Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-2155

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 14 januari 2019

aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingssamenwerking

Fortis - Verkoop - Gevolgen voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschappen en de Federale overheid - Verkoop van de gebouwen in Brussel - Overleg met de deelstaten

Hoofdstedelijk Gewest Brussels
bank
kredietinstelling
publiek eigendom
staatsbank

Chronologie

14/1/2019 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 14/2/2019 )
18/2/2019 Antwoord

Herindiening van : schriftelijke vraag 6-1260

Vraag nr. 6-2155 d.d. 14 januari 2019 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Men spreekt meer en meer over een verkoop van Fortis en over de verkoop van aandelen van BNP Paribas Fortis. Blijkbaar zit de markt goed en zou de federale overheid een mooi bedrag kunnen innen bij de verkoop van deze aandelen.

Anderzijds is de federale overheid, door haar aandeelhouderschap van Fortis en BNP Paribas Fortis, ook in het bezit van een uitgebreid en strategisch zeer goed gelegen patrimonium aan gebouwen.

In het hart van Brussel, aan het Warandepark, zijn vele gebouwen eigendom van Fortis en van BNP Paribas Fortis. Het is niet duidelijk of de federale overheid afspraken heeft gemaakt over deze gebouwen, maar geen enkel land ter wereld zou op zulke strategische plaatsen haar onroerend patrimonium laten ontvreemden. Er kan van worden uitgegaan dat ook ons land deze gebouwen niet in handen wil geven van derde landen of buitenlandse bedrijven.

Ook voor de uitstraling van de federale overheid en / of de Gewesten en Gemeenschappen zijn deze gebouwen van strategisch belang. Nu reeds hebben de Franse Gemeenschap en de Vlaamse regering belangrijk onroerend goed naast de gebouwen van BNP Parisbas Fortis.

Werd al overleg gepleegd met de Gemeenschappen en met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over de eventuele aankoop of verkoop van deze gebouwen van BNP Parisbas Fortis ? Krijgen deze deelstaten het recht om deze gebouwen te kopen, indien de federale regering ze niet nuttig acht voor eigen gebruik ? Is de geachte minister het met me eens dat het hier gaat over onroerend goed dat een grote symboolfunctie heeft voor dit land of voor de deelstaten ?

Is hij zinnens om over de ontvreemding van deze gebouwen akkoorden te sluiten met BNP Parisbas Fortis, voordat de federale regering haar hoofdaandeelhouderschap zou verminderen ? Is hij akkoord om hierover met de deelstaten een overeenkomst te sluiten ? Werd hierover al in de schoot van de federale regering en het overlegcomité gesproken ? Wat zal hij doen hiervoor ?

Antwoord ontvangen op 18 februari 2019 :

De Belgische Staat is sedert 2013 geen aandeelhouder meer van de Belgische bank BNP Paribas Fortis. Als aandeelhouder van haar moedermaatschappij, BNP Paribas, via de FPIM, heeft de Belgische Staat geen zicht op de eventuele onroerende projecten van haar participatie. Gelet op de wereldwijde omvang van de Franse groep is het begrijpelijk dat er niet specifiek wordt gecommuniceerd over eventuele onroerende projecten mbt enkele individuele gebouwen naar de aandeelhouders toe.

Als de deelstaten geïnteresseerd zouden zijn in de overname van sommige van deze gebouwen, dan staat het hen volledig vrij om zelf de nodige contacten te nemen met de eigenaars ervan.

Voor het overige kan ik verwijzen naar de minister belast voor de regie der gebouwen voor eventuele interesse van de federale overheid in de betrokken gebouwen.