Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-672

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 11 juni 2015

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Noodnummer 112 - Tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad - Taalwetgeving - Naleving

eerste hulp
brandbestrijding
telefoon
tweetaligheid
taalgebruik
politie

Chronologie

11/6/2015 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 16/7/2015 )
14/9/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-672 d.d. 11 juni 2015 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Vanzelfsprekend is de taalwetgeving een transversale aangelegenheid die rechtstreeks de federale overheid aangaat en eveneens ingrijpt op de bevoegdheden van de Gewesten en Gemeenschappen. De naleving van de taalwetgeving is van openbare orde. De verschillende entiteiten moeten op hun terrein zorgen voor de naleving ervan. Maar dat heeft natuurlijk ook rechtstreeks gevolgen voor de bevolking en voor het beleid van de federale overheid en van de Gewesten en Gemeenschappen in ons land.

Ik stel vast dat men in Brussel, bij het oproepen van dringende hulp van de brandweer, de politie of van een noodarts via het noodnummer 112 (bevoegdheden van de Gewesten, de federale overheid en de Gemeenschappen) vaak enkel in het Frans terechtkan. Dat is uiteraard onaanvaardbaar. Het is een grove schending van de taalwetten van ons land en van de rechten van de bevolking om in hun taal te worden gehoord en bijgestaan.

De minister van Binnenlandse Zaken is rechtstreeks bevoegd voor de taalwetgeving en voor het functioneren van het noodhulpnummer 112. Uiteraard moet dit gebeuren in samenwerking met de diensten van de Gewesten en Gemeenschappen.

1) Is de minister op de hoogte van een voortdurende schending van de taalwetgeving door de personen die de post 112 bemannen ?

2) Beseft hij dat deze schending mensenlevens in gevaar brengt ?

3) Hoe is het mogelijk dat hij blijft aanvaarden dat inwoners van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad niet in hun taal geholpen worden bij hoge nood ?

4) Weet hij dat het gebruik van het nummer 112 enorm belangrijk kan zijn voor het bereiken van de brandweer, de politie of een medische hulpdienst ?

5) Vindt hij een correcte werking van de dienst 112 in Brussel geen absolute prioriteit ?

6) Waarom zorgt hij er niet voor dat deze dienst steeds en altijd perfect tweetalig werkt ?

7) Wat zal hij doen om eindelijk deze dienst correct te laten werken in overeenstemming met de taalwetten van dit land ?

8) Op andere gebieden heeft hij al herhaaldelijk gezegd dat hij de taalwetgeving niet kan of niet wenst te doen naleven. Zal hij dit opnieuw doen?

9) Wie is aansprakelijk indien er wegens het niet verstaan van Nederlandstalige inwoners van Brussel, een huis afbrandt, een medische fout wordt gemaakt of de politie te laat in actie treedt?

10) Is hij het met me eens dat het respect voor het Nederlands in Brussel een van de essentiŽle voorwaarden is opdat dit land een toekomst kan hebben ?

Antwoord ontvangen op 14 september 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

De Directie 112 van de federale overheidsdienst (FOD) Binnenlandse Zaken is niet op de hoogte dat er een aanhoudend of terugkerend probleem is met de behandeling van Nederlandstalige noodoproepen 112 of 100 in de regio Brussel.

De Directie 112 van de FOD Binnenlandse Zaken is bevoegd voor de operationele werking van alle hulpcentra 112/100 (en klachten en vragen hierover), aanwervingen van operatoren en human ressources (HR)-beheer voor alle noodoproepcentrales (zowel hulpcentra 112/100 als CIC 101) met als enige uitzondering het Hulpcentrum 112/100 Brussel.

Het personeel van het Hulpcentrum 112/100 Brussel is, in tegenstelling tot het personeel van de andere hulpcentra 112/100, geen personeel van de FOD Binnenlandse Zaken. Zoals voorzien in artikel 17, § 1 (uitzondering 11) van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid is het Hulpcentrum 112/100 Brussel daarom geen bevoegdheid van mijn diensten.

Het Hulpcentrum 112/100 Brussel maakt deel uit van de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor brandweer en dringende medische hulp, die overeenkomstig artikel 4 van de ordonnantie van 19 juli 1990 belast is met het uitoefenen van de bevoegdheden van de Brusselse Agglomeratie inzake brandbestrijding en dringende medische hulp. Artikel 4, § 2, van de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten bevestigt dat de Brusselse Agglomeratie instaat voor de operationele werking van het oproepstelsel 112 en 100 in haar regio en dus voor behandeling van klachten en vragen aangaande de operationele werking.

Bij de aanwervingen houden mijn diensten uiteraard rekening met de taalwetgeving. Voor het CIC 101 Brussel (Centrum voor informatie en communicatie van de geïntegreerde politie) werven mijn diensten alleen operatoren aan die via een Selor-taaltest kunnen aantonen dat zij voldoende tweetalig zijn.

Omdat het Hulpcentrum 112/100 Brussel valt onder de verantwoordelijkheid van de Brusselse Agglomeratie, hebben mijn diensten echter geen zicht op de aanwervingsprocedures voor het Hulpcentrum 112/100 Brussel en evenmin op de problemen in de behandeling van noodoproepen in een andere taal.

Behalve de taalwetgeving, heeft de Directie 112/100 ook een aantal federale richtlijnen die alle hulpcentra 112/100 moeten naleven, bijvoorbeeld voor de doorschakeling van noodoproepen. Zodra mijn diensten op de hoogte zijn dat er een probleem is met de naleving van een federale regelgeving, brengen zij de functionele chef van het Hulpcentrum 112/100 op de hoogte zodat zij de gepaste stappen kunnen ondernemen.

Indien er door inbreuk op de taalwetgeving of het naleven van andere federale richtlijnen een fout wordt gemaakt door het Hulpcentrum 112/100 Brussel door een nalatigheid van de Brusselse Agglomeratie of het Hulpcentrum 112/100 Brussel kunnen zij aansprakelijk gesteld worden.