Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-620

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 23 april 2015

aan de eerste minister

Financieringswet - Uitvoering - Follow-up door de Brusselse hoofdstedelijke regering

regionale financiën
Hoofdstedelijk Gewest Brussels

Chronologie

23/4/2015 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 28/5/2015 )
29/5/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-620 d.d. 23 april 2015 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Onlangs kwam de federale regering verrassend snel tot een akkoord aangaande de begrotingscontrole 2015. Er bleek echter een adertje onder het gras te zitten, zeker voor de regeringen van de Gemeenschappen en de Gewesten.

De uitvoering van de financieringswet bleek plots veel gunstiger voor de federale overheid en veel minder gunstig voor de Gewesten en Gemeenschappen. Vooral de Gewestregeringen spraken schande en beschuldigden de federale overheid ervan de lasten door te schuiven naar de Gewesten.

De eerste minister zei echter dat het om een loutere uitvoering van de financieringswet ging en dat het zelfs op zich niets te maken had met de wijzigingen van deze financieringswet door de Zesde Staatshervorming.

Het bleek dat maar één enkele federale ambtenaar de juiste uitvoering kan geven aan de financieringswet en dat de Gewesten dus compleet verrast werden.

1. Hoe is het mogelijk dat er plots een voor de federale overheid bijzonder gunstig resultaat kwam uit de berekeningen van de financieringswet?

2. Waar was de gewijzigde som aan te wijten? Welk onderdeel van de financieringswet is verantwoordelijk voor deze plots gewijzigde situatie en verdeling?

3. Hoeveel geld kreeg de Brusselse hoofdstedelijke regering plots minder?

4. Werd er ook voor de Commission communautaire française (Cocof) minder geld voorzien? Of enkel voor de Gewesten?

5. Wordt de Brusselse hoofdstedelijke regering niet betrokken bij het opmaken van de rekeningen en berekeningen die voortvloeien uit de financieringswet?

6. Welke Brusselse ambtenaar kan de berekeningen van de federale administratie controleren? Of is er geen Brusselse ambtenaar die op de hoogte is van de uitvoering van de financieringswet?

7. Welke controle heeft de Brusselse hoofdstedelijke regering op het cijferwerk van de federale overheid? Hoe kan ze een juiste controle uitvoeren?

8. Hoe is het mogelijk dat de Brusselse hoofdstedelijke regering niet op de hoogte was van het ernstig gewijzigde bedrag dat ze kreeg van de federale overheid?

9. Werd deze zaak niet grondig op een gemeenschappelijke en voorbereidende vergadering van de federale administratie en de Brusselse hoofdstedelijke administratie besproken?

10. Werd deze aangelegenheid besproken met de Brusselse hoofdstedelijke regering? Zo ja, wanneer?

11. Hoe komt het dat dit niet voorafgaand aan het bekendmaken van de resultaten van de begrotingscontrole met de Brusselse hoofdstedelijke regering besproken werd en dat de Brusselse hoofdstedelijke regering dit nieuws via de pers diende te vernemen?

Antwoord ontvangen op 29 mei 2015 :

De federale overheidsdienst (FOD) Financiën heeft op 26 maart 2015 een brief overgemaakt aan de Gewesten betreffende de herberekening van het bedrag van de gewestelijke opcentiemen.

De daling van de belasting Staat voor 2015 wordt door de FOD Financiën op 3,16 miljard geraamd. Dit nieuwe bedrag komt voort uit de bijwerking van de gegevens gebruikt voor de raming van de bedragen 2015, namelijk de gegevens betreffende het aanslagjaar 2013 versus het aanslagjaar 2012 in de vroegere raming.

De oorspronkelijk op 45,95 miljard geraamde belasting Staat zou dalen naar 42,79 miljard, wat automatisch (aangezien de autonomiefactor voorlopig is vastgesteld op 25,99 %) een daling van de inkomsten uit de gewestelijke opcentiemen met ongeveer 820 miljoen impliceert.

Ook de fiscale uitgaven werden naar beneden aangepast. Volgens de laatste ramingen zou het bedrag van 2,93 miljard dalen naar 2,86 miljard voor 2015. Aangezien deze fiscale uitgaven in mindering worden gebracht van de inkomsten uit opcentiemen, leidt de neerwaartse aanpassing van de raming tot een winst van ongeveer 70 miljoen voor de Gewesten.

Beide effecten impliceren een vermindering van de overdrachten met 750 miljoen.

Opsplitsing van 750 miljoen

in duizend EURO

Vlaams Gewest

396,33

Waals Gewest

247,92

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

105,44

Totaal

749,69

Op 31 maart en 2 april 2015 vonden twee technische vergaderingen plaats tussen de vertegenwoordigers van de FOD Financiën en de vertegenwoordigers van de deelgebieden om de herberekening van de opcentiemen te verduidelijken. Bovendien werden bijkomende elementen aangebracht tijdens de interfederale vergaderingen betreffende de opmaak van het Stabiliteitsprogramma 2015-2018.

Tijdens het Overlegcomité van 29 april 2015 werd, in dit kader, bepaald dat de federale ministers van Begroting en Financiën een procedure uitwerken om de objectieve en transparante overdracht van fiscale gegevens in het kader van de bijzondere wet van 16 januari 1989 te bevorderen.