Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-375

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 8 januari 2015

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Illegale wapenhandel - Bestrijding door de politie

wapenhandel
zwarte handel
politie
officiŽle statistiek
IsraŽl
Saoedi-ArabiŽ

Chronologie

8/1/2015 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 12/2/2015 )
8/4/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-375 d.d. 8 januari 2015 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Tussen 1991 en 2003 werden de grootste onderdelen van het Belgisch beleid inzake buitenlandse wapenhandel een bevoegdheid van de Gewesten. Er werd sindsdien een zekere communautaire rust gerealiseerd, althans inzake de wapenexportdossiers. Maar er resten nog steeds bevoegdheden inzake wapenhandel bij de federale overheid. Daardoor is het uiterst moeilijk en moeizaam om een globaal overzicht te verwerven van de buitenlandse wapenhandel van ons land.

Exportcontrole vraagt in alle landen samenwerking tussen verschillende overheidsdiensten, maar de verdeling over de verschillende constitutionele entiteiten van de Belgische federatie voegt hier nog een laag van complexiteit aan toe. Dat wordt duidelijk wanneer we de wetgevende en de controlerende taak van de parlementen inzake de controle op wapenhandel van nabij bekijken. Volksvertegenwoordigers kunnen in hun halfrond slechts op deelaspecten van de omvattende wapenhandelproblematiek ingaan.

Federale parlementsleden kunnen toezicht houden op en koppelingen maken tussen het Belgische buitenlandse veiligheidsbeleid (Buitenlandse Zaken), de verkoop en export door het Belgisch leger (Defensie en Economische Zaken), de erkenning van wapenhandelaars en tussenhandelaars (Justitie), de bestrijding van illegale wapenhandel door de politie (Binnenlandse Zaken), nucleaire non-proliferatie (Energie), de efficiŽntie van grenscontrole door de douane (FinanciŽn) en de beveiliging van de nationale en regionale luchthavens (Mobiliteit en Binnenlandse Zaken).

Parlementsleden uit de Gewest- en Gemeenschapsparlementen controleren op hun beurt het beleid inzake in-, uit-, en doorvoer van wapens, militair materiaal en goederen voor tweeŽrlei gebruik door particulieren, handelaars en producenten (Buitenlandse Handel), de regelgeving inzake de jacht (Leefmilieu) en sportschutters (Sport) en gebruik van folkloristische wapens (Cultuur).

Het ontwikkelen en aanhouden van een coherente visie, het aankaarten van problemen en het lanceren van nieuwe voorstellen zijn in deze context uitermate moeilijk.

Maar daar ligt een taak en opdracht van de Senaat die net inzake deze transversale bevoegdheden een onderzoek kan voeren.

In het kader van de voorbereiding van een informatieverslag ter zake verzoek ik de minister een antwoord te verstrekken op volgende vragen:

1. Welke wapens heeft de politie buitgemaakt in de strijd tegen de illegale wapenhandel en dit tijdens de jaren 2012, 2013 en 2014?

2. Bij wie werden deze wapens door de Belgische politie aangetroffen?

3. Over welke illegale trafieken van wapenhandel ging het? Met welke derde landen werden deze wapentransporten opgezet?

Graag dus een overzicht per wapen: waar of van wie het aangekocht werd en wanneer.

4. Wat was de kostprijs van de in beslag genomen wapens in de jaren 2012, 2013 en 2014?

5. Werden er illegale wapentrafieken met leveranciers binnen de EU opgerold? Over welke overgedragen wapens gaat het? Waar, wanneer en hoe werden deze wapens in beslag genomen in de jaren 2012, 2013 en 2014?

6. Werden er wapentrafieken opgerold met landen waar ťťn of meerdere Gewesten gťťn wapenleveringen voor goedkeuren? In concreto, werden er tijdens de jaren 2012, 2013 en 2014 illegale wapentrafieken opgerold met landen waar Vlaanderen of WalloniŽ geen wapenexport voor goedkeurt? Zijn er contracten en contacten geweest met onder andere Saoedi-ArabiŽ en IsraŽl?

7. Hoe zal de minister ervoor zorgen dat er een grondige politieke en maatschappelijke controle en een debat mogelijk zal zijn over deze illegale wapentransporten?

8. Waren er Belgische bedrijven of overheidsdiensten bij deze illegale wapentrafieken betrokken?

Antwoord ontvangen op 8 april 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

1) Wanneer een politieambtenaar van een lokaal politiekorps of de federale politie een wapen in beslag neemt, wordt een proces-verbaal opgesteld met een formulier « model 10 » met de beschrijving van het wapen, waarna ter griffie wordt neergelegd. Momenteel bestaat er geen gegevensbank waarin deze formulieren worden opgenomen.

Vaak gebeurt een inbeslagname in lopend onderzoek naar een ander misdrijf (bijvoorbeeld een huiszoeking bij een verdachte van diefstallen of een verdachte van drugsmisdrijven, …).

De informatie uit een beslagstaat verbonden aan een proces-verbaal van illegaal wapenbezit wordt niet in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) opgenomen, waardoor het onmogelijk te zeggen is hoeveel wapens er per jaar worden in beslag genomen.

Naast illegaal wapenbezit is er ook de eigenlijke illegale handel of zwendel in wapens. Het aantal processen-verbaal « vuurwapenzwendel » dat in de ANG werd geregistreerd, bedroeg :

– voor 2011 : 231 ;

– voor 2012 : 181 ;

– voor 2013 : 201 ;

– voor 2014 : het jaarcijfer is nog niet gekend (voor het eerste semester van het jaar bedroeg dit 98).

Er dient opgemerkt dat het aantal processen-verbaal niet gelijk is aan het aantal in beslag genomen vuurwapens (aangezien in één dossier van wapenzwendel meerdere vuurwapens in beslag kunnen worden genomen) en dat naast vuurwapens, politiediensten ook andere verboden wapens in beslag kunnen nemen (dolken, boksijzers, ...).

2) Persoonsgebonden gegevens over lopende opsporingsonderzoeken of gerechtelijke onderzoeken kunnen niet worden meegedeeld.

3) Uit de ANG kan niet worden afgeleid over welke trafieken het gaat, noch om welke derde landen deze wapentransporten werden opgezet. Uit de ANG kan ook niet worden afgeleid wanneer welk wapen werd verkocht.

Verder laat de wet niet toe om de persoonsgegevens mee te delen van de verkopers van illegale wapens.

4) De politie beschikt niet over lijsten met de prijs van wapens op de illegale markt (dit hangt vaak af van het wapen, de context van het dossier, …).

Wanneer een illegale wapenzwendel wordt ontdekt, kan de magistraat die het onderzoek leidt een vermogensonderzoek bevelen om na te gaan wat het illegale vermogensvoordeel was dat een dader of dadergroep verkreeg. Dergelijke informatie is terug te vinden in het individuele onderzoeksdossier en valt onder de bescherming van het geheim van het onderzoek.

5) Ja, er zijn illegale wapentrafieken opgerold met leveranciers binnen de Europese Unie. Zoals hoger werd vermeld, beschikken de politiediensten niet over gestructureerde gegevens over het soort wapens, noch kan een overzicht worden gegeven van welke wapens waar in beslag werden genomen.

Voor meer informatie dient u zich te richten tot de minister van Justitie, onder wiens bevoegdheid dit thema valt.

6) De politiediensten beschikken niet over gestructureerde gegevens die toelaten een antwoord te geven op de gestelde vraag.

7) Het fenomeen is een prioritair aandachtspunt in onze strijd tegen radicalisme en terrorisme en wordt in dit kader door de betrokken politie- en veiligheidsdiensten nauwgezet opgevolgd. Wat het strafrechtelijk karakter en proces van dit fenomeen betreft, verwijs ik naar mijn collega K. Geens, minister van Justitie onder wiens bevoegdheid deze vallen (zie ook andere vragen).

8) De wet laat niet toe dat politiediensten gegevens verstrekken over natuurlijke personen of rechtspersonen betrokken bij illegale wapenzwendel.