Station van Oostende - Renovatie - Betwisting tussen het Vlaams Gewest en de Regie der Gebouwen over een deel van de grond
spoorwegstation
Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen
Regie der Gebouwen
18/12/2015 | Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 21/1/2016) |
25/2/2016 | Antwoord |
Motivering van het transversale karakter van de schriftelijke vraag : de betwisting tussen het Vlaams Gewest en de Regie der Gebouwen en de gevolgen ervan voor het mobiliteitsbeleid, dat betrekking heeft op zowel federale als gewestelijke bevoegdheden.
Het station van Oostende wordt momenteel grondig gerenoveerd. Er komt een nieuw bus- en tramstation, een nieuwe fietsenstalling en een parkeergebouw, en de treinperrons worden vernieuwd en overkapt. Momenteel lopen de werken mogelijk vertraging op door onenigheid tussen het Vlaams Gewest en de Regie der Gebouwen over een deel van de grond. Beide partijen zijn in onderling overleg naar de rechtbank gestapt die meer duidelijkheid moet brengen. De betwisting van de eigendom van de grond kan voor vertraging zorgen.
1) Welk deel van de grond aan het station van Oostende is onderwerp van de betwisting ?
2) Wat is de timing van de uitspraak ?
3) Welke mogelijke gevolgen heeft de uitspraak voor de verdere uitvoering van het project dat beoogt diverse vervoersmodi te groeperen in het belang van een goed mobiliteitsbeleid ?
Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :
1) Er is inderdaad een betwisting over het eigendomsrecht van gronden in de omgeving van het station te Oostende. Het betreft een terrein en gebouwen gelegen in een zone die begrensd wordt langs westelijke zijde door de Churchillkaai, ten oosten door het Carferrygebouw, het havendok en het zogenaamde « Zeewezengebouw » met adres Natienkaai 5 en langs zuidelijke kant door de Kiss&Ride parking.
Het perceel heeft een oppervlakte van 24 841 vierkante meters (bij benadering).
In de onmiddellijke omgeving van het station, is het zogenaamde « zeestation » in het geschil betrokken. Het « zeestation » betreft de inmiddels door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) gesloopte hal gelegen tussen de kade en het stationsgebouw.
2) Onverminderd de mogelijkheid van beide partijen om hoger beroep aan te tekenen tegen de tussen te komen gerechtelijke uitspraak, kan over de kalender momenteel geen uitspraak worden gedaan.
3) Wat betreft het « Zeestation », hebben de drie betrokken actoren – NMBS, Vlaamse overheid en de Regie der Gebouwen – een ontwerp van overeenkomst voorbereid die het mogelijk maakt dat de NMBS haar renovatieproject van het stationsgebouw realiseert in afwachting van de gerechtelijke uitspraak.