 2016 zal gegeven worden, kunnen ingediend worden in de verschillende Parlementen. Ik hoop dat tegen het eind 2016 alle wetten gestemd en alle besluiten uitgevaardigd zijn, zodat dit nieuwe vereenvoudigde systeem in werking kan treden vanaf de start van 2017.

Wat de toegang tot de werkloosheidsuitkeringen betreft geldt als algemene regel, zowel voor Belgische onderdanen als voor vreemdelingen, dat men eerst een aantal dagen moet gewerkt hebben als loontrekkende. Dat aantal dagen varieert in functie van de leeftijd van de persoon die werkloosheidsuitkeringen aanvraagt. Arbeidsprestaties als loontrekkende in België tellen natuurlijk mee. Maar ook arbeidsprestaties in het buitenland kunnen onder bepaalde voorwaarden meetellen, op voorwaarde dat de laatste periode van arbeid in België doorging. Dit geldt natuurlijk voor arbeidsprestaties in een andere Lidstaat van de Europese Unie (EU), maar kan ruimer zijn. Zo gelden bijvoorbeeld bilaterale akkoorden tussen België en Marokko, Tunesië, Algerije en Turkije waarbij arbeidsprestaties in alle landen mee in rekening kunnen gebracht worden, op voorwaarde dat die arbeid, indien hij in België zou zijn verricht, loontrekkende arbeid zou geweest zijn. Ook op dit vlak zijn een aantal reglementaire wijzigingen op komst, die eventuele misbruiken moeten vermijden. Zo zal die verplichte laatste periode van arbeid in België duidelijker gedefinieerd worden : nu kan één enkele dag arbeid reeds als een « periode » van arbeid beschouwd worden, met risico’s op misbruik. De wijziging die momenteel eveneens voor advies bij de Raad van State ligt bestaat er in deze periode vast te leggen op minstens drie maanden.

Over een paar maanden, eenmaal al deze reglementaire wijzigingen van kracht geworden zijn, zal het dus niet langer zo zijn, om de woorden van Senator Anciaux te gebruiken, dat een kat er haar jongen niet meer in terugvindt.