Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-397

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 16 januari 2015

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Strijd tegen de radicalisering van sommige jongeren - Samenwerking met de Gemeenschappen

verhouding land-regio
moslim
terrorisme
religieus conservatisme
integratie van migranten
geweld bij jongeren
extremisme
islam
jeugdmalaise
radicalisering

Chronologie

16/1/2015 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 19/2/2015 )
26/2/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-397 d.d. 16 januari 2015 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Door de aanslagen in Parijs en de veiligheidsoperatie in Verviers wordt de dreiging van terroristische aanslagen alleen maar groter.

Een groot deel van de bevolking schuift die aanslagen en dreiging verkeerdelijk in de schoenen van de moslimgemeenschap in ons land.

De Gemeenschappen zijn bevoegd voor het inburgeringsbeleid en het integratiebeleid. Het lijkt me essentieel dat bij de aanpak van het extremisme ook vertegenwoordigers van de jeugdorganisaties en van de moslimgemeenschap betrokken worden. Dringend overleg met de Gemeenschappen is bijgevolg noodzakelijk.

1) Heeft de minister al contact gehad met de vertegenwoordigers van de Gemeenschappen om samen een actieplan rond de bestrijding van radicalisme op te maken? Zo ja, wanneer vond dit overleg plaats en wie nam eraan deel?

2) Heeft de minister al contact gehad met vertegenwoordigers van de Moslimexecutieve in het kader van de opmaak van een actieplan ter bestrijding van extremisme? Zo ja, met wie had hij overleg en wanneer vond dit plaats?

3) Heeft de minister al contact opgenomen met vertegenwoordigers van de Unie van MoskeeŽn in het kader van de opmaak van een actieplan ter bestrijding van extremisme? Zo ja, met wie had hij contact en wanneer vond dit overleg plaats?

4) Heeft de minister, in samenspraak met de beleidsverantwoordelijken van de Gemeenschappen (inburgering, onderwijs, cultuur, jeugd en welzijn), al contact gehad met de vele lokale en bovenlokale zelforganisaties op basis van etnisch-culturele identiteit met het oog op de betrokkenheid en het vergaren van kennis in het kader van de opmaak van een actieplan tegen radicalisering? Zo ja, met wie, wanneer, en welke beleidsverantwoordelijken van de Gemeenschappen waren daarbij betrokken?

Antwoord ontvangen op 26 februari 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

1) Op 8 januari 2015 heeft de federale regering een overleg georganiseerd met de minister-presidenten van de verschillende Gewesten die ons land rijk is. De strijd tegen radicalisering stond hoog op deze agenda. Naast het veiligheidsluik is er zoals u terecht aanhaalt het luik preventie. Iedereen was van oordeel dat een federale coördinatie in de strijd tegen radicalisme noodzakelijk is. Heel concreet zijn er coördinatievergaderingen en expertbijeenkomsten rond actuele vragen inzake radicalisme georganiseerd worden. Verder wil ik ook nog te wijzen op de Interministeriële Conferentie met de deelstaten waar de aanpak van radicalisme hoog op de agenda zal staan, waarvoor binnen mijn diensten twee regionale coördinatoren aangeduid om de samenwerking met de deelstaten te versterken.

2) & 3) Het lijkt de regering niet opportuun om zich in de strijd tegen de radicalisering toe te spitsen op één godsdienst om stigmatisering te vermijden. Op 14 januari 2015 nodigde het kernkabinet de leiders van de verschillende erkende erediensten en vrijzinnigen uit in de ambtswoning van de eerste minister. Concreet ging het om Echallaoui Salah en Noureddine Smaili (islamitische eredienst), André-Joseph Léonard en Tommy Scholtès (katholieke eredienst), Albert Guigui en Julien Klener (Israëlische eredienst), Jack Mc Donald (Anglicaanse eredienst), Steven Fuite en Geert Lorein (Protestantse eredienst), Stavros Triantafyllou en Evangialos Salas (orthodoxe eredienst) en Henri Bartholomeeusen en Sylvain Peeters (vrijzinnigheid). Het blijft trouwens niet bij deze eenmalige ontmoeting. Zo is afgesproken om minstens twee maal per jaar samen te komen. Daarnaast komt er ook een « permanente dialoog » met de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie.

4) Het spreekt voor zich dat de rol van de zelforganisaties in ons land essentieel zijn in de strijd tegen radicalisme. Mijn diensten staan te hunner beschikking voor advies. Op niveau van mijn administratie, algemene directie Veiligheid en Preventie, zijn er verkennende contacten om samenwerkingsverbanden te ontwikkelen met de zelforganisaties.