Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-358

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 19 december 2014

aan de vice-eersteminister en minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen

Voogdij over de burgemeester - Rol van de federale overheid ten aanzien van de gewestelijke autoriteiten - Gevolgen van de nationale betoging van 6 november 2014

administratief toezicht
vertegenwoordiger van lokale of regionale autoriteit
machtsconflict
recht tot betogen
politie

Chronologie

19/12/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 22/1/2015 )
19/3/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-358 d.d. 19 december 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Naar aanleiding van de grote nationale betoging van donderdag 6 november 2014 in Brussel heeft de geachte minister van Binnenlandse Zaken strenge verklaringen afgelegd aangaande het optreden van de Brusselse burgemeester.

De minister heeft aangekondigd dat hij een onderzoek laat instellen over de incidenten die zich aan het einde van de betoging hebben voorgedaan en over de rol en verantwoordelijkheid die de burgemeester hierin heeft. De minister gaf de indruk dat hij een tuchtonderzoek naar de verantwoordelijkheid van de burgemeester instelde.

Net over het sanctioneren van de burgemeesters als hoofden van de lokale politie lijkt me zich toch een probleem voor te doen. Zijn het na de verschillende staatshervormingen immers niet de Gewesten die de voogdijbevoegdheid hebben over de gemeenten en over de burgemeester? Is het in casu niet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dat eventueel een sanctie kan opleggen aan de burgemeester? Werd er vanuit het federaal niveau contact opgenomen met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aangaande de nasleep van de nationale betoging van 6 november 2014? Is de minister bevoegd om een onderzoek in te stellen tegen het optreden van de Brusselse burgemeester? Wat is de juiste bevoegdheidsverdeling tussen het federale en het gewestelijke niveau? Enerzijds is er de federale bevoegdheid voor de politie en het veiligheidsbeleid, anderzijds is er de gewestelijke voogdij op de gemeenten. Kan de minister klaarheid brengen in deze zaak?

Antwoord ontvangen op 19 maart 2015 :

Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vragen :

Sinds 1 januari 2002 is de tuchtbevoegdheid inzake burgemeesters overgeheveld naar de Gewesten op grond van artikel 6, § 1, VIII, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zoals vervangen door de bijzondere wet van 13 juli 2001 houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de Gewesten en de Gemeenschappen.

Het tuchtstelsel voorziet in de mogelijkheid om een burgemeester te schorsen of af te zetten wegens kennelijk wangedrag of grove nalatigheid (dit laatste houdt o.m. in de niet naleving van een wet, een decreet, een ordonnantie, een reglement of een administratieve handeling). De betrokken burgemeester moet wel voorafgaandelijk worden gehoord en de eventuele sanctie vereist een motivatie.

In Vlaanderen (Gemeentedecreet, artikel 71) en Wallonië (Code de la démocratie locale et de la décentralisation, artikel L1123-6) ligt de rechtsmacht om het tuchtstelsel toe te passen bij de regering. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Nieuwe Gemeentewet, artikel 82) betreft het echter een uitzondering en blijft de verantwoordelijkheid in handen van de Koning. De Brusselse Hoofdstedelijke regering is hier enkel bevoegd om zich over de schepenen uit te spreken.

Het beginsel van de politieke verantwoordelijkheid, waardoor alle daden van de Koning moeten gedekt worden door een (federaal) minister en de aard van de gebeurtenissen in de marge van de nationale betoging van 6 november 2014 maakten het dan ook noodzakelijk dat ik mij als minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken boog over het optreden van de Brusselse burgemeester in relatie tot de richtlijnen die hij al dan niet verstrekte aan de politiediensten.

In dit verband verzocht ik aan de Algemene Inspectie van de federale politie en van de lokale politie om een onderzoek te voeren, teneinde volledige klaarheid te brengen. Het intussen afgeleverde rapport heeft geen fouten aan het licht gebracht die nopen tot een disciplinaire sanctie.