Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-625

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 27 april 2015

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Politiediensten - Optreden bij een vreedzame manifestatie - Beslissing van de burgemeester - Redenen - Kosten

recht tot betogen
politie
voorhechtenis
rechten van het individu
vertegenwoordiger van lokale of regionale autoriteit
openbare veiligheid

Chronologie

27/4/2015 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 28/5/2015 )
8/7/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-625 d.d. 27 april 2015 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Op donderdag 26 maart 2015 manifesteerden honderden mensen op een bijzonder vreedzame en rustige wijze tegen racistische uitspraken van de burgemeester van de grootste Vlaamse stad.

Het recht op vereniging en het recht op betogen of op vreedzaam manifesteren is een basisrecht in onze rechtsstaat. Enkel bij verboden manifestaties kunnen de ordetroepen worden ingezet om de manifestanten te verwijderen en de orde te herstellen.

Het is beangstigend vast te stellen dat een burgemeester die grote groepen inwoners in zijn stad tegen elkaar opzet en daarbij racisme niet schuwt, toch het recht heeft om honderden vreedzame manifestanten administratief te laten aanhouden of gemeentelijke administratieve sancties te geven.

De tuchtprocedures voor burgemeesters zijn een bevoegdheid van de Gewesten. De Gewesten zijn volledig verantwoordelijk voor de lokale besturen. De minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd voor de binnenlandse veiligheid en voor de politie, zeker voor de federale politie. Het is niet duidelijk of de burgemeester een beroep heeft gedaan op federale reserves, die onder de minister van Binnenlandse Zaken vallen. Vast staat dat in deze zaak de minister van Binnenlandse Zaken eveneens bevoegd is om te bepalen wanneer veiligheidsdiensten zoals de politie kunnen optreden en het grondwettelijk recht van de burger opzij kan worden geschoven.

Deze aangelegenheid betreft een transversale bevoegdheid, daar zowel de Gewesten als verantwoordelijke voor de lokale besturen en als tuchtverantwoordelijke voor de burgemeesters, maar ook het federale niveau als verantwoordelijke voor het veiligheidsbeleid en het binnenlands beleid bevoegd zijn en kunnen zijn. Tevens is vrijheid van betogen en vrijheid van vereniging een aangelegenheid waarvoor zowel de Gewesten, de Gemeenschappen en de federale overheid een verantwoordelijkheid voor dragen.

1) Kan de minister meedelen waarom de burgemeester van Antwerpen honderden vreedzame manifestanten heeft laten oppakken op 25 maart 2015?

2) Is het niet zo dat slechts bij een verboden manifestatie de ordediensten kunnen worden ingezet om de openbare orde te herstellen?

3) Kan er sprake zijn van het massaal inzetten van politiediensten zonder dat de openbare orde ook maar enigszins in gevaar is?

4) Kan een burgemeester die door zijn handelen de openbare orde en het vreedzaam samenleven van de inwoners in gevaar brengt, de ordediensten inzetten tegen mensen die net opkomen voor dit vreedzaam samenleven en die op een rustige wijze gebruik maken van hun grondwettelijke rechten?

5) Zijn er federale richtlijnen over het optreden van politiediensten? Werd hierover overleg gepleegd tussen de FOD Binnenlandse Zaken en de Gewesten die het toezicht hebben over de steden en gemeenten ?

6) Kan de minister meedelen wat de actie van de burgemeester tegen de vreedzame manifestanten heeft gekost aan de samenleving? Waren er federale politiemensen bij deze actie van de burgemeester betrokken?

Antwoord ontvangen op 8 juli 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

1)-2)-3)-4)

Het beheren van de openbare orde behoort toe aan de burgemeester van de betrokken stad of gemeente. Hij kiest dan ook voor de wijze dat hij de openbare orde wenst te handhaven.

Uit de relaas van de feiten heb ik begrepen dat de lokale politie / overheid verschillende malen gepoogd heeft om afspraken te maken omtrent deze manifestatie. Bij gebrek aan medewerking en het risico op een escalatie werd beslist om over te gaan tot een gefaseerd en proportioneel aangepast politieoptreden.

a) De heer Abou Jahjah riep via sociale media op tot deelname aan de manifestatie. Naar aanleiding van deze oproep werd hij door de dienst info van de lokale politie Antwerpen gecontacteerd. De heer Abou Jahjah weigerde echter een officiële aanvraag in te dienen. Er werd duidelijk meegedeeld dat de manifestatie in deze omstandigheden niet gedoogd zou worden. Dit werd ook zo in de pers gebracht door de woordvoerder van de burgemeester.

b) Op het moment van de betoging zelf was het bemiddelingsteam van de lokale politie aanwezig. Actievoerders die duidelijk herkenbaar op de Grote Markt aankwamen (bijvoorbeeld met vlaggenstokken en affiches), werden direct aangesproken en aangemaand om de plaats te verlaten. Toen de actievoerders hier niet op ingingen, werd hen gevraagd om de attributen af te geven met het oog op een bestuurlijke inbeslagname, met teruggave de dag nadien. Een aantal deelnemers weigerde hier op in te gaan. Enkele minuten later waren er ruim twee honderd actievoerders verzameld waarbij de heer Abou Jahjah zich voegde.

c) Omdat er geen toelating was voor deze manifestatie werd de samenscholing omsloten. Op dat moment kreeg de dienst info de opdracht om in onderhandeling te gaan met de heer Abou Jahjah met het oog op het alsnog maken van afspraken. Aangezien hij opriep tot de manifestatie, beschouwde de lokale politie hem als de organisator. De betrokkene weigerde echter deze verantwoordelijkheid op te nemen en wou niet ingaan op de vraag om de actievoerders aan te manen om de actie te stoppen waarbij ze na identificatie de plaats konden verlaten.

d) Intussen hadden zich in de onmiddellijke omgeving van het stadhuis een aantal mogelijke tegenbetogers verzameld. Er werd een persoon gearresteerd die, gewapend en fascistische leuzen scanderend, op de betogers kwam afgelopen.

e) Ingevolge het ontbreken van enige medewerking van de persoon die had opgeroepen tot de manifestatie alsook het risico op escalatie, werd beslist om alle deelnemers bestuurlijk aan te houden en over te brengen naar ons cellencomplex. Enkel deelnemers die zich provocatief opstelden, werden gehandboeid en tijdelijk opgesloten in het cellencomplex. De andere deelnemers werden zonder handboeien overgebracht en onmiddellijk na aankomst op het cellencomplex opnieuw in vrijheid gesteld.

De aanpak en ingezette capaciteit zijn niet overdreven rekening houdend met het feit dat niemand officieel de verantwoordelijkheid wou opnemen voor de manifestatie en er dus geen afspraken konden gemaakt worden. Bovendien hadden enkele honderden mensen op Facebook aangekondigd te zullen deelnemen en gingen er stemmen op om tegen te betogen.

5) Ik wens hier te verwijzen naar de ministeriële omzendbrief OOP 41 van 31 maart 2014 betreffende de operationalisering van het referentiekader CP 4 over het genegotieerd beheer van de publieke ruimte naar aanleiding van gebeurtenissen die de openbare orde aanbelangen. Concreet beschrijft de CP4 de algemene visie over ordehandhaving. De Gewesten waar naar verwezen wordt, spelen hier echter geen rol in. De burgemeester is daarentegen verantwoordelijk voor de visie rond de aanpak van evenementen en het bepalen van de tolerantiegrenzen.

6) Voor wat de lokale politie Antwerpen betreft, wordt de kost geraamd op 25 803,37 euro, dit zowel voor inzet van personeel als materiaal.

Naast deze middelen werd er beroep gedaan op twee secties van de Federale Reserve (FERES) en enkele voertuigen van het federaal interventiekorps voor het overbrengen van aangehouden personen.