Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 6-209

van Bert Anciaux (sp.a) d.d. 4 november 2014

aan de minister van Justitie

Justitiehuizen - Toekomstig functioneren - Personeel - Overdracht naar de Gemeenschappen - Onderhandelingen en samenwerkingsakkoorden - Stand van zaken

rechtsbijstand
samenwerkingsakkoord (Belgisch institutioneel kader)
federalisme
verhouding land-regio

Chronologie

4/11/2014 Verzending vraag (Einde van de antwoordtermijn: 4/12/2014 )
5/11/2015 Antwoord

Vraag nr. 6-209 d.d. 4 november 2014 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

De Vlaamse justitiehuizen dreigen met acties als er niet snel onderhandelingen worden opgestart over hun toekomst. Dat laten ze in een mededeling weten.

De zesde staatshervorming zorgde ervoor dat een deel van justitie, onder meer de justitiehuizen en het jeugdsanctierecht, werd overgedragen naar de Gemeenschappen. Voor de federale overheidsdienst (FOD) Justitie gaat het om de jeugdinstellingen Tongeren en Everberg, het elektronisch toezicht en de justitiehuizen. De overdracht zou op 1 januari 2015 rond moeten zijn.

Op datum van 30 oktober 2014 wisten de personeelsleden nog steeds niet waar ze terecht zullen komen, noch hoeveel ze gaan verdienen. Volgens de justitiehuizen hadden de onderhandelingen eind september moeten starten. Dit tijdschema werd echter niet gehaald, zeggen zij. De volgende startdatum is 3 november, maar ook die datum niet zal worden nageleefd.

Het personeel wordt het langzaam aan beu. Wij moeten constateren dat aan Franstalige kant de onderhandelingen al zijn gestart en in een vergevorderd stadium zitten. Op Vlaams niveau blijft men op zijn honger zitten. De Vlaamse minister van Bestuurszaken zou de onderhandelingen moeten opstarten.

Het personeel van de justitiehuizen heeft recht op duidelijkheid. Het voelt zich een speelbal in een politiek spel en dreigt met acties.

De minister van Justitie moet eveneens zijn verantwoordelijkheid nemen en met de Gemeenschappen akkoorden sluiten en duidelijkheid brengen.

1) Werden met de Gemeenschappen hierover reeds samenwerkingsakkoorden gesloten ?

2) Werd hierover reeds overleg gepleegd ?

3) Is de samenwerking met alle Gemeenschappen identiek of rijzen er specifieke problemen?

4) Waarom werd de onrust tot op heden niet weggenomen ?

5) Waarom heeft de minister nog geen beslissing in deze zaak genomen ?

6) Wanneer denkt hij dat er duidelijkheid komt over het toekomstige functioneren van de justitiehuizen ?

7) Is er een akkoord over de verdere rol en opdracht van de justitiehuizen ?

8) Zal de minister de nodige middelen ter beschikking stellen van de justitiehuizen, die zowel voor de federale overheid als voor de Gemeenschappen een belangrijke rol spelen?

Antwoord ontvangen op 5 november 2015 :

1) Een samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de uitoefening van de opdrachten van de justitiehuizen, werd gesloten op 17 december 2013 en de wet houdende instemming met dit samenwerkingsakkoord, afgekondigd op 12 mei 2014, werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 17 juni 2014.

Er werd op 15 mei 2014 een protocol getekend tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de uitoefening van de opdrachten van de justitiehuizen gedurende de overgangsfase.

2) De overdracht van het personeel werd uitgevoerd conform het koninklijk besluit van 25 juli 1989 tot vaststelling van de wijze waarop personeelsleden van de federale ministeries overgaan naar de gemeenschaps- en gewestregeringen en naar het verenigd college van de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie. De kanselarij van de eerste minister heeft heel de operatie begeleid.

3) Daar de Gemeenschappen anders gestructureerd zijn, is het normaal dat de integratie zich volgens andere modaliteiten voltrekt. De samenwerking is dan ook aangepast aan deze structuren. Er werden mij tot dusver geen specifieke problemen gemeld.

4) tot 7) In deze wordt verwezen naar de Vlaamse minister van Bestuurszaken, die in deze bevoegd is.

8) Alle middelen werden overgedragen aan de Gemeenschappen.